De wereld keert terug naar weinig

… de wereld krimpt van aardbol
tot stad en omstreken, je straat
je eigen huis, de kamer, …

Een paar dichtregels volstaan om een stroom van gedachten en herinneringen op gang te brengen, een heel leven zelfs, met zijn grillige verloop. Geen normaalcurve, maar een grafiek met een lange aanloop en een abrupte lijn omlaag.

door Arnold Verplancke

Covid-19, corona, of welke schuilnaam het virus ook draagt, zorgt voor een ongekende ophokplicht. Mensen voor wie de eigen leefwereld jarenlang geen grenzen kende, zeker geen geografische, gehoorzamen geduldig aan het dwingende advies binnen te blijven. In het eigen huis, het eigen appartement, de eigen kamer, al naar gelang de woonsituatie. Herman Coenen wijdde er in Brabant Cultureel een gedicht aan waaruit ik bovenstaande regels citeer. Niet dat ik Herman persoonlijk ken. Wel omdat ik door zijn tekst mijn leven even anders bekijk, als in een grafiek zoals data-analisten die ons graag voorschotelen op tv. Meestal net te kort om er echt chocola van te kunnen maken, zou Wim Sonneveld zeggen.

Herman Coenen wijdde er in Brabant Cultureel een gedicht aan waaruit ik bovenstaande regels citeer. Niet dat ik Herman persoonlijk ken. Wel omdat ik door zijn tekst mijn leven even anders bekijk, als in een grafiek zoals data-analisten die ons graag voorschotelen op tv.

U kent die simpele grafiekjes wel. Op de horizontale x-as tekenen we de leeftijd, in mijn geval van 0 naar 75. En de y-as geeft de afstand weer die we met onze reizen hebben gemaakt. Bij mij duurt het best lang voordat ik honderden kilometers van huis ben. Parijs bereik ik pas na mijn twintigste, het huidige Macedonië midden twintig. Daarna gaat de curve snel omhoog. Op mijn dertigste Suriname, om als verslaggever over de onafhankelijkheid te schrijven. De andere kant van de wereld, Nieuw-Zeeland, ruim voor mijn vijftigste.

Isolement

En dan nu het sociaal isolement. Misschien zat de neerwaartse trend er al ongemerkt in. Begin vorig jaar, de laatste reis met mijn kort daarna overleden vrouw, bleven we ‘gewoon’ in Europa: Spanje en Portugal. Onvergetelijk mooi. En nu terug naar de straat, je eigen huis, aldus de dichter. Wandelend misschien een actieradius van vijf tot tien kilometer, fietsend gemakkelijk het dubbele.

Moeilijk? Ach nee. Maar wel het gevoel plotseling teruggeworpen te zijn in de tijd. Alleen niet meer als jonge jongen, maar inmiddels als opa. In mijn jeugd was ook de straat vlak voor ons huis de hele leefwereld, de zijstraat verderop al spannend. Spelen deed je gewoon op de weg; voetballen, stoepranden. Ja lieve kijkbuiskinderen, in de tijd van opa kon je gewoon op straat spelen zonder dat je omver gereden werd door drukke auto’s of scheurende scooters. Eens in de zoveel tijd kwam er een bus voorbij. Dan moest je even gauw de bal naar de andere kant schieten, nog net voordat hij onder de wielen kwam.

Theater

Wat doet een theaterrecensent in tijden van lockdown? Misschien al die theaterproducties bekijken die producenten nu gratis op internet rondzenden? Eerlijk gezegd niet nee, uitzonderingen daargelaten. Ik raak niet opgewonden van filmregistraties van toneelstukken. Ze brengen me niet de spanning en de betrokkenheid van een live voorstelling.

Ik raak niet opgewonden van filmregistraties van toneelstukken. Ze brengen me niet de spanning en de betrokkenheid van een live voorstelling.

Uitzonderingen zijn er, zoals de nieuwe Nederlandse opera Ritratto waarover ik geschreven heb en bijvoorbeeld Die Walküre die de Metropolitan Opera online zette met onze Eva-Maria Westbroek als Sieglinde. Muzikaal prachtig, maar qua vormgeving blijf ik verknocht aan de Ring van onze Nationale Opera en de regie van Pierre Audi.

De Pest

Lockdown betekent voor mij boodschappen doen, wandelen, nieuwsuitzendingen volgen, muziek luisteren en lezen. Ja, ook De pest van Albert Camus (1913-1960) heb ik gelezen, zoals menigeen dezer dagen. Het stond in de boekenkast, weliswaar in een heel oude vertaling van 1948. Camus beschrijft hoe zijn hoofdpersonen, dwars tegen de zinloosheid van het leven en de ongenaakbaarheid van de epidemie in, toch zin aan hun mens-zijn weten te geven door zich in te zetten voor anderen. Een ander bekend thema van hem duikt ook op tijdens de pestepidemie, namelijk dat welk hoog doel dan ook, niet alle middelen heiligt en zeker niet belangrijker is dan het leven van een medemens.

Albert Camus

Ook gelezen heb ik het veel minder bekende De koorddanser van zijn tijdgenoot Jean Genet (1910-1986). Het dateert al uit 1957, maar is recent vertaald door Kiki Coumans en uitgegeven door een hele kleine uitgeverij genaamd Vleugels van initiatiefnemer Marc Vleugels. Als De koorddanser u iets zegt, dan leest u waarschijnlijk NRC Handelsblad, want die krant heeft er een aantal weken geleden een hele pagina aan gewijd. Het is een lang liefdesgedicht van Genet aan zijn vriend Abdallah, mogelijk de belangrijkste liefde in zijn leven. Prachtig hoe hij zijn eigen hartstocht overbrengt op de intieme afhankelijkheid van koorddanser en koord.

Jean Genet.
Onder: programmaboekje van De Meiden uit 1974 door Gunda, gezelschap Udens amateur toneel.

Waarom ben je in ’s hemelsnaam geïnteresseerd in Jean Genet? Ja die vraag voelde ik al aankomen. Wel, begin jaren zeventig, nog voordat ik de slordige onafhankelijkheid van Suriname mocht boekstaven, was ik voorzitter van een ambitieus amateurtoneelgezelschap in Uden dat het zowaar aandurfde De Meiden (Les Bonnes) van Genet op te voeren, met succes. Ik schreef het programmaboekje, verdiepte me in het werk van Genet en las de dikke studie van Sartre over Genet. Vandaar! Genet was in die jaren een populaire schrijver van absurdistische toneel, zoals Ionesco en Beckett.

De dagschotelaars

Neuzend tussen de uitgaven van Vleugels tref ik mij onbekend werk aan van Thomas Bernhard (1931-1989), ook al een schrijver met wie ik een verleden heb. De toenmalige toneelgroep Baal uit Amsterdam voerde in de jaren tachtig veel van deze eigenwijze Oostenrijker op. Onder meer zijn Wereldverbeteraar, die ik nog steeds voor ogen kan halen. Bij Vleugels blijkt van Bernhard De dagschotelaars verschenen, een knappe vertaling van Die Billigesser uit 1980.

Thomas Bernhard.
Onder: Han Römer in De Wereldverbeteraar.

Kan ik het aanraden? Lastig. Als u van veel lange zinnen houdt, opzettelijk irritante herhalingen, de zelfoverschatting van de hoofdpersoon en de kruiperige onderschikking van de ik-figuur, dan moet u het zeker lezen. Bernhard schetst met satanisch genoegen de burgers met wie hij zich opgescheept voelt. Beschouw dit alles overigens niet als reclame voor Vleugels, want de dunne boekjes zijn verhoudingsgewijs hartstikke duur en bij de meeste boekhandels moeilijk verkrijgbaar, want niet leverbaar via het Centraal Boekhuis. Maar als je volhardt, dan heb je ook wat.

Adriaan Roland Holst door Carel Willink.

Waar leidt dit alles toe? Is het leven toch een cirkelgang? Een eeuwige wederkeer? Keren de schrijvers van weleer toevallig terug? Krimpt de leefwereld van een oude van dagen (ben ik dat midden zeventig al?) tot die van zijn jeugd: de straat, het eigen huis? Door de lockdown lijkt het erop, maar is dat slechts tijdelijk? Of moet je beseffen dat elk leven uiteindelijk tot bijna nul slinkt. Zoals Adriaan Roland Holst (1888-1976) zo mooi verwoordt in het kort voor zijn dood geschreven en nooit in een bundel verschenen gedicht

Het Sterven

Hoe nader hij het graf kwam, hoe vertrouwder
het leven met het oude wiegelied
uit hem wegebde – was hij jonger, ouder
gaan worden dan voorheen: hij wist het niet.
Hij lag alleen met de gordijnen open,
de maan bescheen zijn handen op het bed,
zijn oude bleke handen; leeggelopen
voelde hij zich, en vredig, stil en wit
omgeven hem de plooien van de lakens
vanaf zijn ogen tot het voeteneind.
Niets wat der wereld is kon hem genaken.
Onhoorbaar nam het leven toen afscheid.


Genoemde boeken:
A. Roland Holst: Verzameld Werk. Poezie II. G. van Oorschot 1981
Jean Genet: De Koorddanser. Uitgeverij Vleugels 2019.
Jean Genet: De Meiden e.a.. De Bezige Bij 1977.
Thomas Bernhard: Uitgeverij Vleugels 2019.
Thomas Berhnard: Het Jachtgezelschap & De Wereldverbeteraar. Baal 1980.
Albert Camus: De Pest. De Bezige Bij 1948.

Zie ook op Brabant Cultureel
Dichters over het coronavirus

Wereldpremière van een prachtige nieuwe Nederlandse opera noodgedwongen online

© Brabant Cultureel 2020