Magnumfotograaf toont betoverende sporen van een Congolees verleden

Carl De Keyzer bezocht tussen 2003 en 2009 verschillende keren de Democratische Republiek Congo. Daar legde hij als fotograaf vast wat herinnert aan het koloniale verleden. Een selectie uit die foto’s is nu te zien bij Pennings Foundation in Eindhoven. Voor iemand met Afrikaanse wortels levert dat lieflijk herkenbare beelden op.

door Carina van der Walt

Tijdens de Conferentie van Berlijn werd in 1885 Afrika verdeeld onder de koloniale machten in Europa. Daarbij kreeg Leopold II (1835-1909), koning der Belgen, Congo toegewezen, onder de naam Congo-Vrijstaat. Leopold was hier toen al enige tijd actief en nu werd dit gebied – achtenzeventig maal groter dan België – officieel zijn persoonlijke eigendom. Ironisch genoeg onder voorwaarde dat de levens van de inheemse bewoners in Congo-Vrijstaat verbeterd moesten worden. Daar kwam niets van terecht. Eerder het tegendeel toen eenmaal was ontdekt dat uit zogenaamde rubberlianen die daar volop groeiden rubber kan worden gewonnen. Anders dus dan uit de rubberboom, die afkomstig is uit Latijns-Amerika. De Congolese bevolking werd praktisch gezien ingezet als slaaf en moest tussen 1890 en 1910 bij wijze van belasting rubber leveren.

Carl De Keyzer. Foto > Joep Eijkens

Van Vrijheid was in deze ‘vrijstaat’ geen sprake. Vele miljoenen Congolezen stierven aan ziekten en ontbering gedurende het bewind van Leopold II. Het Belgische parlement dwong hem in 1908 afstand te doen, nam het land over en maakte er de kolonie Belgisch-Congo van. De wandaden van de koning hadden zowel in België als internationaal tot ophef geleid en Leopold deed zijn uiterste best de werkelijkheid te verbloemen. Zo liet hij het complete archief van Congo-Vrijstaat vernietigen. Na de onafhankelijkheidswording in 1960 werd het land omgedoopt tot de Democratische Republiek Congo (DRC).

Teruggeworpen

Nu is er een tentoonstelling van de Belgische fotograaf Carl De Keyzer (Kortrijk 1958). De titel is Congo Connecting en het betreft beelden waarin De Keyzer op zoek ging naar sporen van het Belgische kolonialisme. Bij het zien daarvan werd ik teruggeworpen in zowel tijd als ruimte. Eén foto was daar eigenlijk al genoeg voor. De Keyzer poseerde een beetje ongemakkelijk voor deze foto uit Kolwezi. Hij was gehaast, want hij stond al op punt van vertrek toen ik bij de tentoonstelling arriveerde.

Als kind groeide ik op in het Zuid-Afrika onder de apartheidsideologie, een uitvloeisel van de Engelse koloniale tijd en giftig als een cobra. Apartheid werd pas in 1994 opgeheven, terwijl Zuid-Afrika al sinds 1961 van het Britse bewind bevrijd was. Maar als kind had ik nog geen woorden voor ideologie en nieuwe bewindhebbers. Wel had ik een soort ongemakkelijk gevoel: iets ontwijkends in de lucht, vage flarden van roddels over… Ja wát?

Carl De Keyzer > Cercle sportif | Sportkring | Country Club | Bunia 2008 | Congo

‘Ja, natuurlijk. Zo was het!’, dacht ik meteen bij het zien van de foto van het meisje in het lege zwembad. Elk plattelandsdorpje in de Oranje Vrijstaat waar ik opgroeide had een leeg recreatiebad. In onbruik – vervallen bladderden de muren af – waren de bodems gebarsten en groeiden daar struikjes uit de scheuren. Niemand kon zwemmen. Waar moest je dat leren? Na een zomerse regenbui was er misschien kortstondig een vuil modderplasje dat snel weer door de zon opgedroogd werd.

