Piet van Eijkeren, een integer en te onbekend theatermaker

door JACE van de Ven

Geschiedenis is al decennia een ondergeschoven kindje in het onderwijs. Misschien dat er daarom door sommigen die dat gemankeerde geschiedenisonderwijs ontvingen overeenkomsten zijn gezien tussen het dragen van mondkapjes nu en het dragen van een Jodenster in de oorlog. Alleen daarom al is het nodig dat we over die catastrofe tegen de menselijkheid die de Tweede Wereldoorlog was, blijven vertellen. Leo Vroman dichtte het al:

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Wenen, ja, het ging niet om een virus dat de mensen bedreigde, maar om onvoorstelbare gruwelijkheden door mensen aan andere mensen aangedaan. Daarover moeten we blijven praten, om het nooit of te nimmer te vergeten. Mede door de aandacht die de coronacrisis opslokt, is er dit jaar iets te weinig stilgestaan bij hoe vijfenzeventig jaar geleden, landelijk en regionaal ‘de oorlog is verdwenen’. Tal van herdenkingsbijeenkomsten en evenementen werden afgezegd of uitgesteld. In Tilburg ging bijvoorbeeld de al een half jaar eerder geplande uitvoering van het stuk Helga Deen pas onlangs door. Ik vertel u er graag over, omdat het een voorstelling op hoog niveau is en omdat de naam Helga Deen u misschien niets zegt.

Helga Deen was een joods meisje uit Tilburg van wie in 2003 in de nalatenschap van haar jeugdliefde Kees van den Berg een dagboek en een aantal brieven werden gevonden. Een dagboek over haar verblijf in kamp Vught, waar zij van 1 juni tot 2 juli 1943 was geïnterneerd, en een aantal brieven, ook uit Westerbork. Op 16 juli 1943 werden zij en haar familie in Sobibor om het leven gebracht.

Portret Helga Deen
Foto > detail boekomslag Dit is om nooit te vergeten | Dagboek en brieven van Helga Deen1943

Helga Deen werd achttien jaar oud. Ze vertelt het zelf vrij in het begin van het toneelstuk dat Piet van Eijkeren over haar schreef: ‘Ik ben Helga Deen, ik ben achttien jaar, drie maanden en zeven dagen oud geworden.’ Die mededeling grijpt je meteen bij de keel, omdat je weet waarom dat zo is. Juist de bijna afstandelijke wijze waarop het zinnetje wordt gezegd, ontroert. Zo gaat het stuk verder, als een soort van theatrale documentaire. Less is more lijkt het uitgangspunt van schrijver en acteurs, nergens worden emoties ook maar enigszins aangezet, de feiten spreken voor zich. En toch staan er vier volledige toneelpersonages op de Bühne.

Daar is Helga’s vader (William van Dijk) die denkt de zaken te kunnen redden door braaf te doen wat de Duitsers hem vragen. Daar is Helga’s vriendin, Hanneke (Eva Emmen), een conservatoriumstudente die liederen van Schubert en Schumann zingt en met de zuiverheid daarvan de onschuld van de slachtoffers waar het stuk over gaat voelbaar maakt. Daar is Helga’s vriend, Kees van den Berg (Joris Donders) is net zo verliefd op haar als zij op hem. Hij is getormenteerd door de gebeurtenissen, maar verliest zich nooit in amoureuze exaltatie. En daar is Helga (Sabine Maes) die tegen beter weten in optimisme wil blijven uitstralen. Zij speelt een prachtig volgehouden zekerheid waarin tegelijk voelbaar is dat die op niets is gebaseerd.

“Daar is Helga’s vader (William van Dijk) die denkt de zaken te kunnen redden door braaf te doen wat de Duitsers hem vragen.”
“Daar is Helga’s vriendin, Hanneke (Eva Emmen), een conservatoriumstudente die liederen van Schubert en Schumann zingt en met de zuiverheid daarvan de onschuld van de slachtoffers waar het stuk over gaat voelbaar maakt.”
“Daar is Helga’s vriend, Kees van den Berg (Joris Donders) is net zo verliefd op haar als zij op hem. Hij is getormenteerd door de gebeurtenissen, maar verliest zich nooit in amoureuze exaltatie.”
“En daar is Helga (Sabine Maes) die tegen beter weten in optimisme wil blijven uitstralen. Zij speelt een prachtig volgehouden zekerheid waarin tegelijk voelbaar is dat die op niets is gebaseerd.”
Alle scène-foto’s > Joep Eijkens

Ondanks de geweldige acteerprestaties van de geschoolde en getalenteerde acteurs is de zeggingskracht van Helga Deen toch vooral het werk van schrijver/regisseur Piet van Eijkeren, een zo getalenteerd iemand dat je zou verwachten dat hij in de professionele toneelwereld werkzaam zou zijn. Die kans heeft hij ook wel gehad, maar hij koos destijds voor een leven als leraar aan het Sint-Janslyceum in Den Bosch en niet voor de onzekerheid van een theatercarrière. Van Eijkeren, geboren in 1945, heeft zich wel altijd op en om het toneel bewogen.

Van eind jaren zestig tot begin jaren tachtig toerde hij door Nederland als lid van Cabaret Zonder Filter en als acteur van het Maanhatertheater. In de jaren tachtig ging hij de regisseurskant op door het volgen van een regieopleiding in Tilburg en acteertrainingen aan de theaterschool Overtoom Amsterdam. Hij regisseerde reguliere amateurtheatergroepen en semiprofessionele voorstellingen en was medeoprichter van de Stichting Theater Tracé die met een Pintervoorstelling een landelijke tournee maakte.

Piet van Eijkeren

De laatste tien jaar, geen leraar meer aan een middelbare school, maakt hij eigen producties op basis van boeken, historische gebeurtenissen of personen in de actualiteit. Alles in eigen beheer: productie, tekst en regie. Het zijn steeds juweeltjes in de marge van de grote theatergeschiedenis, jammer genoeg veel te onbekend bij een groot publiek. Zo was er Gebroeders, naar het gelijknamige jeugdboek van Ted van Lieshout over uit de kast komen, Stiltewoorden naar het boek Johnny got his gun van Dalton Trumbo en Picknick op het slagveld van Arrabal, allebei bewerkt in het kader van de herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. Hij maakte een stuk over dementie, Kopzorg, een voorstelling over autisme, Oogappel, en vorig jaar speelde hij een indrukwekkende Keizer Wilhelm II in De keizer, een eigen tekst naar het dagboek van Wilhelms adjudant von Ilsemann. En nu is er dan Helga Deen waarin op bijna schuchtere, maar onderhuids zinderende wijze de draagwijdte van de misdaad die de Tweede Wereldoorlog was, voelbaar wordt gemaakt.

Toen ik in een gesprek na de première aan Piet van Eijkeren vroeg hoeveel scholen gevraagd hadden om het stuk bij hen te komen spelen, antwoordde hij dat hij verschillende onderwijsinstellingen had benaderd, maar van geen enkele een antwoord had gekregen.

Mondkapjes zijn niet hetzelfde als Jodensterren en ‘alle malen zal ik wenen’.

© Brabant Cultureel 2020