Het werk van Mark Manders is een doorlopende verkenning van ruimte en tijd

Ruimte, tijd en taal bepalen het werk van Mark Manders. Door ideeën, associaties, aan voorwerpen te koppelen creëert hij werken die samen een ‘portret’ van de kunstenaar vormen. Een nieuw overzicht van zijn werk laat zien dat hier de som duidelijk meer is dan een optelling van de afzonderlijke delen.

door Lauran Toorians

Het werk van Mark Manders laat zich moeilijk in een vakje plaatsen. Sculptuur, is de gangbare term, want het is driedimensionaal. Maar assemblage zou even doeltreffend zijn, want vrijwel steeds gaat het om combinaties van materialen en objecten die samen het werk vormen. Lastiger is nog dat Manders zijn gehele oeuvre – onaf als dat is – beschouwt als één werk, als een ‘Zelfportret als gebouw’. De afzonderlijke werken zijn dus onderdelen van een geheel en niet per se op zichzelf staande kunstobjecten, ook al gaan zij als zodanig wel de hele wereld over in de collecties van verzamelaars en grote musea.

Ruimte

‘Zelfportret als gebouw’ klinkt een beetje als ‘Concert in de vorm van een peer’ (waarmee het Nederlands Blazers Ensemble muziek van Erik Satie brengt) en dus naar absurdisme of Dada. Dat lijkt mij niet wat Manders beoogt. Zijn zoektocht is serieuzer en gaat over tijd en ruimte. De essentie van een gebouw is dat het een ruimte definieert. Als er een gebouw is, in welke vorm dan ook, is er een binnen en een buiten en dat is een bijna magisch gegeven. Er is een deel van de wereld, van de werkelijkheid, afgezonderd en daar kun je in zijn, of juist niet. Dat idee is zo sterk dat het werkt, zelfs als het gebouw imaginair is zoals een theaterdecor of een (magische) krijtcirkel op de grond. Ook het ‘zelfportret’ is overdrachtelijk, want Manders reproduceert niet zichzelf. In ieder geval niet zoals een spiegel dat zou doen.

Mark Manders, Several Drawings on Top of Each Other, 1998-2002. Collectie Carnegie Museum of Art, Pittsburgh (purchased with funds provided by the Buddy Taub Foundation, Jill and Dennis A. Roach, Directors). Foto > Peter MacCallum

Ook tijd en de onmogelijkheid om tijd te vatten of stil te zetten, fascineert Manders en inspireert hem. Zowel gelijktijdigheid als het verstrijken van tijd, van moment naar moment, worden zichtbaar in zijn werk. Kunnen twee objecten op hetzelfde moment op dezelfde plek staan, of één object op hetzelfde moment op twee plaatsen? Het zijn vragen die de filosofisch aangelegde mens als eeuwenlang bezighouden. Het antwoord van de kwantummechanica is ‘ja, dat kan’. Maar de achtergronden van dat antwoord zijn voor een normaal brein nauwelijks te vatten. Manders is geen natuurkundige, benadert het probleem creatief en komt tot minstens zo bevredigende antwoorden.

Fox / Mouse / Belt is een iconisch werk van Mark Manders. Vos en muis gelijktijdig op één plaats kan alleen met de muis in de maag van de vos, en dus onzichtbaar. Door de muis met een riem aan de vos te binden, wordt dit verbeeld als in een hiëroglief. Tijdens de Biënnale in Venetië in 2013 vormde dit werk een installatie in een minimarkt in de stad. De bronzen van Manders zijn zodanig bewerkt dat zij eruit zien als natte klei, alsof de beelden nieuw zijn en zo weer een andere vorm kunnen krijgen. Foto > Jan Kempenaers

Mark Manders werd in 1968 geboren in Volkel waar hij ook oproeide. Zijn opleiding als kunstenaar kreeg hij aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem en daarna brak hij vrijwel meteen door in de internationale kunstwereld. Vanaf 1988 had hij zijn eigen atelier in Arnhem en in 2007 verhuisde hij naar het Vlaamse Ronse. Zijn samenwerking met Zeno X Gallery in Antwerpen duurt inmiddels al bijna dertig jaar en uit die innige samenwerking kwam een boek voort dat een mooi overzicht biedt van het werk.

Samenhang

Het mooie van dit boek is dat het een overzicht geeft van Manders’ oeuvre tot nu toe en ons daarmee ook een blik gunt in het ‘Zelfportret als gebouw’ (in aanbouw). Bij een afzonderlijk werk van Manders in een museum of galerie zou ik (en ik spreek nadrukkelijk voor mezelf) al gauw vol onbegrip zijn doorgelopen, maar door de samenhang die dit boek duidelijk maakt, komt de fascinatie en iets wat ik begrip zou durven noemen. Waar je bij een afzonderlijk werk nog aan Dada zou kunnen denken, gaat dat voor het geheel beslist niet op. En daarbij moet worden gezegd dat ook lang niet elk werk een associatie als absurd of Dada oproept. Bevreemding wel, maar dat is iets anders. Maar juist in het geheel treedt de nadruk op ruimte en tijd op de voorgrond, een oeuvre als een speelse verkenning.

