Van culturele onthouding en Abraham

Sociale onthouding? Zeg maar gerust culturele onthouding. Deze weken had ik kaartjes voor drie voorstellingen in het Opera Forward Festival, drie in Festival Cement, een voor Theaters Tilburg, een voor het Muziekgebouw in Eindhoven, een voor een operaregistratie in Pathé en nog een afspraak om met vrienden naar De Pont te gaan in Tilburg. Wat nu?

door Arnold Verplancke

Lang geleden bij de lokale krant in Tilburg, die toen nog Het Nieuwsblad heette, kregen journalisten ’s ochtends kattebelletjes van de hoofdredactie. ‘Hoe in Tilburg??’, stond er gekrabbeld naast een landelijk nieuwsbericht. De hoofdredactie van Brabant Cultureel treedt in die voetsporen. ‘Hoe kunnen wij de liefde voor cultuur in deze tijden van corona levend houden?’, moedigt hij de vrijwillige redactieleden aan. Geef tips aan de lezers om de tijd door te komen.

Lastig, als je zoals ik gewend ben om vaak naar theater te gaan. Programma’s op televisie kan ik lezers nauwelijks aanraden, omdat ik ze zelf niet ken. Als een buurvrouw begint over mensen die bekend zijn via de tv, begin ik glazig te kijken. BN’ers heten die tegenwoordig. Geen idee. Ik zag toevallig Matthijs van Nieuwkerk deze week op tv, met schrijfster Tonke Dragt. Voor het eerst in minstens een jaar dat ik hem voorbij zag komen, dankzij deze culturele vastentijd.

Programma’s op televisie kan ik lezers nauwelijks aanraden, omdat ik ze zelf niet ken.

Concertzender

Mijn tv slijt alleen van het NOS- journaal, nieuwsuitzendingen van de buurlanden en de kanalen 503-506 van Ziggo: CNN, BBC, Euronews en Al Jazeera. Oh ja, en 613 natuurlijk: Stingray Classica, de concertzender. Die kan ik u aanbevelen, maar met mate. Als u teveel kijkt, zoals ik, dan komt pianist Daniel Barenboim te vaak langs en zou u de musici van de Berliner Philharmoniker op straat herkennen. Tenminste als ze niet ouder waren geworden, want de opnamen van Stingray zijn wel van minstens tien jaar geleden.

Liftknopjes, bron van besmetting?

Nee, de meeste aandacht van mij gaat nu zitten in het niet-besmet raken. Ik woon in een hoog appartementengebouw waar de vier liften in de praktijk onmisbaar zijn om naar buiten te kunnen. Om besmetting te voorkomen – zoals in een ander groot complex, waar de bewoners nu een soort isolement is aanbevolen – luidt het devies hier: laat de lift voorbijgaan als er al iemand in staat en wacht op de volgende. Zoiets wat ik op het station doe als de trein vol staat met mensen. Maar nu gaat het om een of twee medebewoners in de lift.

Lukt dat om jezelf te vrijwaren van besmetting? Lastig hoor. Een overeenkomst tussen Mark Rutte en mijzelf is dat ik automatisch iemand een hand geef. Afleren? Gemakkelijker is om afspraken af te zeggen. Zo raakt mijn agenda nog leger. Maar besmetting kan natuurlijk ook via de liftknopjes, bedenk ik te laat als ik er al op heb gedrukt. Ik kan beter met mijn elleboog of met mijn mouw het knopje aanraken, maar dan heb ik al met mijn blote vinger gedrukt op 0 van de begane grond, -1 van de garage of >< deuren sluiten. Juist de meest gebruikte natuurlijk. Nou ja, dan maar weer handen wassen.

Persconferentie

Nog wel een aanrader voor de lezers van Brabant Cultureel: sla geen persconferentie van Rutte cum suis over. Als theaterliefhebber geniet ik. Drie acteurs: een premier, een minister en een vaderlijke deskundige van het RIVM, een optimistisch gekleurde achterwand, een paar lessenaartjes als rekwisieten en vooral de juiste toon.

Nog wel een aanrader voor de lezers van Brabant Cultureel: sla geen persconferentie van Rutte cum suis over. Als theaterliefhebber geniet ik.

Die drie spelers weten al hoe ernstig het is en welke maatregelen ze gaan afkondigen, maar ze klinken niet autoritair of uit de hoogte. Nee, ze praten als gewone geduldige onderwijzers die bijna op de hurken gaan zitten om het nog eens goed uit te leggen. Journalisten mogen lastige vragen stellen, dan geven ze gewoon dezelfde antwoorden nog een keer, maar in andere woorden. Vooral de bebaarde RIVM-man steelt mijn hart. Ik denk niet dat hij aan het eind van de serie de booswicht blijkt te zijn.

