Over de sociale en artistieke kracht van een dorp als Berghem

Column door JACE van de Ven scènefoto’s > Eric van de Wetering

Als je vroeger als medewerker aan amateur-cultuurprojecten binnenstapte bij het Centrum voor Amateurkunst (CVA) dan werd je al snel omringd door allerlei mensen van die club die je wilden helpen, die met je nadachten over wat je nodig had en die letterlijk met je meegingen om ter plaatse te gaan kijken hoe een en ander het beste zou kunnen worden aangepakt. Nu we met Kunstloc zitten opgescheept, tref je meestal hooguit iemand die meteen in een computerscherm begint te kijken en daar meestal allerlei obstakels vindt waarom je de plannen beter zou uitstellen, omdat er nu geen subsidie voor is, omdat je beter aan kunt haken bij die of die ontwikkeling, et cetera, et cetera. Er bestaat geen ondersteuning van de amateurkunst meer.

De prachtige locatievoorstelling Kersen op sap die ik afgelopen week gezien heb in de kersenboomgaard van Tuinderij ’t Tuureind in Berghem is dan ook zonder subsidie tot stand gekomen. In Berghem doen ze alles op eigen kracht. Dankzij theatermakers Marieke Moors en Sjef Smid, beiden destijds nog opgeleid aan de regiecursus van het CVA, dankzij schrijvers als Dick en Riny Boeijen (geen familie van elkaar), dankzij productieleidster Priscella de Wit die overal achteraan gaat en dankzij de inzet van een hele resem anderen die gratis en voor niks hun tijd en spullen opofferen aan weer een nieuwe theaterproductie in Berghem. Een dergelijke inzet, gepaard aan artistiek vermogen – we spreken over een voorstelling die gezien mag worden – kende ik tot nu toe alleen van theaterspektakels in Zundert, Middelbeers en Hilvarenbeek. Blij dat ze het in Berghem ook kunnen.

‘Kersen op sap’ met Henrie van Bergen als Frans van den Bergh, eigenaar van kersenfabriek De Goliath (links), Ben Hopman als Firs, trouwe knecht van de De Goliath (midden) en Mark Megens als Ben van Osch, financieel adviseur.

Aanzet daartoe was, zoals vaak, regisseur Marieke Moors die aanvankelijk in het Berghemse openluchttheater Hoessenbosch voorstellingen maakte, maar die de laatste vijftien jaar samen met Sjef Smid, die zij op de regisseursopleiding van het CVA leerde kennen, regionale verhalen en gebeurtenissen omzet in wandel- of locatietheater. Zo maakten zij De Zwarte Ruiter (2009), Saldaote (2012), De Hormoonfabriek (2014) en Rondom Gielen (2018).

Hoewel de officiële naam Het Duurendseind is, is dit Berghemse buurtschap vooral bekend als  het Tuureind. En dat wordt dan weer uitgesproken als ’t Tuurèènd. Volgens de heemkundekring is de naam afkomstig uit het Keltisch, zo oud is het gebied dus al.

Bij Kersen op sap was niet zozeer een verhaal of gebeurtenis in of om Berghem de aanzet, maar een locatie, een kersenboomgaard in de buurtschap Tuureind, waar je het tussen de bomenrijen tijdens de voorstelling op idyllische wijze zag gaan schemeren. Van die takken hadden de spelers en hun aanhang eerder dit jaar nog zelf kersen geplukt, die gewassen, gekookt en in potjes gedaan, er een etiket opgeplakt dat ontworpen is door Mathilde Artwork, de partner van Riny Boeijen. Elke toeschouwer kreeg na de voorstelling zo’n potje kersen op sap mee naar huis. Weer zo’n heerlijk detail! De eigenaar van de Berghemse kersentuin is er dan ook trots op dat Kersen op sap bij hem in de boomgaard gespeeld wordt. Het mooist vinden ze een van de eerste dialectzinnen uit de productie: “’t Tuurèènd is iejn van de spesjaalste stukskes van de hiejl wirreld èn umstreke.” Na zo’n begin kan het stuk voor hen niet meer stuk.

Helga van de Ven speelt Lies, de zus van Frans

Kersen op sap is volgens de makers ervan – u vermoedde het al – lichtjes gebaseerd op Tsjechovs laatste toneelstuk, De Kersentuin. Het verhaal daarvan blijft overeind, maar is verkort, aangepast voor de situatie en herschreven door Berghemmer Dick Boeijen, terwijl zijn naamgenoot Riny er een sappige dialectsage uit het Tuureind heeft bijgeschreven die hij letterlijk tussen de bedrijven door komt vertellen. Zijn verhaal spiegelt de gebeurtenissen op het toneel op onnadrukkelijke wijze en zet ze neer op de grond waar het verhaal gespeeld wordt. De tijd die meedogenloos voort tikt is het thema, de tijd waarmee je moet meegaan of die je anders zal passeren en achterlaten.

“Berghem mag zich gelukkig prijzen met deze onbezoldigde theatermakers”

In de Berghemse versie van De Kersentuin zien we de eigenaar van een conservenfabriekje waar kersen op sap worden gezet. Hij en zijn bedrijfje hebben de tijd overleefd en het zou beter zijn zich aan die tijd aan te passen, maar kan hij dat? Of kun je de tijd die niks hetzelfde laat gewoon ontkennen? En wat doe je met een lucratief aanbod op je grond? De problematiek blijft dicht bij het oorspronkelijke stuk, temeer daar de mogelijke opkoper van het bedrijf, net als honderdtwintig jaar gelden bij Tsjechov, vakantiehuisjes op de grond wil zetten.

Het productieteam van Kersen op sap, met vlnr Dick Boeyen, Marieke Moors, Priscella de Wit en Sjef Smid. Foto > Riny Boeijen

Zoals gezegd was Kersen op sap een voorstelling die gezien mocht worden. De speeldata zijn inmiddels voorbij. De bijdrage van Sjef Smid was deze keer dramaturgisch van aard, terwijl Marieke Moors de regie deed. De teksten van Dick Boeijen hebben – waarschijnlijk bewust – Tjechovs verhaal enigszins ontdaan van de psychologische ontwikkeling en zijn verhaaltechnisch vooral functioneel. Daardoor wordt er tijd gewonnen, tijd waarmee men het verhaal aan kan vullen met Berghemse (Bergse, zeggen ze daar zelf, geloof ik) vertelsels van ooit of nooit. Mooi, op deze manier konden de spelers hun rollen aan zonder uit te hoeven glijden over psychologische details.

Riny Boeijen, schrijver van de sage, aan het woord

Naar huis rijdend onder een zwarte, maar rustige hemel bedacht ik dat men zich in Berghem gelukkig mag prijzen met theatermakers die zonder bezoldiging een dergelijke productie in elkaar willen steken. En dat ook kunnen zonder dat ze voor hen bij Kunstloc in de computer moeten kijken of het allemaal wel koosjer is wat ze willen uitspoken. Nou, dat was het, het enige wat het verhaal mogelijk nog dichterbij ons moment in de tijd had kunnen brengen, zouden verwijzingen naar de politiek van de uitkoop van boeren in verband met de stikstofcrisis kunnen zijn. Op het gevaar af dat het dan zou kunnen lijken dat die problematiek er teveel met de haren erbij gesleept zou zijn.

© Brabant Cultureel 2022

Reacties (1)

  1. cor swanenberg schreef:

    prachtig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.