Afrikaanstalig debuut van Carina van de Walt vraagt om overgave

We hebben een verwrongen relatie met Zuid-Afrika. Apartheid is een Nederlands woord en die smet drukt ook op de taal, het Afrikaans, die zo sterk lijkt op het Nederlands. Daarmee blijft een boeiende en goed toegankelijke literatuur op afstand. Carina van der Walt is al vijftien jaar Nederlandse, maar debuteert nu in het Afrikaans.

door Lauran Toorians

Ze woont vijftien jaar in Tilburg, is volop ingeburgerd en maakt ook alweer een kleine drie jaar deel uit van de redactie van Brabant Cultureel. Toch blijft Carina van der Walt (Welkom 1960) vooral ook Afrikaans. Geboren en getogen in Zuid-Afrika, in een plaats met de vriendelijke naam Welkom, werd zij literatuurwetenschapper en lerares Afrikaans. Die taal waarin zij opgroeide, is een directe verwant van het Nederlands en is zeker in geschreven vorm voor Nederlanders goed verstaanbaar. Even wennen aan de spelling (hardop lezen helpt), je open stellen voor wat vreemde woorden voor vaak ook vreemde zaken en met een beetje oefening is het niet moeilijker dan het lezen van een tekst in bijvoorbeeld een Limburgs dialect. Fries lezen is lastiger.

Carina van de Walt. Foto > Gemma Kessels

Identificeren

Afrikaans ontstond in het contact tussen Nederlandse kolonisten, andere nieuwkomers en inheemse groepen in Zuid-Afrika. Het is daarmee geen ‘verbasterd Nederlands’ en het is ook niet de taal van de blanke kolonisten. Die spraken immers Nederlands en Engels. Doordat later een deel van die witte sprekers zich wel sterk identificeerden als Afrikaners met het Afrikaans als hun taal, ontstond het beeld dat dit bij uitstek ook de taal van Apartheid was (of is). Dat is onterecht. Van de zeven miljoen sprekers – ook in Namibië en Botswana – is ongeveer veertig procent blank. Het merendeel van de (moedertaal)sprekers is dat dus niet.

Toch ging met de terechte boycot tegen Apartheid ook het Afrikaans in de ban, in Nederland sterker dan in Vlaanderen. Afrikaanstalige boeken die eerder nog in de boekhandel en bibliotheken waren te vinden, verdwenen uit beeld en met uitzondering van de in Nederland omarmde dichteres Elisabeth Eybers verdween uit Nederland alle aandacht voor de Afrikaanstalige literatuur. Pas recent is hier enige verandering in gekomen, maar ook de grote poëziebloemlezing die Gerrit Komrij samenstelde, heeft de ontstane kloof niet overbrugd.

Ontvangen

Ook Carina van der Walt zal die kloof niet dichten, maar zij blijft wel dichten in haar eerste taal, het Afrikaans. In 2015 publiceerde zij samen met de Vlaamse dichter Willy Martin de bundel Amalgaam en nu, in september 2021, verscheen in Zuid-Afrika haar eerste solobundel Landluisteraar. Ondanks dat de geldende coronamaatregelen de presentatie van de bundel bemoeilijkten, is deze in Zuid-Afrika al snel goed ontvangen. Terecht, want Van der Walt heeft duidelijk haar stem gevonden. De gedichten spelen met klanken op een associatieve manier die doet denken aan Paul van Ostaijen of – Tilburger – Antony Kok. Ook de beelden zijn speels, wat de gedichten soms aan kinderversjes doet denken. Niet in de zin van kinderachtig, maar lichtvoetig en toch bedachtzaam. Het volgende voorbeeld geeft dat goed weer. Ondanks de relatief lange regels, doet het denken aan een haiku:

grasspriete buig af & soen die sand wakker
sy maak haar oë oop     vlindervlerkies tril
saam styg hul op – elk met ’n skadumakker

(Voor wie toch een vertaling nodig meent te hebben: ‘grassprieten buigen zich en zoenen het zand wakker / zij opent haar ogen    vlindervleugels trillen / samen stijgen zij op – elk met een schaduwgezel’.)

