Zomaar wat gedachten over poëzie in de vrije ruimte

door JACE van de Ven

Dichters en dwazen schrijven op muren en glazen. Na de maatschappijkritische slogans en muurkranten uit de jaren zeventig van de vorige eeuw kwamen de nietszeggende tags, de cartoonachtige straatkunst en de gedichten. Inmiddels zijn er in verschillende steden hele straten of wijken waar street art op legale wijze tegen gevels en muren is aangebracht, soms tranentrekkend maniëristisch, soms van een verrassende originaliteit en zeggingskracht.

Het legaliseren van straatkunstuitingen heeft hele straten opgeknapt, maar haalde vaak ook de angel uit dit soort van oorsprong maatschappijkritische kunst, waardoor niet meer dan decoratieve muurillustraties overbleven die soms ook nog eens niets met de omgeving of de bebouwing te maken hebben. Begrijpelijk dat hier en daar architecten zich verzetten tegen street art die op hun bouwsels wordt aangebracht.

Gedichten op muren en glazen zijn daar bijna altijd legaal opgezet. Soms zijn het aforismen, soms beroemde regels uit de erkende poëzie, soms verzen van plaatselijke poëten, soms regels van dichters die volstrekt begrijpelijk verder volkomen onbekend zijn. Hoewel, onbekend? Hun naam staat bij hun woorden, dat meestal wel.

Bij mij in de buurt siert sinds een jaar of tien een tekst zonder ondertekening de zijgevel van een toen nieuwgebouwde woning aan het Burgerijpad. Elke avond als ik onze Wacker uitlaat, lees ik hem en dat verveelt me tot nu toe niet. Ik meen te weten dat hij van Nick J. Swarth is, van wie in Tilburg meerdere gedichten langs de straat te vinden zijn.

Een nest, een mand
Een huis, een land
Een plek, een pad,
Een tuin, een stad
Een stam, een boom
Een vrucht, een droom

Gedicht > Nick. J. Swarth, foto > Joep Eijkens

In al zijn eenvoudige functionaliteit zegt dit gedicht alles over plek, huis en de destijds jonggehuwde bewoners en hun kroost. De tekst harmonieert. Dat is niet per se nodig voor poëzie in de openbare ruimte, maar een tekst die uit zichzelf niet verklaart waarom hij ergens is aangebracht, moet wel heel bijzonder zijn, wil hij zich legitimeren. Net als een beeldend kunstwerk dat ergens zomaar staat, moet een dergelijk gedicht zo frapperen dat de omgeving zich er automatisch naar schikt. Begrijpelijk dat je zoiets niet elke dag tegenkomt.

In de natuur van Noord-Brabant wordt sinds ruim twintig jaar wel met beleid omgegaan met poëzie. Dat is voornamelijk te danken aan de in 2020 overleden dichteres Pien Storm van Leeuwen. Zij startte een project van gedichten op zorgvuldig uitgezochte plekken in de natuur, uitgehakt in harde stenen. Er liggen momenteel al meer dan honderd van deze keien in het landschap, bijvoorbeeld langs de Mark, van Merksplas tot Breda, rond Gilze en Chaam, langs de Regte Heide tussen Riel en Goirle en in Den Bosch en de Meijerij. Ongeveer vijftig verschillende dichters uit verleden en heden zijn er inmiddels bij betrokken.

Pien Storm van Leeuwen op een door haar ontworpen bank met gedicht en labyrinth in de buurt van Chaam.

De meeste van die dichters blijven in hun teksten erg dicht bij de plek waar de stenen liggen, zij beschrijven het licht, de wind, het water of wat er groeit rondom. Dat alles draagt bij tot reflectie en een intensiever ervaren van de plek door degene die leest wat er op de plaats waar hij in de natuur staat, geschreven staat. In het boek Poosplaatsen, dat eind vorig jaar verscheen, zijn daarop zo goed als geen uitzonderingen te vinden. Elk gedicht blijft nauw verbonden met de grond waarboven het is uitgehakt.

