FOMO? Nee hoor, ik ben gewoon in de kunst verdwaald, prima

door JACE van de Ven

We leven in een tijd dat er van alles teveel is. Teveel verpakkingsmateriaal, teveel overbodige voorwerpen, teveel kunstenaars en teveel kunst. Er zijn volgens mij nogal wat kunstenaars die niet uit een innerlijke drang kunstenaar zijn geworden, maar die op de middelbare school via het afstrepen van lastige vakken om te komen tot een pretpakket in een kunstopleiding zijn beland. Nee, toch maar geen arts, want dan moet je scheikunde hebben en veel te lang studeren en daarna nog altijd klaarstaan. En, nee, toch maar geen advocaat met die gevaarlijke criminelen allemaal. Maar misschien is fotograaf wel iets, dan hoef je niet eens zelf te kunnen tekenen en een knopje indrukken kan iedereen. Of de popacademie of een musicalopleiding, want vroeger op schoolkamp was ik misschien wel de beste playbacker die onze school ooit gekend heeft.

Met die geringschattende opmerkingen wil ik niet zeggen dat er niet veel goede kunst gemaakt wordt. Wie op de middelbare school creatief is in het wegstrepen van moeilijke vakken, is vaak ook creatief in de omgang met het leven en alles wat ermee samenhangt. En als hij of zij uitgedaagd wordt door een goede docent kan zijn of haar ongeïnteresseerde levensweg zomaar omslaan in een queeste naar het wie, wat, waar en waarom achter alles. En de verbeelding daarvan. Dus weer een kunstenaar erbij. En de nodige kunstwerken die dat oplevert. Teveel!

Vernietig de helft van wat er op de wereld aan kunst gemaakt wordt en er is nog teveel

Vernietig de helft van wat er op de wereld aan kunst gemaakt wordt en er is nog teveel. Ik heb minstens drie vrienden – en misschien wel meer, maar dat zijn dan stille genieters – die het hele jaar stad, land en werelddeel afreizen om exposities, concerten en voorstellingen te bezoeken die er toe doen. Ik niet, ik hou het allemaal niet bij. De helft van de namen in de culturele bijlagen van de NRC of de Volkskrant ken ik niet. Maar ik schrijf wel over kunst. Je moet maar durven. Hoe groot is het deel van de hedendaagse kunst waar ik niets vanaf weet?

Op de laatste redactievergadering van Brabant Cultureel sprak ik deze wanhoopskreet hardop uit. Enkele collega’s moesten erom glimlachen. Volgens hen leed ik aan FOMO. FOMO is de afkorting voor ‘Fear Of Missing Out’, de angst, of tenminste toch het ongemakkelijk gevoel dat je kan ervaren als je het idee hebt iets van belang te missen. Dit kan gaan om een ervaring, een sociale bijeenkomst, een evenement of wat dan ook. Je had jezelf met je armzalige leventje ergens kunnen manifesteren, maar je hebt het niet gedaan, omdat je er verdorie niet van op de hoogte was. En anderen wel.

Het is allemaal zo moeilijk geworden sinds men de kunst hedendaags is gaan noemen. Sindsdien kan alles. We zijn aan de -ismen voorbij, alles mag. Een groot aantal van de kunstenaars die ik niet ken, maar wiens of wier werk ik toevallig ontmoet, kan ik niet plaatsen doordat de onderhavige kunstenaar met zijn oeuvre reageert op een andere, eerdere kunstenaar die ik ook al niet ken. Hij of zij borduurt niet verder op een ingeslagen weg, maar bevraagt, zoals dat heet, de route die voorgangers ingeslagen zijn. Mooi. Probleem is alleen dat elke kunstenaar die iets voorstelt dat doet en dat het daarom niet meer is bij te houden. Er zijn teveel kunstenaars, er is te veel kunst. Probleem!

