Drie boekjes met columns voor op het kleinste kamertje

Drie schrijvers uit Zuid-Oost-Brabant bundelden hun columns. Piet Snijders uit Asten gaf zijn onlangs verschenen boek de wonderlijke titel ‘Rupskusjes’ mee. Al wat langer geleden publiceerde Helmonder Luc de Graaf columns onder de titels ‘Lui maar voldaan’ en ‘Ondertussen’. Eindhovenaar Henk van Straten bedacht voor zijn verzamelde stukjes de mooiste kop: ‘Niets zal ons redden maar een beetje liefde is oké’.

door Peter van Vlerken

Naar aanleiding van vier min of meer recent verschenen bundels met columns neem ik me voor een poging te doen iets zinnigs te zeggen over dit genre. Maar dat valt verdomme nog niet mee… Want is het eigenlijk een genre? Columns kunnen over van alles en nog wat gaan. Is er wel iets wat ze samenbindt? De laatste decennia zijn het er in kranten, tijdschriften en op podia als Facebook en Instagram en in persoonlijke blogs zo ontzettend veel geworden dat het meer dan een dagtaak zou zijn ze allemaal te lezen. ‘Wie geen column schrijft, telt niet meer mee’, las ik ergens. Ongetwijfeld was dat in een column…

Meninkjes

Zoveel verschillende columnisten, zoveel verschillende columns, dat is wel duidelijk. Veel columns, met name in kranten, haken aan bij het dagelijkse nieuws. Columnisten proberen feitjes te vinden die onderbelicht zijn gebleven, of een bericht waaraan ze een bijzondere draai kunnen geven. Columns zijn veelal commentaren op gebeurtenissen. Bij elkaar genomen is het onderhand een kakofonie van meninkjes die lijkt op die van praatprogramma’s. Er bestaan columns die een bepaald segment van het nieuws belichten, zoals politiek, financiën, sport, kunst, of televisie. En er worden volop personen die daarin figureren op de korrel genomen. De ene columnist heeft een serieuze ondertoon, de andere probeert met een soort geschreven cabaret de lachers op zijn hand te krijgen.

Voorwaarde voor een geslaagde column is dat hij een persoonlijk geluid moet laten horen

Behalve dat ze geschreven moeten zijn met een goede pen is een allesbepalende voorwaarde voor een geslaagde column dat hij een persoonlijk geluid moet laten horen. Niet zelden doen columnisten dat door te schrijven over dagelijkse dingen uit hun eigen leven. De bekendste columnist van Zuid-Oost-Brabant is ongetwijfeld Jos Kessels die sinds jaar en dag voor het Eindhovens Dagblad schrijft. Zijn stukjes vertegenwoordigen vrijwel alle soorten columns die hierboven zijn beschreven, tot en met heel particuliere ontboezemingen aan toe. Zijn columns zijn nooit gebundeld tot boekjes, waarschijnlijk omdat hij ze zelf beschouwt als eendagsvliegen die alleen thuishoren in de krant.

Stramien

Drie schrijvers uit dezelfde regio vonden het wel de moeite waard er boekjes van te maken. Piet Snijders schreef zijn columns met een meetlat erbij door zich de beperking op te leggen van exact honderdvijftig woorden. Het is op zichzelf al een verdienste om binnen dat stramien te kunnen werken. Het zijn, op een enkele uitzondering na waarin hij voor zijn doen flink uithaalt naar deze of gene, warme, vaak enigszins weemoedige stukjes waarin hij de verrichtingen van de medemens met meedogende blik aanschouwt, geheel overeenkomstig de sympathieke persoon van de schrijver.

Piet Snijders

Wel slaat Piet Snijders de plank mis door zijn stukjes ‘verhalen’ te noemen in de trant van zijn naamgenoot A.L. Snijders, de uitvinder van het Zeer Korte Verhaal (ZKV), en door op de achterkant van zijn boek naar Hemingways beroemde regel te verwijzen: For sale: baby shoes, never worn. De ZKV’s en zelfs de zes woorden van Hemingway hebben een plot en suggereren suspence. Dat missen de stukjes van Piet Snijders en daarom kunnen ze beter columns heten. Wie overigens bij de titel Rupskusjes denkt aan kusjes van een rups, wat niet eens zo raar zou zijn bij de lieve aanrakingen die de columns zijn, zal in een van de stukjes tot de ontdekking komen dat er kusjes mee worden bedoeld die worden gestolen onder het doek van de aloude kermisattractie.

