Sporen van Belgische afscheiding in Noord-Brabants landschap

Een leger van meer dan 20.000 man bivakkeerde vanaf 1831 op de heide in twee grote legerkampen bij Oirschot en bij Rijen. Van het neersabelen van de Belgische onafhankelijkheid kwam niets terecht, maar pas in 1893 verlieten de laatste militairen hun kwartier en kwam er een eind aan deze negentiende-eeuwse koude oorlog. Een boek, een tentoonstelling en nieuw archeologisch en landschapshistorisch onderzoek brengen deze tijdelijke steden van linnen en heideplaggen in beeld.

door Lauran Toorians

In 1815 werd tijdens het Congres van Wenen bedacht dat op en in het Europa van na Napoleon ruimte was voor een Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De voormalige Republiek ging daarin samen met het tegenwoordige België één koninkrijk vormen. Willem Frederik van Oranje-Nassau werd als Willem I koning en doordat hij ook groothertog van Luxemburg was, ontstond er ook een nauwe band met dit hertogdom en werd een soort proto-Benelux in het leven geroepen.

Het resultaat was een koninkrijk met vanaf het begin tal van ingebouwde problemen. Zo waren er officieel twee hoofdsteden, Den Haag en Brussel en twee officiële landstalen: Nederlands en Frans, wat in het geval van het Frans zowel bij de Walen als bij de Vlamingen op problemen stuitte. Waals is weliswaar een Romaanse taal, maar het is bepaald geen Frans. Bovendien bestond er een grote tegenstelling tussen het – zeker qua politieke macht – overwegend protestantse noorden en het vrijwel volledig katholieke zuiden en liepen noord en zuid ook in economisch opzicht volstrekt uit de pas. Lang hield dit verstandshuwelijk dan ook geen stand.

Separatisten
Op 25 augustus 1830 vond in Brussel een opvoering plaats van de opera De Stomme van Portici (La Muette de Portici) die twee jaar eerder in Parijs haar première had beleefd. Een aria waarin de ‘heilige liefde voor het vaderland’ werd bezongen, vormde de aanleiding voor rellen die een groep Fransgezinde separatisten vooraf had gepland. Zoals gehoopt leidden deze rellen tot een volksrumoer, dat door de Brusselse burgerij met een inderhaast gevormde Burgerwacht in bedwang werd gehouden. Dit volksoproer vormde het vlammetje in het kruitvat dat het koninkrijk in het zuiden inmiddels was.

Het legerkamp in Rijen, Anoniem, 1831-1835 (Rijksmuseum)

Het legerkamp in Rijen, Anoniem, 1831-1835 (Rijksmuseum)

De opstandelingen formeerden een Voorlopig Bewind van de Zuidelijke Nederlanden en riepen op 4 oktober 1830 de Belgische onafhankelijkheid uit (al was toen nog onduidelijk wat dat nieuwe land precies zou gaan omvatten). Het regeringsleger reageerde op de kleine troepenmacht die de nieuwe Belgen in Brussel verzamelden, maar was niet voorbereid op een guerrillaoorlog in de vaak smalle straten van de historische binnensteden. Het grotendeels Franstalige leger raakte al snel in ontbinding en werd – voor zover het niet overliep – bijna geheel uit de zuidelijke provincies verdreven. Dat met name Nederlandse historici zich met deze gebeurtenis niet goed raad weten, blijkt wel uit het feit dat we er niet één naam voor hebben. Belgische Revolutie, Belgische Opstand en Belgische Omwenteling zijn allemaal gangbare termen.

Ook elders in Europa braken in deze zelfde periode opstanden uit die deels stoelden op verzet tegen de uitkomsten van het Congres van Wenen. Op 27 juli 1830 was dat ook in Parijs gebeurd en dat zal de Brusselaars zeker hebben geïnspireerd en gesterkt in hun aspiraties. Willem I reageerde bepaald inadequaat en even dreigde de hele zaak te escaleren tot een nieuwe Europese oorlog. De grootmachten Frankrijk en Engeland werden het echter snel eens dat België dan maar een onafhankelijk land moest worden, met een eigen koningshuis en een door deze grootmachten gegarandeerde ‘eeuwigdurende’ neutraliteit.