Nou is er tegenwoordig voor alle problemen die je in het leven ontmoet gelukkig een oplossing, je mobieltje. Je tikt de naam van de kunstenaar die je niet kent in en komt zo niet alleen te weten wie of wat hij doet, maar ook wie of wat hij bevraagt. Klaar, zou je zeggen, maar zo is dat niet. Je hebt om die gegevens te kunnen plaatsen een kapstok nodig en die kapstok is: enige kennis van de geschiedenis van de kunst. Juist genoeg om je nieuwe wetenswaardigheden aan te kunnen ophangen. Anders vervliegt je nieuw opgedane wetenschap binnen de kortste keren.

Wat kun je daar tegen doen? Je kunt, zoals mijn drie de kunst achterna reizende vrienden doen, zoveel mogelijk willen zien, horen en lezen. Daar heb je bijna een dagtaak aan, maar je krijgt er wel wat voor terug. Al kijkend en luisterend ontkom je steeds meer aan de platvloersheid van de alledaagse werkelijkheid, je wordt deelgenoot van de dialoog die de kunst voert met alles om ons heen. Je kunt meepraten in een internationale discussie die aan velen van ons voorbij gaat. Ik heb meer met hen dan met degenen die de wereld afreizen om Formule I races te zien.

Zelf kan ik soms heel lang zonder uitvoeringen of exposities. Tussen mijn culturele kennissen is dat niet altijd makkelijk, je moet nog al eens toegeven een boek niet gelezen of een tentoonstelling niet gezien te hebben, of de naam van een new born star niet te kennen. Op gevaar af niet langer voor vol te worden aangezien. Maar het geeft ook rust. Als je goed uit de ogen kijkt en probeert de kunst die je wel ontmoet te ondergaan en mogelijk te doorleven, is het zelfs een prachtig spel om je aan de hand daarvan een voorstelling te maken van hoe de kunst is die je nog niet ontmoette. Een pracht van een spel, je zou ermee in een gevangeniscel kunnen overleven.

Zelf kan ik soms heel lang zonder uitvoeringen of exposities. Dat geeft rust

Dus schrijf ik als gedepriveerde kunstconsument toch over kunst en ga daar mee door, omdat het een middel is om mijn gedachten over de verschijningsvormen van de cultuur nog enigszins te vormen. Maar verwacht van mij geen gidsfunctie. Wie op mijn schrijfsels vaart als ware ik een loods zal verloren varen in de kunsten en hooguit toevallig een paar mooie dingen ontdekken. Er wordt zomaar ergens aangelegd, zomaar ergens een deur geopend, zomaar ergens onder een steen gekeken of een melodietje opgevangen.

Nee, geachte collega’s, ik lijd niet aan FOMO. Ik weet (te) weinig van hedendaagse van kunst, maar zou heel veel meer ervan ook niet aankunnen. De kunst zou voor mij teveel op wetenschap gaan lijken, met dissertaties vol voetnoten en meningen van andere kunstgeleerden die je ook moet kennen. Nee, laat mij maar door mijn dakraam naar de voorbijdrijvende kunstwolken kijken, zoals ze ook passeren op de spiegel van Anish Kapoor op het plein voor Museum De Pont in Tilburg. Als Bloem voel ik mij daarbij ‘domweg gelukkig in de Dapperstraat’, terwijl ik besef dat er ongetwijfeld mooiere straten zijn.

Beeld > voorpagina: Thom Puckey | ondergrondse fontein, beeldentuin Museum Arnhem • Leandro Erlich | Swimming Pool, Museum Voorlinden, Wassenaar • Najia Mehadji | Vague, musée d’art moderne, Céret • Diana Scherer | Interwoven # 9, Museum Kranenburgh, Bergen • Miriam Knibbeler | Ortus, Museum MORE, Gorssel • Anish Kapoor | (achterkant) Sky Mirror, Museum De Pont, Tilburg. Alle foto’s > Hans Lodewijkx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *