Operaclub Nederland reist al veertig jaar de opera achterna

Veertig jaar bestaat dit jaar Operaclub Nederland, ondanks de naam een voornamelijk Noord-Brabants gezelschap van operaliefhebbers. Regelmatige bijeenkomsten om samen te kijken, luisteren en bespreken en reizen naar live uitvoeringen in – voornamelijk – Duitsland vormen de voornaamste activiteiten van deze club die de huiskamer al lang is ontgroeid.

door Camiel Hamans

Nederland is een woestenij als het over opera gaat. Waar grotere steden in landen zoals Duitsland, Polen, Frankrijk, Italië en Engeland elk over een eigen opera kunnen beschikken, met solisten, koor, orkest en ballet, moet Nederland het stellen met een gerenommeerd huis in Amsterdam dat geen eigen orkest heeft en ook geen ensemble, een dapper volhoudend, maar uitgekleed reisgezelschap in Enschede en een mini-organisatie in Maastricht.

Beeld van de Operareis naar Frankfurt (2018).

Toch is opera in Nederland niet minder geliefd dan elders. Daarom is het dat plaatselijke schouwburgen hier af en toe een opera programmeren. Soms die van de Reisopera of van Opera Zuid, maar even vaak die van een amateurkoor of een productie uit verre oorden als Tadzjikistan of Armenië. Deze incidentele voorstellingen voldoen niet aan de vraag en vandaar dat her en der in het land clubjes liefhebbers bijeenkomen om samen naar dvd’s te kijken en hun visie op het gebodene te geven.

Huiskamerbijeenkomsten

Zelfs in de jaren voor de grote kaalslag door Halbe Zijlstra was het niet veel beter gesteld met opera in Nederland. Dus kwamen de operafans ook toen al bijeen in huiskamerbijeenkomsten. In Waalwijk bijvoorbeeld, waar bankdirecteur Wil Suys in de jaren zeventig eenmaal per maand een tiental gelijkgestemden thuis ontving om naar langspeelplaten te luisteren. Dat smaakte naar meer en dus togen de muziekvrienden ook af en toe met eigen auto’s naar steden met een operagezelschap waar zij elkaar dan in het theater ontmoetten.

De operaliefde ging zover dat het clubje ook een paar meerdaagse reizen ondernam, naar Zürich en Rome. Ondertussen groeide de schare operavrienden en werd de groep zo groot dat er structuur aangebracht moest worden in de organisatie. Dat betekende dat in 1981 de Operaclub Nederland werd opgericht. Die stelt zich onder meer ten doel live operavoorstellingen te bezoeken, vertelt Herman van Lit, oud-bestuurslid en jarenlang programmeur van de bijeenkomsten en reizen, en nog steeds bestuursadviseur met betrekking tot het programma.

Beeld van de Operareis naar Berlijn (2012).

In 1982 ging de vereniging feitelijk van start en dus bestaat de club nu veertig jaar. Van de honderdvijftien leden die de club op dit moment telt, zijn er nog drie die vanaf het begin hebben meegedaan. Al noemt de stichting zich Operaclub Nederland, het merendeel van de leden komt uit Noord-Brabant.

Willem II

De club komt nog steeds eenmaal per maand bijeen voor een activiteit of een bijeenkomst in het Willem II Stadion in Tilburg of gaat voor een bezoek per bus aan een operavoorstelling. De Tilburgse middagen vallen uiteen in twee soorten: een officiële vergadering, Nieuwjaarsbijeenkomst of seizoenspresentatie gevolgd door het bekijken van een opera op DVD of een themabijeenkomst, gepresenteerd door een kenner over bijvoorbeeld de Duitse Opera of over het beeld van Queen Elisabeth I.

Voor het volgende seizoen staan er vier dagreizen gepland, steeds op zondag zodat ook werkenden in de gelegenheid zijn deel te nemen. De club bezoekt het Aalto theater in Essen, dat tot voor kort onder leiding stond van de Nederlandse intendant Hein Mulders, en de Oper am Rhein in Düsseldorf. In Essen staan een Verdi en Donizetti opera op het programma, in Düsseldorf zijn het de vrij onbekende Jonkvrouw van Orleans van Tsjaikovski en Korngolds Die tote Stadt die nog onlangs door de Munt in Brussel met groot succes opgevoerd is.

De club richt zich, naast af en toe de drie Belgische gezelschappen, evenwel voornamelijk op de Duitse ‘städtische Opernhäuser’, licht oud-schooldirecteur Van Lit toe. Düsseldorf, Duisburg, Mönchengladbach, Krefeld, Dortmund, Aken, Essen en Keulen zijn al vaker bezocht. Nederlandse operahuizen niet. De Reisopera uit Enschede trekt zelf door het land en daarvoor hoef je dus niet op reis en Amsterdam is onbetaalbaar. “Als je daar een beetje goed wilt zitten, betaal je de hoofdprijs”, verzucht Van Lit. Eenmaal heeft de club zich over dit bezwaar heen gezet om Audi’s enscenering van Les Troyens van Berlioz te bezoeken. Tot volle tevredenheid.

Ballet

De leden van de club zijn gemiddeld helaas niet meer de jongsten en een deel gaat daarom niet meer mee op reis. Zelfs niet op de grotere buitenlandse reizen, die comfortabeler zijn dan een tocht van een dag heen en weer naar het Rijnland. Ook als het gaat om meerdaagse reizen heeft de club een voorkeur voor Duitsland: Berlijn (2012), Hamburg (2016) en Frankfurt (2018). Op zo’n reis gaat de operaclub ook wel eens vreemd en bezoekt ze een balletvoorstelling. “Eerst zag ik dat niet zo zitten, maar nadat ik in Berlijn Marius Petipa’s La Bayadère had gezien, was ik helemaal om. Ik heb in de theaterwinkel meteen de hele CD-voorraad opgekocht”, bekent Van Lit.

Beeld van de Operareis naar Hamburg (2016).

Bij de keuze van de te bezoeken werken, beperkt het bestuur zich zeker niet tot het standaardrepertoire en gekende componisten. Die komen vanzelfsprekend aan bod – zie bijvoorbeeld de beide reizen naar Essen waar opera’s van Verdi en Donizetti bezocht zullen worden en een Tilburgse bijeenkomst gewijd aan Rossini – maar ook aan Zemlinsky, tijdgenoot en concurrent van Arnold Schönberg, wordt een middagbijeenkomst gewijd. En ook Korngold, hoewel nu vijfenzestig jaar na zijn dood steeds meer in de mode, was zeker geen schlagercomponist. Het uiterst moderne werk, de avantgarde opera vindt men niet op het programma van de Operaclub Nederland. Nog niet wellicht, maar dan zullen de verhoopte nieuwe leden zich met tientallen moeten aanmelden.

www.operaclub-nederland.nl

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.