Verlaten

Lege zwembaden voor openbaar gebruik waren de standaard in mijn kindertijd. Overal waar we op bezoek gingen bij oma’s, opa’s en familie in Smithfield, Winburg, Dewetsdorp, Edenburg en Rosendal waren de zwembaden verwaarloosd en verlaten. Wij hadden daar geen bijzondere aandacht voor, want de koeien en schapen van de boeren uit de regio hadden het water toch veel harder nodig om te overleven. Maar soms speelden we blootsvoets, in spijkerbroek en T-shirt, met een bal in zo’n stoffig zwembad. Van de volwassenen moesten we altijd oppassen voor pofadders.

Vandaag de dag staan deze zwembaden nog steeds droog. De schilderijen van de Zuid-Afrikaan Willem Pretorius tonen ze een voor een. In 2018 maakte hij een Swembad-reeks voor zijn solotentoonstelling in de Vrede-en-Lust Galerij het daaropvolgende jaar.

Als kinderen waren wij niet zo goed gekleed als dit meisje uit de stad Bunia in het noordoosten van Congo. Wij hadden geen gympies. En geen enkel zwembad uit mijn kindertijd was betegeld. Misschien kwamen daarom deze afgebladderde tegeltjes aan de ondiepe kant van het bad op de foto eerder op mij over als een prachtig mozaïek dan als tekens van verval en slecht onderhoud. Je weet niet wat je mist als er geen zwembad is. De Keyzer noemt zijn foto gewoon Bunia 2008, Sportkring.

Pop

Een andere foto, uit Leopoldville, roept de herinnering op aan een pijnlijk verlies. Waarom heeft De Keyzer eigenlijk deze koloniale Franse naam gekozen voor zijn tentoonstelling, in plaatst van de Congolese naam Kinshasa, hoofdstad en metropool met vijftien miljoen inwoners? Wat ook al het antwoord hierop is, mijn associatie gaat verder en dieper. Ik had als voorschools meisje een prachtige pop voor mijn verjaardag gekregen. De hele middag speelde ik met haar buiten in de tuin. Mijn zusjes en ik hadden onze eigen high tea onder de boom, ondanks het gevaar van een boomslang die mijn vader de vorige dag had gespot. Pop rook heerlijk naar nieuw rubber. ‘Rubber uit Congo?’, vraag ik mij nu woordeloos af. Tussen de slokjes thee streelde ik haar blonde haren en keek in haar blauwe ogen. Hoe het kon gebeuren, weet ik vandaag nog steeds niet, maar die avond was Pop weg. Ik huilde mezelf in slaap. Ook de volgende ochtend was ze echt weg.

Carl De Keyzer > Leopoldville 2007 | St. François de Sales church

In het Kinshasa van 2007 staat een grote donkere man in een deuropening. Hij is in het zwart gekleed en in zijn armen houdt hij een pop met een gezichtje van porselein – zo’n engelachtig ornament uit de katholieke kerk. De Keyzers kwalificatie bij de foto bevestigt mijn waarneming over deze parafernalia: Leopoldville 2007, St. François de Sales Church. Stel nou dat dit mijn pop was. Zou ik haar uit de handen van deze man terugnemen? Voor een seconde siddert een huivering door mij heen. Ik herken bij mezelf dezelfde ongemakkelijke aarzeling als bij het schilderij Portrait of a Young Nelson Mandela uit 2008 van Marlene Dumas. Daaraan voegde Dumas de volgende pijnlijke vraag toe: ‘Would you trust this man with your daughter?’ De foto van De Keyzer en het schilderij van Dumas zijn op dezelfde manier confronterend.

