Jasper Mikkers legt de schoonheid vast van de uitstervende taal der katholieken

Jasper Mikkers is bezig met een literair monsterproject, de (her)uitgave van de zevendelige romancyclus ‘Het wolfsbit’. Het tweede deel, getiteld ‘Het einde van de eeuwigheid’, is onlangs verschenen en beschrijft de periode tussen 1961 en 1968 uit het leven van Mikkers’ alter ego Henri Pafort. 

door Peter van Vlerken

Met enige vertraging bezorgde de post het boek Het einde van de eeuwigheid van Jasper Mikkers. Het beschrijft de tijd die het romanpersonage Henri Pafort doorbrengt op het seminarie. Ik stel mij voor dat ik niet thuis ben als het boek wordt gebracht en mijn kinderen het aannemen van de pakketbezorger. Hij heeft ervoor moeten aanbellen, want het is zo dik dat het niet door de brievenbus past. Ik stel me ook voor dat mijn kinderen zo nieuwsgierig zijn dat zij het pakket openmaken om te zien wat erin zit. Een boek dus, een maar liefst 761 bladzijden tellend boek nog wel. Hoezeer ik ook mijn best heb gedaan, voornamelijk door hen te tonen een lezer te zijn, lezers zijn mijn kinderen (nog) niet geworden en ze zullen het boek daarom vast en zeker zonder het in te zien klaarleggen voor mij.

Zeker dat ze veel woorden tegenkomen die ze niet kennen

Toch wil ik mij graag indenken dat mijn kinderen zo benieuwd zijn waar zo’n dik boek dan wel over mag gaan dat zij er toch in beginnen te lezen. Wat ik zeker weet, is dat ze veel woorden tegenkomen die ze niet kennen. Te beginnen het woord ‘seminarie’ al niet, want het katholieke jargon behoort niet tot hun woordenschat, omdat het geloof bij hun vader al ver voor hun geboorte zo ongeveer was afgeschaft. Goed, ze hebben intussen weleens in de kerk gezeten, bij begrafenissen voornamelijk, maar de liturgie (‘liturgie, pap wat is dat?’) is grotendeels langs hen heen gegaan, zoals vrijwel alle andere woorden die met het katholicisme te maken hebben.

Ook als wel degelijk katholiek opgevoede jongen en als oud-misdienaar verbaast het mezelf soms dat zelden nog gebruikte woorden zoals ‘sacristie’, ‘brevier’, ‘chambret’ en ‘retraite’ in mijn geheugen zijn blijven hangen. En ik verbaas me misschien nog meer over het genoegen waarmee ik ze teruglees in het boek van Mikkers. Het is zoals Mikkers beschrijft hoe een van de broeders van het seminarie aan de ouders van een seminarist uitlegt waarom het Latijn ondanks de nutteloosheid van zo’n dode taal toch belangrijk is: omdat het mooi is, en omdat die schoonheid niet verloren mag gaan. Voor iemand als ik – noem mij een ‘reli-toerist’ – heeft het lezen van zo’n boek als dat van Mikkers veel overeenkomsten met het bezoeken op vakantie van een oude kerk, waarvan alleen al het licht en de stilte een gevoel van warme melancholie oproepen.

Jasper Mikkers. Foto > Tom Pijnenburg

De grote verdienste van het boek van Mikkers, en vermoedelijk ook van de boeken die nog volgen in de serie Het wolfsbit, is dan ook dat het in stand houdt wat dreigt te verdwijnen of voor een groot deel al verdwenen is. Dat geldt overigens niet alleen de woorden rondom het katholicisme, maar ook die van het heel het huiselijke leven van halverwege de vorige eeuw, zoals ‘plattebuiskachel’ en ‘kolenhaard’. Mikkers heeft ze kunnen opschrijven dankzij een ijzeren geheugen, een ongebreidelde verbeeldingskracht en een weemoed die volgens mij ook hem danig te pakken heeft.

Hij vindt troost en rust in ‘de groene kathedraal’

Het verhaal dat Mikkers tot in het uiterste detail vertelt, is dat van Henri Pafort die maar moeilijk kan wennen op het seminarie. Hij is er terechtgekomen omdat hij zijn moeder heeft beloofd priester te worden, maar ook omdat hij wil ontsnappen aan zijn vader. Die hebben we in het eerste deel van Het wolfsbit leren kennen als een politieman met losse handjes, ook tegenover zijn vrouw en kinderen. Pafort wordt verteerd door heimwee naar zijn boerendorp Avendonk waar hij in de natuur de vrijheid vond die hij zocht. Langzaamaan vindt hij zijn draai op het seminarie, ook omdat hij troost en rust vindt in wat Mikkers beschrijft als ‘de groene kathedraal’, het gebladerte, de vogels en de dieren waartussen God zich misschien nog het meest openbaart.

“Omdat het mooi is, en omdat die schoonheid niet verloren mag gaan.”

Dat van die ‘groene kathedraal’ staat in het derde hoofdstuk van de roman als Henri op het seminarie gezelschap krijgt van zijn neef Eugène. Het is het langste en ook het beste hoofdstuk in het boek, omdat de brave Henri daarin een tegenspeler krijgt in de persoon van de opstandige Eugène. Van Henri is dan al duidelijk dat hij nooit priester zal worden. Hij ondergaat het regiem op het seminarie gelaten, omdat hij zich realiseert dat hij na zes jaar met een gymnasiumdiploma op zak alle andere kanten uit kan dan die van het priesterschap. Wat betreft de homofiele dichter Eugène – ook hij lijkt me in veel opzichten een alter ego van de auteur – moet dat in deze bespreking maar in het midden blijven. Maar duidelijk is ook dat onder invloed van de jeugdige revolte in de jaren zestig alle vastigheden kantelen.

Speurend op het internet kom ik erachter dat de eerdere versie van Het einde van de eeuwigheid, die Mikkers schreef onder zijn welbekende schuilnaam Tymen Trolsky nog altijd verkrijgbaar is. Lezend in het introductieboekje dat de serie Het wolfsbit begeleidt, wordt duidelijk dat de nieuwe uitgave deels is gewijzigd en fors is uitgebreid. Dat geldt ook voor drie andere delen, wat betekent dat drie aangekondigde delen compleet nieuw zijn. Daar kijk ik naar uit, ook al is het meer dan een flinke kluif om het allemaal te behappen. Want het klopt wel wat mijn kinderen gezegd zouden hebben: het boek is heel dik. Ook volgens mij had het heel wat korter gekund, maar het mag ook als een grote verdienste van Mikkers worden beschouwd dat ik het maar moeilijk kan wegleggen, erin blijf lezen en woorden tegenkom als ‘borstrok’ en ‘boenwas’. Heerlijk!

Jasper Mikkers, Het einde van de eeuwigheid 1961-1968. Het wolfsbit 2. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt 2023, 761 pp., ISBN 9789464870008, pb., € 39,95.

uitgeverijaspekt.nl
jaspermikkers.nl

Lees ook op Brabant Cultureel:
Recensie deel 1: Een verlangen naar vrijheid en nestwarmte bij Jasper Mikkers [2022]
Column Jace: Poëzie over het leven in een paradijs onder de regenwolken [2021]
Opinie: Brabant hecht ontstellend weinig waarde aan kunst en cultuur [2021]
Historie: De gestolen revolutie van 1969 [2019]

© Brabant Cultureel 2023

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *