De vanzelfsprekende architectuur van Bedaux de Brouwer Architecten

De monografie ‘Bedaux de Brouwer Architecten. Werken 2021-2003’ die onlangs is uitgekomen, leest als een lofzang op het werk van het Goirlese architectenbureau. Een echt familiebedrijf, dat stevig in het Noord-Brabantse is geworteld.

door Corien Ligtenberg

Bedaux de Brouwer Architecten is al bijna vijfentachtig jaar een begrip in Tilburg en omstreken. Inmiddels staat de derde generatie Bedaux aan het roer. Het boek Bedaux de Brouwer. Werken 2021-2003 belicht het recente verleden van het bureau. De monografie is een initiatief van architectuurhistoricus en schrijver Hans Ibelings die ook monografieën van Jacq. de Brouwer (2004) en Peer Bedaux (2006) schreef. Eerder verscheen ook een monografie over Jos. Bedaux, de oprichter van het bureau.

Traditie

Het werk van Bedaux de Brouwer wortelt in een lange traditie. Het bureau werd in 1937 opgericht door Jos. Bedaux, ging in de late jaren zestig over op zijn zoon Peer (die het bureau vanaf 1978 samen runde met Goirlenaar Jacq. de Brouwer, die er nog werkt) en nu werken Peers zonen Thomas en Pieter Bedaux er. Het bureau is in de afgelopen decennia hecht verbonden geraakt met Tilburg en het aangrenzende Goirle en stevig geworteld in Noord-Brabant. Driekwart van de projecten die in het boek worden besproken, is in deze provincie gebouwd en bijna de helft daarvan staat in Tilburg en Goirle. Volgend jaar verruilt het bureau de monumentale villa van Jos. Bedaux in Goirle voor het getransformeerde Tilburgse Kantongerecht, een ontwerp van het bureau uit de jaren zestig.

Het voormalige Kantongerecht wordt het nieuwe onderkomen van Bedaux de Brouwer Architecten. Het gebouw is in de jaren zestig ontworpen door Jos. Bedaux. Foto > © Jan Versnel

In de monografie, die focust op de afgelopen twee decennia, wordt regelmatig teruggekeken op die roots. Ze richt zich weliswaar op projecten uit de periode 2003 tot 2021, maar achterin staan bijvoorbeeld ook foto’s van eerdere projecten, zoals de woontorens Cenakel in Tilburg (1995-1998), het Kantongerecht in Tilburg (1963-1969), studentenhuis en mensa in Tilburg (1959-1965) en het kantoor in Goirle uit 1959. Ook in de teksten wordt regelmatig naar het eerdere werk verwezen.

Beschaafd

De monografie – hardcover, linnen omslag, fraai papier, zorgvuldig vormgegeven – opent met zes sculpturale, geabstraheerde maquettes, zorgvuldig uitgelicht en in grijstonen gefotografeerd tegen een lege achtergrond, met niet meer duiding dan titel, plaats en jaartal. Daarmee is de toon gezet: stemmig, sober en beschaafd, begrippen die naadloos aansluiten bij het oeuvre van het bureau.

De monografie wordt ingeleid door een introductie van Antonio Cruz (Cruz Ortiz Arquitects) met als titel ‘De permanentie van een benadering’. Hierin spreekt Cruz van een ‘ogenschijnlijk vanzelfsprekende architectuur’. ‘Het lijkt mij dat het de intentie is van Bedaux de Brouwer om te navigeren over het midden van de rivier en de stroom te benutten, in plaats van de nabijheid van de oevers op te zoeken, waar moeilijk te bevaren stromingen en draaikolken kunnen ontstaan,’ schrijft Cruz. ‘Sommige architecten voelen zich prettig bij onrust en wrijving, die hun de kern van een project opleveren. Andere, waaronder Bedaux de Brouwer, lossen de problemen waarvoor ze zich gesteld zien op met een ogenschijnlijk minimale inspanning en een maximale elegantie.’

