Mede dankzij eigenzinnige Wesselmannen heeft Helmond nog een kasteel

Geen sprookjeskasteel, maar een echte middeleeuwse waterburcht is het kasteel waarin Museum Helmond is gehuisvest. De bouw begon rond 1330, maar er was toen al een oudere voorganger. De veelbewogen geschiedenis van beide kastelen en hun bewoners is toegankelijk beschreven en rijk geïllustreerd in een nieuw boek van Wies van Leeuwen.

door Lauran Toorians

In Helmond staat een middeleeuws kasteel dat alle kenmerken vertoont die we verwachten bij een ridderkasteel zoals in films of spannende (jongens)boeken. Het is groot, met hoge muren die oprijzen uit een brede gracht waarover een brug toegang verleent en het heeft grote ronde hoektorens. Wat ontbreekt is een weergang met kantelen, maar die is er wel geweest en is – voor wie goed kijkt – nog herkenbaar in het metselwerk. De muren zijn later hoger opgemetseld waarbij die kantelen verdwenen en gaandeweg het binnenplein ook steeds verder werd volgebouwd.

Het kasteel van Helmond bevindt zich midden in de stad. Vanuit de goede hoek gefotografeerd, is er geen stad te bekennen. Foto > Dave van Hout

Keizerin-weduwe

Het kasteel staat prominent in een park in het centrum van de stad en heeft ook een tijd gediend als raadhuis. Tegenwoordig is Museum Helmond er gehuisvest en is het gebouw dus toegankelijk voor bezoekers. Een stuk minder bekend is dat dit niet het eerste kasteel van Helmond is. Met de bouw van het huidige kasteel werd begonnen rond 1330 en niet heel ver daar vandaan stond toen nog in het moerassige dal van de Aa een ouder kasteel, het Oude Huys. Dit Oude Huys is nauw verbonden met Maria van Brabant (1189/1190-1260), oudste dochter van Hertog Hendrik II van Brabant en achtereenvolgens getrouwd met Otto IV, keizer van het Heilige Roomse Rijk, en met Willem II, graaf van Holland. Als weduwe – keizerin-weduwe! – kwam zij na de dood van haar vader in 1235 in bezit van Helmond waar zij af en toe ook op het Oude Huys moet hebben verbleven. Ook stichtte zij bij Helmond het klooster Binderen.

In 1981-1982 werd – grotendeels door amateurs – archeologisch onderzoek gedaan naar het Oude Huys. Daaruit werd duidelijk dat ook dit een burcht van importantie moet zijn geweest, waarin rond 1300 nog een grote bakstenen (woon)toren werd gebouwd. De constructie van de moerasburcht was toen echter al uit de tijd en ook de komst van nieuwe heren zal ertoe hebben bijgedragen dat een of twee generaties later werd begonnen met de bouw van een nieuw kasteel. Het oude verdween, het ‘nieuwe’ staat er nog steeds.

Detail van de stadsplattegrond van Helmond door Jacob van Deventer, circa 1540.  Het kasteel staat op het omgrachte terrein binnen de stadsgracht (linksonder). Buiten de stad staat westelijk van het kasteel een kapel, ongeveer op de plaats waar eerder het Oude Huys was.

In 2001 verscheen al een informatief boek over De kastelen van Helmond waarin dit alles vooral vanuit archeologisch en bouwhistorisch perspectief wordt belicht. Dat is inmiddels ruim twintig jaar geleden en nu is er een nieuw boek dat met nieuwe informatie en in een wat breder perspectief het verhaal van de twee Helmondse kastelen en hun bewoners vertelt. Het is geschreven door Wies van Leeuwen die na jaren als monumentenspecialist bij de Provincie Noord-Brabant sinds zijn pensionering al een reeks fraaie boeken over het gebouwde erfgoed n de provincie het licht deed zien.

Groeiproces

Wat het boek met tal van foto’s en tekeningen goed laat zien, is dat het huidige kasteel een langdurig groeiproces heeft doorgemaakt. Het vierkante grondplan binnen de gracht en de vier hoektorens waren er vanaf het begin, maar vervolgens evolueerde het complex van een goed verdedigbare burcht – in eerste instantie aan de grens van het hertogdom Brabant – tot een adellijke residentie en regionaal bestuurscentrum en uiteindelijk tot stadsmuseum.