Tekening

Al wat langer geleden verschenen twee bundels van Luc de Graaf, Ondertussen en Lui maar voldaan. Ook hij noemt zijn stukjes ‘verhalen’, terwijl ze eveneens eerder thuishoren onder het kopje columns. Alvorens ze te bundelen, publiceert hij ze eerst op Facebook, wat gezien de vluchtigheid bij uitstek een medium daarvoor is. Een extra dimensie krijgen ze doordat hij er telkens en niet onverdienstelijk een tekening bij maakt. Die tekeningen hebben doorgaans weinig met de inhoud van de column van doen. De schrijver maakt ze als een soort concentratieoefening voorafgaand aan het schrijven. Als lezer word je er op een aangename manier door op het verkeerde been gezet.

Luc de Graaf

Ik ben geneigd de columns van Luc de Graaf als meer literair te beoordelen dan die van Piet Snijders, al is het lastig aan te geven waar hem dat literaire nou precies in zit. Geen van beiden zitten ze om goeie woorden verlegen. Misschien is het omdat Piet Snijders meer dan Luc de Graaf de neiging heeft te moraliseren. De columns van de laatste hebben niet voor niets vaak een open einde dat de lezer de ruimte laat het zijne ervan te denken. Overigens voelen ze allebei de sterke neiging de belangrijkheid van hun activiteiten te relativeren.

Houvast

De meest succesvolle schrijver wan de drie die hier aan bod komen, is zonder twijfel Henk van Straten. Al is succes hier een relatief begrip. In elk geval in commercieel opzicht, want zelfs hij is gedwongen er een baantje bij te nemen. Hij realiseert zich dat hij van zijn boek Niets zal ons redden maar een beetje liefde is oké al helemaal niet rijk zal worden, want: ‘Bundels verkopen niet, dat weet iedereen’, schrijft hij in zijn voorwoord. Voor hem zijn de columns een houvast als het niet lukt met het grotere werk, alsook vingeroefeningen en gedachtenspinsels die mogelijk kunnen dienen als opmaat voor romans.

Henk van Straten Foto > Bianca Sistermans

De columns van Henk van Straten gaan het meest over persoonlijke beslommeringen, onder meer over zijn rol als alleenstaande vader van twee opgroeiende zonen. Je voelt als lezer bij hem een groot ongemak in de omgang met andere mensen. Behalve de schrijver, de bijzonder goede maar vaak aan zichzelf twijfelende schrijver, hangt hij in zijn stukjes vooral de journalist uit. Hij had zijn columns dan ook graag aan een krant gesleten. Toen dat niet lukte publiceerde hij ze zelf op internet. Dat doet hij nog steeds. Voor een paar euro per maand kun je je erop abonneren, maar net als de boekuitgave is dat blijkbaar een weinig lucratief verdienmodel.

Aan de hand van de stukjes van Henk van Straten zou ik willen beweren dat columns ook mini-essays kunnen zijn, of, wat gezien het beperkte belang misschien een beter woord is: probeersels. Voor alle vier de hier kort aangehaalde boekjes geldt in ieder geval dat ze beter gedijen op het kleinste kamertje dan tussen het betere werk in een boekenkast. Ze poepen lekker weg, om het maar eens plastisch uit te drukken.

‘Rupskusjes’ van Piet Snijders is onder meer verkrijgbaar bij de auteur via pjasnijders@online.nl

‘Ondertussen’ en ‘Lui maar voldaan’ van Luc de Graaf zijn verkrijgbaar bij de auteur via www.lucdegraaf.nl

Henk van Straten, Niets zal ons redden maar een beetje liefde is oké. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar 2019, ISBN: 9789038807034, pb.

© Brabant Cultureel 2021

Lees ook op Brabant Cultureel:
Witte man aan verwarring ten prooi in nieuwe roman Henk van Straten
Piet Snijders: Hoe Joseph Beuys ging zwemmen in het Peelmoeras