Drijfveren

De monografie belicht achtentwintig projecten die sinds het begin van deze eeuw zijn gebouwd. Ze worden geduid in woord en beeld, met foto’s, tekeningen en heldere teksten die de drijfveren en bedoelingen van de architect(en) belichten. Aan bod komen onder meer luxe woonhuizen en villa’s, appartementenblokken en wooncomplexen, een transformatie van een school naar woningen en een transformatie van loods tot kantoorruimte. En natuurlijk de renovatie van het Cobbenhagengebouw op de campus van de Universiteit van Tilburg, een iconisch ontwerp van Jos. Bedaux en sinds 2013 een rijksmonument.

Het gerenoveerde Cobbenhagengebouw op de campus van de Universiteit van Tilburg. Foto > © Michel Kievits

De wat onlogische omkering van de jaartallen in de titel – 2021-2003 – wordt helder bij lezing van het boek: de jongste werken komen eerst aan bod. Het jaartal 2003 lijkt wat willekeurig gekozen. Het oudste (en daarmee laatste) project dat in de monografie wordt besproken is buitenplaats Tessloo in Oisterwijk die in 2001-2007 werd gerealiseerd.

Thomas Bedaux ontwierp voor zijn gezin dit woonhuis in Tilburg. Foto > © Filip Dujardin

‘Thuis in de architectuur’, luidt de titel van de tekst – in de vorm van een artikel – van (en over) de broers Thomas en Pieter Bedaux. Thomas heeft sinds 2020 de dagelijkse leiding van het bureau, Pieter concentreert zich op het ontwerpen. Het artikel schetst het carrièreverloop van de twee broers en hun plek in de familietraditie, gaat in op hun drijfveren en hun benadering van het bureau en het ontwerpproces en duidt hun streven naar het ‘ogenschijnlijke eenvoudige’ van wat zij omschrijven als ‘vanzelfsprekende architectuur’.

Vernieuwing

Hans Ibelings stelt in zijn essay ‘Onverstoorbare architectuur’ juist ‘dat het huidige werk van Bedaux de Brouwer niet door tradities is bepaald, maar omgekeerd, dat het huidige werk de traditie voedt en in leven houdt’. Dick van Gameren, hoogleraar aan de TU Delft en partner bij Mecanoo Architecten, sluit daar in zijn nawoord op aan. Hij gaat in op de verschillende betekenissen van het begrip ‘traditie’ en betoogt aan de hand van het werk van Bedaux de Brouwer dat continuïteit en vernieuwing geen tegenpolen hoeven te zijn. Van Gameren: ‘Vernieuwing kan voortkomen uit het vasthouden aan tradities.’

Woningen Strijp-R, Eindhoven. Foto > © Michel Kievits

Ibelings gaat ook in op de consistentie die het werk van het bureau kenmerkt. Hij ziet de samenhang in de projecten door de decennia heen in ‘een zekere ingetogenheid en bescheidenheid’. Daarbij heeft het bureau de tijdgeest mee. Ibelings: ’Waarden die altijd belangrijk zijn geweest voor Bedaux de Brouwer worden nu meer omarmd: vakmanschap, zorgvuldige detaillering, tektonische expressie, terughoudendheid in vorm, huiselijk comfort en een vertrouwen op bekende beelden. Dat Bedaux de Brouwer een meer centrale plaats in het Nederlandse architectuurveld heeft, is niet het gevolg van een verandering of koerswijziging van het bureau. Het is eerder zo dat de wereld rondom het bureau is veranderd en dat het zwaartepunt van het architectuurdiscours is verschoven van bravoure naar een ingetogener expressie.’

Kantoor- en ontvangstpaviljoen steenfabriek Vogelensangh, Deest. Foto > © Michel Kievits

Hans Ibelings, Antonio Cruz & Dick van Gameren, Bedaux de Brouwer Architecten. Werken 2021-2003. Rotterdam: The Architecture Observer i.s.m. Bedaux de Brouwer Architecten 2021, 200 pp., ISBN 978-94-92058-10-2, hb.,  49,50.

Er verscheen ook een Engelstalige uitgave: ISBN 978-94-92058-13-3.

Beeld boven dit artikel: Maquette Veemarktkwartier, Tilburg. © Bedaux de Brouwer Architecten

© Brabant Cultureel 2021

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.