Voor zo ver ik zien kan wijken alleen de twee bijdragen die ik aan het project Poosplaatsen mocht leveren enigszins af. Of ik me daarvoor moet schamen of er trots op moet zijn, weet ik niet. Mijn gedicht over de maand januari in een reeks van gedichten over de maanden van het jaar gaat niet over de nevel of de winterzon, maar over een reiger:

jij, reiger, uitgeteerd

geknakte vlieger, punt
omlaag, einde laatste
duikvlucht in een struik
vis zwemt in de glazen
ijskast van de vorst …

Het gedicht kwam bij me op door de combinatie van twee beelden. In januari van de strenge winter 1962-1963 moest ik, net dertien jaar oud, mee als drijver met mijn vader en andere jagers uit het dorp. Onderweg vond ik een van honger omgekomen reiger als een geknakte vlieger in een struik. Dertig jaar later zag ik ergens in de buurt van Culemborg een reiger op het heldere ijs staan, wanhopig turend naar de wereld daaronder waar hij niet meer bij kon.

En bij de voormalige schuurkerk van Chaam, liet ik in steen deze regels uithouwen:

kan de liefde slapen zonder overval op haar
kan zij zich wapenen en toch de liefde zijn?

Met die regels mocht ik reageren op niemand minder dan Hadewych van wie aan de andere kant van de schuurkerk staat:

Die voghele hebben langhe geswegen
            die blide waren hier te voren

Vogels die niet meer zingen, gelovigen die niet meer in hun eigen kerk terecht kunnen, wat moet je doen als je in je overtuiging beknot wordt? Hoewel het de plek niet beschrijft, hebben mijn regels wel met de historie van de plek te maken, en hopelijk ook met de eens blije vogels van Hadewych.

Drie zwerfkeien met gedicht op een Poosplaats nabij het Riels Hoefke in Riel.

Ach, ik zit weer ongegeneerd over mezelf te lullen. Dit hele stuk is eigenlijk bedoeld om nog eens op die Brabantse poosplaatsen te wijzen, want met de dood van Pien Storm van Leeuwen is het project niet tot stilstand gekomen. Er is een prijs naar haar vernoemd: De Brabantse Poëzieprijs Pien Storm van Leeuwen. Iedereen die zich daartoe geroepen voelt, kan er aan meedoen, jong en oud. De prijs wordt om de twee jaar uitgereikt. Een jury onder voorzitterschap van de Chaamse dichter Frans Brocatus nodigt deze eerste keer mensen uit om gedichten in te sturen met als thema ‘vriendschap’. Uiteraard wordt de tekst, of minstens een deel daarvan, uitgehakt in een arduinen steen op een Poosplaats ergens in de Brabantse natuur. Men kan tot 15 september van dit jaar gedichten inzenden. Hooguit twee per persoon. De winnaar wordt bekendgemaakt tijdens een poëzie-evenement op 6 november van dit jaar. Bijdragen moeten opgestuurd worden naar brabantsepoezieprijs@gmail.com. Op dit adres zijn ook meer informatie en het reglement op te vragen.

Poëten, aan de slag, zorg ervoor dat uw gedicht zo frappeert dat de omgeving waar het komt te liggen zich er automatisch naar schikt.

www.pienstormvanleeuwen.nl

Lees ook op Brabant Cultureel:
Pien Storm van Leeuwen, onvermoeibaar ambassadeur van de kunsten (1945-2020)

© Brabant Cultureel 2022

Eén reactie op “Zomaar wat gedachten over poëzie in de vrije ruimte”

  1. Sander Neijnens schreef:

    Het gedicht op het pand aan het Burgerijpad is inderdaad gemaakt door Nick Swarth i.s.m. Sander Neijnens, en onderdeel van hun gezamenlijke project OnSite Poetry (http://onsitepoetry.eu/burgerijpad-tilburg.html)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.