Veldtocht
Willem I kon echter moeilijk verkroppen dat hij zomaar zijn ‘halve’ koninkrijk moest opgeven. In een laatste poging zijn eer te redden, liet hij op 2 augustus 1831 zijn leger nog een aanval uitvoeren op Belgisch grondgebied. Dit werd de Tiendaagse Veldtocht die weliswaar geen totale mislukking werd, maar door Frans ingrijpen haar ultieme doel niet kon verwezenlijken. De veldtocht begon met schermutselingen en gevechten in het (huidige) grensgebied onder Tilburg om vervolgens tot diep in België door te stoten. Dit gebeurde vooral vanuit twee grote legerkampen op de heide bij Rijen en bij Oirschot en het zijn deze kampementen die recent letterlijk in het licht zijn gekomen.

Met deze fameuze Tiendaagse Veldtocht en de Belgische onafhankelijkheid kwam er niet meteen een einde aan deze legerkampen. Nederland bleef een aanval op de zuidelijke grens vrezen en de kampementen bleven tot in 1834 in gebruik, met een volle bezetting en grootscheepse oefeningen in de zomermaanden. Nog tot in 1839 bleven daarna in Noordbrabantse dorpen en steden militairen ingekwartierd en heerste er een soort koude oorlog tussen Nederland en België.

Dit historische verhaal maakt deel uit van de Vaderlandse Geschiedenis en in 2005 wijdde het Noordbrabants Museum er onder de titel Broedertwist nog een expositie aan. Daar was ook te zien dat het niet ontbreekt aan afbeeldingen en beschrijvingen zoals brieven en dagboeken van militairen, naast het meer formele archiefmateriaal. Wat tot voor kort echter veel minder bekend was, is waar die legerkampen zich precies hebben bevonden en hoe die eruit zagen. Nieuw onderzoek in zowel Rijen als Oirschot werpt daar nu licht op.

Hoogtebestand
In Oirschot gebeurt dat op relatief traditionele wijze doordat een aantal liefhebbers de handen ineen sloegen en vooral op grotere schaal archiefonderzoek gingen doen. Onder de paraplu van het Kapittel van Oirschot vormden zij een werkgroep met als resultaat een mooi en informatief boek en een leuke tentoonstelling in Museum de Vier Quartieren in het centrum van Oirschot. Het legerkamp bevond zich ten zuiden van Oirschot en direct ten oosten van Oostelbeers op wat toen nog een uitgestrekte heide was. Bij Rijen lag het kamp min of meer langs de huidige – toen nog niet bestaande – N282, juist ten noorden van het huidige vliegveld Gilze-Rijen.

Enkele liefhebbers onder aanvoering van Jan Roymans, archeoloog bij archeologisch adviesbureau RAAP, slaagden er aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en al wandelend in het terrein in om de restanten van het kamp bij Rijen nauwkeurig aan te wijzen. Met name het AHN bleek daarbij van cruciaal belang. Dat is een digitaal bestand dat door iedereen op internet kan worden geraadpleegd en dat is vervaardigd door vanuit een vliegtuig met laser zeer nauwkeurig het reliëf van Nederland op te meten. Inmiddels is er al een derde versie, maar vooral het AHN2 is momenteel volledig en gemakkelijk toegankelijk. Het is daarbij mogelijk tot op perceelsniveau in te zoomen en dan hoogteverschillen van ongeveer tien centimeter zichtbaar te maken. Gebouwen en bomen kunnen worden weggefilterd en zo worden bijvoorbeeld tractorsporen op een geploegde akker direct zichtbaar.