De grote zaal van het kasteel werd omgevormd tot raadzaal. Nieuwe balken in middeleeuwse sfeer werden voorzien van wapenschilden van de heren en vrouwen van Helmond. Foto > Dave van Hout

Behalve voor het gebouw zelf is er in dit boek veel aandacht voor de verschillende generaties bewoners en hoe zij op het kasteel leefden en zich omgaven met luxe. Bewoners waren ook muizen en ratten die zich tegoed deden aan de aanwezige voorraden. Verder lezen we over de sanitaire voorzieningen die tot begin twintigste eeuw behoorlijk primitief en onhygiënisch waren, en over de tuinen en het park rondom het kasteel, van jachtterrein tot pleziertuin. Zo komen allerlei deelaspecten aan bod, van bouwtechnische details van de kapconstructies tot aan de primitieve prikklok voor het personeel in de negentiende eeuw.

Behangselschildering (tussen 1785 en 1842) met een gezicht op de noordelijke en westelijke gevel van het kasteel. Mogelijk is dit deel geweest van een kamerbehangsel geweest. Collectie > Museum Helmond.

In 1781, dus enkele jaren voor het einde van het Ancien Regime, werden het kasteel en de heerlijkheid Helmond ‘uit de hand’ te koop aangeboden. Koper is dan Carel Fredrik Wesselman. Hij is een weliswaar rijke koopman, maar als eerste een heer van Helmond die niet van adel is. Dat hij het kasteel niet sloopt en vervangt door een optrekje naar de mode van zijn tijd, kunnen wij nu beschouwen als een zegen. Wesselman verfraaide het kasteel zelfs nog, onder meer door in 1785 op een van de torenspitsen een windvaan te plaatsen in de vorm van een driemaster. Dat schip verwijst naar zijn handelsactiviteiten in Afrika, Azië en Amerika en laat zien dat zeker een deel van Wesselmans rijkdom berustte op slavernij en slavenhandel.

Jonker

Na de inval van de Fransen in Nederland werden in 1798 de heerlijke rechten afgeschaft en was het dus gedaan met Wesselman als heer van Helmond. Daarmee verloor hij veel inkomsten en dat maakte hem erg kwaad. Maar de eigenzinnige familie bleef overeind en in 1810 wist zoon Carel Frederik II burgemeester (maire) van Helmond te worden en verder carrière te maken. In 1841 werd hij als jonker in de adelstand verheven. Dankzij Thorbecke raakt hij weliswaar al in 1848 zijn bestuurlijke functies alweer kwijt, maar er zat toen dus wel weer een adellijke familie op het kasteel.

‘De Wesselmannen’ bleven vervolgens lang als notabelen hun stempel op Helmond drukken en zorgden er ook voor dat zij het kasteel behoorlijk onderhielden. Dat werd echter een steeds zwaardere last en in 1900 werd het kasteel opnieuw te koop gezet. Een koper meldde zich niet en pas in 1921 nam de gemeente het kasteel over en startte de voorlaatste fase als raadhuis. De bekende tuinarchitect Springer richtte een deel van het park opnieuw in en op een ander deel van de gronden werd een villawijk gebouwd en zo werd het kasteel onderdeel van de stad.

Architect Hanrath voegde dit statige trappenhuis toe ten behoeve van de functies als stadhuis. Foto > Dave van Hout

Natuurlijk moest ook voor de functie als raadhuis worden verbouwd en niet lang nadat het kasteel met deze nieuwe functie in gebruik was genomen, werden ook ruimtes beschikbaar gesteld voor een gemeentelijk museum. Sinds 1982 neemt dit museum het hele kasteel in beslag, tot 2001 nog met uitzondering van een raadszaal. Vanaf dan vergadert de gemeenteraad in het Boscotondocomplex waar het museum ook een dependance krijgt, juist ten noorden van waar ooit het Oude Huys stond.

Wies van Leeuwen, Kasteel Helmond. Biografe van een waterburcht. Zwolle: WBooks / Helmond: Museum Helmond 2022, 144 pp., ISBN 978-94-625-8484-6, hb., € 24,95.

www.wbooks.com

www.museumhelmond.nl

.

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.