Uniform

School was het opwindendste deel van mijn dag. Ik identificeer mij direct met de grote klas van ruim vijfendertig leerlingen in schooluniform op de foto Jiba 2007, Catholic mission. Een witte pater uit België is nergens te bekennen. Deze missiepost ligt iets noordoostelijker ten opzichte van Bunia aan het Albertmeer (weer zo’n koloniale naam, maar niet van Belgische kant). De Belgische invloed door de eenvormige kleding is voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ook wij moesten verplicht een schooluniform dragen volgens de Engelse traditie. Dat is geen slecht idee, want arm en rijk worden zodoende voor het oog gelijk.

Carl De Keyzer > Mission catholique | Katholieke missiepost | Catholic mission | Jiba 2007 | Congo

Wat bevrijdend is aan deze foto is het openluchtkarakter van het vervallen gebouw. Zonder een dak boven je hoofd en met een vloer van geharde modder onder je voeten moet dat daar altijd heerlijk koel zijn geweest. Het was zoveel warmer in mijn klaslokaal in een tijdelijk gebouw met een dak van golfplaat en een vloer van cement. De hitte ontsnapt niet uit die kleine, hoge ramen. Om twaalf uur ’s middags hing ik verlept als een overgare asperge in mijn schoolbank. De kinderen in Jiba konden ook nog traditiegetrouw les krijgen onder een van de bomen op de achtergrond. Hoewel een groot schrijfbord daar op de foto ontbreekt. Toch weet ik nog hoe wij in het eerste schooljaar soms met onze leien en stukjes bordkrijt onder de enige boom op het speelterrein grasjes, bladeren en bloempjes moesten natekenen.

School onder een boom is de oorspronkelijke inkleding van ubuntu – daar waar de stamhoofden uit het verleden voor belangrijke vergaderingen bijeen kwamen. Bij het Departement Opvoedkunde aan de Universiteit in Bloemfontein staat een groot beeld van een boom in metaal. De wortels van deze rood geschilderde boom klimmen bij wijze van spreken boven de grond uit. Ze zijn in 2010 door Strijdom van der Merwe geabstraheerd in bankjes voor de studenten. Boom van Kennis is een knipoog van de kunstenaar naar ubuntu.

Treintje

Een foto van De Keyzer waarmee ik me minder kan identificeren, maar die vanwege het contrast toch een grote indruk op mij maakt, is Kolwezi 2009 UMHK, Recreatiecentrum. Ik herken geen kermisachtig treintje uit mijn kindertijd. Wij hadden geen kermis. Nooit. Je weet niet wat je mist als er gaan kermis is. Ook stripverhalen zoals het Belgische fenomeen Kuifje bleven beperkt tot Sus en Daan, ons allereerste boekje waaruit we leerden lezen.

Carl De Keyzer > UMHK-Union Miniere du Haut Katanga | Centre de loisirs | Recreatiecentrum | Recreation centre | Kolwezi 2009 | Congo

Het contrast op de foto ligt ten eerste in een treintje zonder kermis. Het staat gewoon overgroeid met onkruid aan de rand van een stukje veld. In de achtergrond op de foto is er de suggestie van een winkelstraat. Kolwezi is thans met bijna een miljoen inwoners de vierde stad in de DRC. In dit kindertreintje zit een volwassen jongeman te studeren. Hij houdt een pak papier in zijn handen, geen boek. Wat wil hij bereiken met zijn leven? Wil hij uiteindelijk weggaan uit Congo, misschien naar Europa? Wat een koloniale vraag – listig als een slang!

‘Carl De Keyzer, Congo Connecting’ tot en met 26 februari 2022 bij Pennings Foundation in Eindhoven.

Tegelijk is bij Pennings Foundation ook de expositie ‘Tante José’ van Astrid Huis te zien.
Lees hierover op Brabant Cultureel:
Astrid Huis brengt een fotografische ode aan tante José, missiezuster in Congo

Ook zijn foto’s te zien van het huidige Congo, gemaakt door fotografen die reageerden op de Open Call van Pennings.

www.penningsfoundation.com

www.carldekeyzer.com

Carina van der Walt

© Brabant Cultureel 2021