Kookkuilen
Waar bij Rijen van 1831 tot in 1839 een enorm tentenkamp stond, staan nu bomen die voor de wandelaar het zicht op het terrein belemmeren. Hooguit is op het oog nog een flink aantal rechthoekige kuilen zichtbaar. Die liggen op regelmatige afstanden van elkaar op een lange rij en zijn omgeven door een laag walletje. Het zijn de restanten van ‘kookkuilen’ waarin boven open vuren werd gekookt voor de ‘bewoners’ van een groep bijbehorende tenten. Dat het hele tentenkamp in lange, regelmatige rijen was opgebouwd, is bekend door plattegronden die bewaard zijn gebleven. Maar het AHN2 maakt duidelijk dat de tenten bij Rijen waren opgezet op individuele terrassen van plaggen die zullen hebben gediend om de boel droog te houden. Die verhoginkjes zijn maar enkele centimeters hoog, maar via het AHN nog zeer herkenbaar en voor wie bereid is languit op de grond te gaan liggen ook in het terrein nog terug te vinden. Zeker bij Rijen is zo een bijzonder groot deel van de afdruk van het legerkamp in het landschap nog steeds aanwezig. Bij Oirschot is er sindsdien in het landschap meer gebeurd en bleef deze afdruk minder intact. Toch laat het AHN ook daar nog een mooie rij kookkuilen zien.

De locatie van het kamp bij Oirschot was al veel eerder ontdekt door de lokale amateurarcheoloog Antoon Verspaandonk, die er mede met behulp van een metaaldetector gedurende vele jaren een grote collectie vondsten vandaan haalde. Die variëren van gespen en knopen, via horlogesleuteltjes tot talloze pijpenkoppen, scherven van aardewerk en glas tot andere gebruiksvoorwerpen. Een deel van deze vondsten is nu te zien in de al genoemde tentoonstelling waar een ook een maquette van een deel van het kamp valt te bewonderen. In combinatie met enkele lijsten met getallen doet die maquette pas beseffen hoe groot deze ‘steden van linnen en heideplaggen’ zijn geweest. In elk van beide kampen bevonden zich ongeveer 10.000 mannen. Ook de circa driehonderd officieren die daarbij hoorden, hadden hun tenten in het kamp, maar zij mochten ook in de omliggende dorpen in kwartier.

Moeder
Vrouwen waren er ook, maar uiteraard waren zij een minderheid in functies als wasvrouw, winkelierster, prostituee (maar dat was geen officiële functie) en een enkele keer – verkleed als man – als soldaat. Van één vrouw is bekend dat zij in het kamp een kind baarde. Zij had verkleed als man dienst genomen om zo bij haar man te kunnen blijven en voldeed blijkbaar zo goed als soldaat dat zij mocht blijven nadat zij moeder was geworden.

Het kamp voorzag in principe in alles wat de manschappen nodig hadden, dus er waren ook winkels (tabak was erg belangrijk) en kerken voor zowel protestanten als katholieken. Het totale terrein dat zo’n legerkamp in beslag nam, was ruim drie kilometer lang en iets meer dan een kilometer breed. Centraal in beide kampen bevond zich de tent van de prins, de latere koning Willem II. Vaak zal hij niet bij Rijen of Oirschot hebben gekampeerd, maar als hij daar aandrang toe voelde, stond zijn bedje gespreid.

De tentoonstelling Het legerkamp bij Oirschot, 1832-1834
is nog t/m 4 september 2016 te zien in Museum de Vier Quartieren in Oirschot.

www.museumdevierquartieren.nl

Nicoline van Tiggelen, Marcel van der Heijden & Jos van Gils (red.),
Het legerkamp bij Oirschot, 1832-1834.
Hollandse militairen en Brabantse burgers bij de Belgische afscheiding.
Oirschot: Brainport Publishing 2016, ISBN 978-90-808642-2-1, hb., € 19,90.

Het Legerkamp Bij Oirschot

Het Actueel Hoogtebestand Nederland
www.ahn.nl

 

© Brabant Cultureel – juni 2016