De bundel heeft niet één thema, maar is wel strak gestructureerd en lijkt twee rode draden te hebben. De ene is in het algemeen de nauwe band met en de herinneringen aan Zuid-Afrika die onvermijdelijk zal zijn voor iemand die emigreert en alles – ook alle familieleden – achterlaat. De andere rode draad is concreter. Die bestaat erin dat een groot deel van de gedichten net als de titel van de hele bundel reflecteert op de landkunst van Strijdom van der Merwe. Over hem en zijn werk schreef Van der Walt eerder (en ook in het Afrikaans) een mooi overzichtswerk. De twee kunstenaars lijken innig verbonden door hun liefde voor landschap en landkunst en een deel van de gedichten in Landluisteraar gaat samen met schetsen en foto’s van werk van Van der Merwe.

Beschrijving

Op het omslag van de bundel wordt daarover gesproken als ‘ekfrasis’, een duur woord waarvan ik niet weet hoe gangbaar het is in het Afrikaans. Ik kende het in elk geval niet in het Nederlands. Het is van oorsprong een Grieks woord dat niet veel meer betekent dan ‘beschrijving’, maar dat hier staat voor de kunstvolle beschrijving van een kunstuiting, dus kunst geïnspireerd door kunst.

Als dit suggereert dat Van der Walt gedichten maakt bij bestaande beelden, dan lijkt mij dat een vergissing. Er is wel sprake van inspiratie door, of reflectie op, maar dat is veel meer dan een poging om zo mooi mogelijk op te schrijven wat je ziet of ervaart. De relatie met het werk van Van der Merwe – en met de landschappen en de cultuur van Zuid-Afrika – lijkt mij daarvoor ook te nauw. Ik mis als Nederlandse lezer waarschijnlijk nog veel van de associaties die in deze bundel besloten liggen, maar het is duidelijk dat deze gedichten veel meer zijn dan ‘praatjes bij plaatjes’. Daarvoor is dit werk te authentiek. Tot slot nog maar een voorbeeld:

Oorgawe II

om kroon op die kop te kan dans
in die lang gras
moet mens luister na die wind
deur die riete
die dou op die gras se halms
& die son wat alles laat verdamp
– woord woorddadigheid wonde –
geluk lê in oplos & grasword

In een (erg) vrije vertaling: ‘Overgave II. Om in het hoge gras met een kroon op te kunnen dansen, moet men luisteren naar de wind door het riet, de dauw op de grasstengels en de zon die alles verdampt – woorden woorddadigheid wonden. Geluk ligt in oplossen en één worden met het gras.’ Overigens ben ik geen voorstander van het vertalen van gedichten uit het Afrikaans in het Nederlands. Daarmee offeren we de klanken van het origineel op en met af en toe een greep naar een woordenboek (of Google translate) daalt voor lezers van goede wil de vrede op aarde. Geluk ligt in overgave.

Carina van de Walt, Landluisteraar. Gedigte. Met foto’s en sketse deur Strijdom van der Merwe. Gansbaai: Naledi 2021, vi + 92 pp., ISBN 078-1928530-52-7, pb., 240,00 Rand (circa € 13,60).

www.carinavanderwalt.com

Lees ook op Brabant Cultureel:
Lente, literatuur & liefde in een oud Tilburgs wevershuisje
Stilspraak: een ode en verrassende studie over landkunst en Strijdom van der Merwe
Carina van der Walt genomineerd voor Zuid-Afrikaanse boekenprijs

Amalgaan van Afrikaans en Nederlands

Helmgras > fotobewerkingen > Hans Lodewijkx

© Brabant Cultureel 2021

Eén reactie op “Afrikaanstalig debuut van Carina van de Walt vraagt om overgave”

  1. Annemieke Verwaal schreef:

    Een prachtige bundel mooi besproken!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.