Wat doe je nog meer dan al die nieuwszenders bijhouden en oude concerten op tv zien? Boodschappen natuurlijk, want een mens moet toch eten. Pas dankzij het journaal kom ik er achter dat wc-papier kennelijk een levensbehoefte is. Ik thuis gauw tellen, maar ik heb nog zeven rollen te gaan, dus geen paniek. En lezen natuurlijk.

Shakespeare

Boeken uit de boekenkast van Arnold Verplancke.

Ik heb van een vriendin Minnebrieven gekregen van Multatuli, en niet eens omdat hij tweehonderd jaar geleden geboren is. Prachtig om te lezen hoe hij schrijft aan zijn fantasievriendin Fancy, maar vooral voortborduurt op zijn bekende Max Havelaar. In het kader van de Boekenweek ligt hier ook het essay van Özcan Akyol, Generaal zonder leger. Dat heb ik halverwege terzijde gelegd. Tegenwoordig voel ik mij niet meer verplicht een boek uit te lezen. Als ik na veertig bladzijden wel weet wat de schrijver mij wijzer wil maken en hoe, dan geloof ik het verder wel. Zoals met het werk Is Shakespeare ook onder de profeten? van dr. Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk Nederland. Het boek is van mijn goede vriend en collega Nico Koolsbergen geweest. Zijn weduwe gaf het mij met een paar dozen andere boeken over kerk en theologie.

Het vraagteken in de titel zegt eigenlijk voldoende, zoals ik ook bijna nooit begin aan een krantenartikel met een vraagteken in de kop. Als de schrijver het zelf niet weet, waarom zou ik het dan gaan lezen? Maar goed, van Plaisier toch even het hoofdstuk over Hamlet doorgenomen. Tja, dat Shakespeare evenals zijn tijdgenoten denkt vanuit een christelijke levensbeschouwing als zijn natuurlijke habitat, zal niemand tegenspreken. Dat staat ook al in de inleiding. Maar een profeet? Daar laat Hamlet zich in ieder geval niet voor gebruiken.

William Shakespeare, uitsnede uit een portret van John Taylor, circa 1610. Schilderij staat ook bekend als The Chandos Portrait. Bron > National Portrait Gallery Londen.

Vervolgens heb ik grinnikend nog even wat pagina’s gescand uit Publikumsbeschimpfung van Peter Handke. Dat had mijn (stief)zoon nodig voor een werkcollege dat hij zou geven. Zal door de corona ook niet doorgaan, vrees ik.

Abraham

Tja, allemaal boeken die ik de lezers van Brabant Cultureel niet gauw zal aanraden. Oh ja, Bijbel en Koran heb ik ook nog even opgeslagen, want een vriendin vroeg me iets meer te vertellen over Abraham. Dat kwam eigenlijk door de geboortegrot van Abraham/Ibrahiem. In januari was ik met Nederlands-Turkse vrienden in Oost-Turkije waar we ook Şanlıurfa aandeden. Daar is die geboortegrot, een trekpleister voor toeristen en pelgrims. Via whatsapp deed ik haar de groeten met een foto erbij. Vandaar haar vraag naar Abraham, een mythologische figuur uit oude joodse verhalen. Hij komt voor in het boek Beresjiet, het eerste boek van de Tora, genoemd naar de eerste woorden: beresjiet bara elohiem, ‘In het begin schiep God…’. Bij Christenen heet dat boek Genesis, het begin van de Bijbel.

Abraham is een bekende aartsvaderlijke figuur in die mythologische verhalen. Niet alleen bij joden en christenen staat hij in hoog aanzien, maar ook bij moslims die hem kennen als Ibrahiem. Verhalen over hem in Tora en Bijbel enerzijds en in de Koran anderzijds verschillen veel. Maar het offer van Abraham komt in alle boeken voor, zij het in verschillende lezingen. Wat ik voor mijn vriendin samenvat, staat hieronder. Maar ik raad mensen die erg geloven in de letterlijke ‘heilige’ teksten aan om niet verder te lezen.