Mark Manders, Small Isolated Room, 2004. Museo San Telmo, San Sebastian. Foto > Peter Cox

Aardig is daarbij dat het boek nauwelijks tekst bevat. Behalve twee nogal lyrische voorwoorden van de galeriehouder en de kunstenaar en een essay (uit 2020) van Marjolein Sponselee zijn er slechts zo’n tien korte teksten – van nog geen pagina elk – waarin Manders handvatten aanreikt om zijn werk te begrijpen. Die teksten zijn erg verhelderend in een boek dat verder vooral dwingt om te kijken en dat lijkt ook precies wat Manders wil. Zijn werk krijgt betekenis in het oog en in het hoofd van de kijker, elke keer opnieuw en voor iedere kijker individueel. Treffend is ook zijn opmerking dat ‘een van de aardige dingen van een sculptuur is dat je er een paar seconden naar kunt kijken en het dan in gedachten, in je hoofd, meedraagt, soms voor de rest van je leven, als een mentale foto’ (mijn vertaling, want de teksten in het boek zijn in het Engels).

Mark Manders, Landscape with Colours, 1997. Collectie S.M.A.K., Gent. Foto > Dirk Pauwels

Typerend is ook de uitspraak ‘al mijn werken bestaan in het moment’. De werken van Manders zijn nadrukkelijk tijdloos. Zo nadrukkelijk dat wanneer er een ‘oude’ krant in voorkomt die speciaal door de kunstenaar is gemaakt, juist om te voorkomen dat er een verwijzing naar een specifieke datum of een moment zou kunnen bestaan. Maar dat momentane accentueert juist ook het verstrijken van de tijd, en vooral de mensfiguren die vaak ‘verknipt’ lijken door verticale ingrepen wekken de indruk van een dubbel belichte foto waarin een miniem tijdsverloop is vastgelegd.

Mark Manders, Continuous Living Room Scene – Assignment – Chair, 2007-08. Carnegie Museum of Art, Pittsburgh, 2008. Pinnell Collection, Dallas. Foto > Dirk Pauwels

Woorden

Wat de kijker ook op het verkeerde been zet, is dat veel werken ogen als assemblages van schijnbaar volstrekt willekeurig samengevoegde, alledaagse voorwerpen: balpennen, theezakjes, een doosje lucifers, een schuursponsje en talloze pennen en potloden. Maar anders bekeken zijn het juist weer deconstructies en abstracties. Lijnen en vormen die ruimte afbakenen en soms – op schaal – uitsneden uit de werkelijkheid lijken te kopiëren, als een driedimensionale foto. In Landscape with Colours, 1997, ‘demonteert’ hij een imaginair geschilderd landschap in al zijn elementen totdat er niets overblijft als een stapeltje kleuren in een leeg maquettelandschap. Manders merkt daarbij op dat het belangrijkste hierbij voor hemzelf de melancholie is die hij niet kan vatten in woorden, maar dat hij het landschap wel voor zichzelf wilde behouden.

Mark Manders, Figure with Three Piles of Sand, 2010. Zeno X Gallery, Antwerpen 2010. Collectie Dallas Museum of Art. Foto > Peter Cox
Mark Manders, Room with Unfired Clay figures, 2011-15. Musée des Beaux Arts, Rennes, 2016. Foto > Aurélien Mole

Het begrip ‘woorden’ is hier belangrijk, want naast ruimte en tijd speelt ook taal voor Manders een belangrijke rol. Zijn ‘nepkranten’ zijn gemaakt met ‘alle woorden uit het woordenboek’ en woordenboeken komen vaker voor in zijn werk. De gedachte dat alle woorden van een taal zijn vastgelegd in een woordenboek en dat je door woorden te combineren ideeën kunt uitdrukken die ongewoon of onwerkelijk zijn, houdt hem bezig. Feitelijk gebeurt daarmee in taal wat Manders doet door voorwerpen te combineren en zo het onmogelijke mogelijk te maken, of dat in elk geval na te streven.

Mark Manders, Room with Three Dead Birds and Falling Dictionary, 1993-2018. Op de vloer als een schilderij een onbeschilderd doek met daaronder verborgen drie dode vogels. In de optiek van Manders bestaat de hele bodem onder onze voeten uit (de) dood en lopen we dus altijd op dood, gestorven materiaal. Collectie Museum Voorlinden, Wassenaar. Foto > Peter Cox

Een van de teksten in het boek eindigt met een programma: ‘Wat ik in leven wil houden, is de kunstenaar die al deze werken maakte. Als kunstenaar wil ik zoveel mogelijk gedachten in dode dingen stoppen, dode objecten, zodat uiteindelijk anderen, zelfs na mijn dood, zich een beeld kunnen vormen van de protagonist die al deze werken maakte. Mijn werk is een onvolmaakte poging om in leven te blijven, leven in zoveel menselijke breinen als mogelijk, zelfs na mijn eigen dood.’ Dat zou best eens kunnen lukken.

Mark Manders, Rokin, 2015-16. Foto > Jan Kempenaers

Mark Manders. Zeno X Gallery. 28 Years of Collaboration. Antwerpen: Zeno X Books / Veurne: Hannibal / Keulen: Verlag der Buchhandlung Walther und Franz König 2022, 262 pp., ISBN 978-94-6436-690-7, hb., € 45,00.

www.hannibalbooks.be

www.markmanders.org

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.