Booswicht

In de Bijbel is Abraham de zoon van Terach, in een stad genaamd Ur die wordt gedacht in het huidige Irak. Abraham trouwt met Sara en trekt richting Kanaän. Over een geboortegrot staat niets in de Bijbel. Wel komt dat verhaal voor in de Midrasj, commentaren en aanvullingen op de Tora, geschreven door rabbijnen in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Daar is sprake van een koning Nimrod. Ook in de overlevering van moslims blijkt hij de booswicht. Nimrod ziet aan de sterrenhemel een groot licht, raadpleegt astrologen en krijgt te horen dat er een kind op komst is dat machtiger zal zijn dan hij. Vervolgens gelast hij alle kinderen te vermoorden de komende negen maanden. Een legende die wel erg lijkt op vertellingen rond de geboorte van Jezus later.

De vrouw van Terach krijgt dit van haar God te horen en baart haar zoon Abraham stiekem in een grot. Veel moslims beschouwen de grot in het nu Turkse Şanlıurfa als de plek waar Abraham is geboren en zelfs in de eerste jaren veilig opgroeide in een soort sociale onthouding.

Terug naar de Bijbel, waar ‘de Heer’ (ook de nieuwe Bijbelvertaling duidt het opperwezen zo nog aan) Abraham onder meer belooft zijn nageslacht tot een groot volk te maken. Leuk en wel, maar daarvoor heb je kinderen nodig. En zijn vrouw (en halfzus) Sara krijgt, ondanks alle pogingen, maar geen kinderen. Het klinkt vreemd in onze oren, maar niet in die prehistorische tijd (rond 1800 BCE wellicht): om Abraham kinderen te schenken, vraagt Sara haar man om de slapen met haar Egyptische slavin Hagar. Deze vrouw van een vreemd volk raakt wél in verwachting en baart een zoon die zij de naam Ismaël geeft. Abraham is intussen zesentachtig jaar volgens de Bijbel.

Verhalenbundels

Misschien goed hier nog even op te merken dat de Tora en Bijbel geen geschiedenis- of biologieboeken zijn, maar verhalenbundels, bedoeld om gelovigen te onderwijzen en op het rechte pad te houden. Geschiedschrijving zoals wij die kennen, is amper een paar honderd jaar oud en niet duizenden jaren. Als Methusalem pas sterft als hij 969 jaar oud is, zal iedereen begrijpen dat dit niet letterlijk moet worden genomen. Als in de Bijbel een mens ongelofelijk oud wordt, of een vrouw op een onmogelijke leeftijd nog een kind krijgt, of sterker nog, een maagd een kind baart, moet je dit beschouwen als tromgeroffel: opletten luisteraars, tijdgenoten van toen, nu gebeurt er iets bijzonders. Dit is een bijzonder kind, wordt een bijzonder mens.

Abraham offert zijn zoon Isaäk, schilderij van Rembrandt, 1635. Het schilderij bevindt zich in de Hermitage in St. Petersburg.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit, want als Abraham negenennegentig is, komt de Heer opnieuw. Hij kondigt aan dat Sara ondanks haar hoge leeftijd ook zelf nog kinderen zal krijgen. En hij sluit met Abraham het verbond dat hij alle zonen zal moeten besnijden. Het verwijderen van de voorhuid zal het teken zijn van de verbintenis met God. Dat geldt zowel voor de eigen zonen als voor die van de slavinnen. Abraham besnijdt diezelfde dag nog Ismaël – inmiddels dertien jaar oud – en alle anderen mannelijke huisgenoten.

Zoals beloofd, krijgt Sara een jaar later een kind. Zij is dan negentig, Abraham honderd en het kind gaat Isaäk heten. Moeder Sara laat zich van haar slechte kant zien als zij wil dat Hagar en haar zoon Ismaël worden weggestuurd. ‘Ik wil niet dat mijn kind later de erfenis moet delen met de zoon van die slavin’,” zegt ze letterlijk in de nieuwe Bijbelvertaling. Abraham is daar niet blij mee, maar God komt weer tussenbeide en belooft dat ook uit de zoon van de slavin een volk zal voortkomen.

Hagar doolt met haar zoontje rond in de woestijn. Bijna sterven zij, maar God grijpt in. Hagar ziet daardoor plotseling een waterput (Bijbel) of er ontstaat een bron op de plek waar Ismaël met zijn voetjes in het zand wrijft (Islamitische Hadith). We slaan natuurlijk van alles over als we nu verder springen naar wat bekend staat als het offer van Abraham dat door de grootste schilders ontelbare keren is afgebeeld. God geeft Abraham een onmenselijke opdracht, puur om hem op de proef te stellen. Hij moet zijn zoon Isaäk offeren. 

Rotstreek

Ook al probeer je in gedachten terug te gaan naar een tijd dat mensenoffers wel meer voorkwamen, dan nog is het natuurlijk een onvoorstelbare rotstreek om aan een vader te vragen juist die eerstgeboren eigen zoon van hem te slachtofferen. Abraham zegt daarover niets tegen zijn vrouw. Zijn zoon lokt hij mee met een smoesje over een brandoffer en hij gaat met hem de afgesproken berg op. Isaäk vraag nog wel onnozel ‘waar is het lam voor het offer’, maar heeft niets door. Abraham maakt een altaar, bindt zijn zoon vast en legt hem op de brandstapel. Wanneer hij een mes pakt om Isaäk te slachten, grijpt een engel van de Heer in en zegt dat Abraham heeft bewezen gehoorzaam genoeg te zijn en voldoende ontzag voor God te hebben. Hij mag dan een ram slachten die toevallig verstrikt is geraakt in de struiken.

Abraham offert Isaäk, schilderij van Caravaggio, 1603. Opvallend verschil met het schilderij van Rembrandt: de angst in het gezicht van de zoon. Het schilderij bevindt zich in de Uffizi Galerie in Florence.

Voor gelovigen is dit vreselijke verhaal bedoeld om te laten zien hoe gelovig Abraham is en hoe voorbeeldig hij God gehoorzaamt. Maar voor niet-gelovigen is het evenzeer leerzaam, maar juist met een tegengestelde boodschap. Goed beschouwd is Abraham bereid om voor een soort onzichtbaar, bovennatuurlijk wezen zelfs zijn eigen zoon te slachtofferen. Dat alleen maar voor een idee, een geloof, een ideologie.

Laat dat een waarschuwing zijn aan alle mensen en hun heersers om nooit zo verblind achter een idee aan te lopen

Laat dat een waarschuwing zijn aan alle mensen en hun heersers om nooit zo verblind achter een idee aan te lopen. Niet te geloven in een hoger doel dat alle middelen heiligt, zelfs het doden van je eigen zonen. En ook die Heer laat zich weer van een slechte kant zien. Hij bedondert Abraham door hem zo op de proef te stellen, door te eisen dat hij zijn natuurlijke band van vader en zoon verloochent en hem stiekem zal vermoorden voor… ja wat? Voor blinde gehoorzaamheid aan iets ongrijpbaars.

Wij

Ik pak even de Koran erbij waar dit verhaal ook in voorkomt. Daar heten de hoofdrolspelers Ibrahiem, Isma’iel en Ishaak. De God die dit verhaal kort vertelt, noemt zich Wij. Belangrijk verschil met het verhaal uit Tora en Bijbel is dat volgens de Koran Ibrahiem open kaart speelt en tegen zijn zoon zegt dat hij hem moet offeren. Hij vraagt hem zelfs wat de zoon er van vindt. De zoon – hier niet met name genoemd – antwoordt: ‘Mijn vader, doe wat je bevolen is. Je zult merken dat ik, Inshâ’Allâh (als God het wil), iemand ben die geduldig volhardt.’

Vader en zoon onderwerpen zich aan de wil van Allâh en dat is voor het opperwezen voldoende. Het is geen onbelangrijk verschil dat Ibrahim zijn zoon laat instemmen, terwijl Abraham hem onkundig houdt over zijn lot. Maar in beide gevallen vraagt een soort bovennatuurlijk fenomeen blinde gehoorzaamheid en stelt die boven medemenselijkheid of de natuurlijke plicht van een ouder om een kind te beschermen in plaatst van te offeren.

Naam

Interessant is nog dat de Koran de zoon geen naam geeft, maar dat in de Hadith (interpretatie en aanvulling op de Koran) Isma‘iel als de bewuste zoon wordt beschreven en niet Isaäk. Isma’iel wordt gezien als de voorvader van het Arabische Volk. De bron die hij indertijd per ongeluk met zijn voetjes in de woestijn heeft gemaakt, heet Zamzam en ligt volgens de traditie nu onder de grote moskee van Mekka, de plek waar ook de Ka’aba staat.

Laat het offer van Abraham dus voor gelovigen het toppunt zijn van zijn gehoorzaamheid. Moslims gedenken dit bovendien nog jaarlijks tijdens hun Offerfeest. Maar je kunt er als weldenkend mens evenzeer een waarschuwing in zien om niet voor ideologieën, bovennatuurlijke wezens of wereldlijke machthebbers andere mensen op te offeren. Met een kritische blik kan het lezen van de Bijbel in tijden van sociale en culturele onthouding dus even aanbevelenswaard zijn als het lezen van Griekse mythen of van Shakespeare.

© Brabant Cultureel 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.