Ruimte voor jong talent in Roméo et Juliette van Opera Zuid

Opera Zuid, het muziektheatergezelschap voor Limburg en Noord-Brabant, herneemt het normale leven en brengt een nieuwe enscenering uit van Gounods Roméo et Juliette. Een gesprek met mezzosopraan Maria Warenberg.

door Camiel Hamans

Of we nog even geduld willen hebben. Maria zit nog bij de grime, meldt een publiciteitsmedewerker van Opera Zuid. Vanzelfsprekend, ieder die iets met opera van doen gehad heeft, weet hoe chaotisch en druk het kan zijn tijdens een repetitieproces. En dan ineens verschijnt een Pietje Bel-kop in het Zoomscherm. Is dat Maria Warenberg, de jonge mezzosopraan, die de rol van het jochie Stéphano speelt, de bediende van de verliefde Roméo? Waar zijn de stralende lokken gebleven, die zij tijdens een recital steeds bevallig naar achteren werpt?

Hosenrolle

“Alles zit onder mijn pruik. Nee, het kriebelt niet, zo’n jongenscoupe laat genoeg ruimte.” Maria Warenberg klinkt even opgewekt, stralend en uitdagend als zij er in haar jongenskostuum uitziet. Het is niet haar eerste ‘Hosenrolle’, vertelt ze. In 2018 trad zij op Sicilië als Cherubino al in travestie op, maar dit is wel haar eerste Nederlandse verkleedpartij.

Maria Warenberg als Stéphano. Foto > Joost Milde

Ze ziet er overigens ook helemaal niet tegenop om haar vrouwelijkheid vaak te moeten verloochenen voor een geslaagde operacarrière. “Het is mooi repertoire, mijn stem komt tot zijn recht in dit type werk, de tessitura is heel geschikt voor mijn stem, een lekkere laagte, maar ook een hoge C zoals in Stéphano’s aria. Mijn stem vindt het heerlijk om deze rollen te zingen. En het is uitdagend om jongere jongens te spelen. Ik ben van plan dit soort rollen veel te zingen. Over een paar jaar hoop ik de Octavian te kunnen doen in de Rosenkavalier. Heerlijke, lange lijnen. En acteren als jongen, ik probeer het zo naturel mogelijk te doen. Ik kijk wel hoe jonge jongens lopen, ik heb een jonger broertje, maar ik ga het niet nadoen. Ik doe zo gewoon mogelijk.”

Het is uitdagend om jongere jongens te spelen. Ik ben van plan dit soort rollen veel te zingen

Voor Warenberg, die net cum laude haar bachelor studie aan het Amsterdamse conservatorium heeft afgerond en nu begonnen is aan haar tweejarige vervolgopleiding aan de Dutch National Opera Academy, DNOA, kwam de vraag uit Maastricht of zij de rol van Stéphano wilde zingen onverwacht. Ze had weliswaar ooit een auditie gedaan, maar dat ze een jaar later ineens gebeld zou worden, nee dat had ze niet kunnen bedenken. “Ik moest het natuurlijk eerst overleggen met de leiding van DNOA. Die ging meteen akkoord. Ik mis weliswaar anderhalve maand coaching op school, maar dit is een geweldige kans en nog mooier is dat het werk hier volledig gecombineerd kon worden met mijn opleiding.”

Uitbarsting

“Mijn rol is, als je het libretto volgt, heel klein. Een prachtige aria en twee grote ensembles, maar je ziet me veel vaker op het toneel verschijnen. Ik heb veel stil spel in deze productie, maar ook daarnaast heb ik een niet onbelangrijk aandeel. In feite lokt Stéphano de Capulets uit en hij zit in de spannendste scène van de opera. Bij Shakespeare komt Stéphano niet voor, de rol is een uitvinding van Gounod en zijn librettisten. Die hadden iemand nodig om de dodelijke uitbarsting tussen de families te veroorzaken, een consequentie die hij waarschijnlijk niet voorzien had. En de vraag die dan blijft hangen, is of Stéphano bedacht had dat de zaak zo zou escaleren.”

Scènefoto > Joost Milde

“Stéphano is, vinden de Zwitserse regisseur Julien Chavaz en ik, naïef. Hij schrikt eerst, als hij alle ellende voor zijn ogen ziet gebeuren, gaat er daarom vandoor, maar komt toch weer terug. Hij lijkt een soort verteller in het verhaal. Hij weet misschien wel wat er gaat gebeuren, maar als het dan gebeurt en iedereen dood neervalt, is hij toch teleurgesteld.”

Nasaal

“In het Frans zingen vind ik heel fijn. Vanaf dat ik begon te zingen, voelde het meteen al heel fijn. Op de middelbare school heb ik goed Frans gehad en dat helpt natuurlijk, maar in mijn opleiding en ook nu heb ik goede coaches. Die komen met ‘notes’: zijn de medeklinkers scherp genoeg, zijn de klinkers voldoende nasaal of is de zin juist gefraseerd. Dat helpt enorm. Als de uitspraak juist is en je de tekst goed begrijpt, gaat het zingen uiteraard ook gemakkelijker.”

Maria Warenberg. Foto > Studio Arash

“Frans is niet mijn eerste taal, dat zijn Nederlands en Russisch. Mijn vader is in Sint-Petersburg geboren en in de jaren zeventig met zijn familie naar Nederland geëmigreerd. Zijn grootmoeder, mijn overgrootmoeder dus, was ook een mezzosopraan en zong aan de opera in Sint-Petersburg. Wat ik begrepen heb, moet zij een mooie warme stem gehad hebben, iets lager dan de mijne, waardoor ze zwaardere rollen kon zingen. Ik zou haar graag gehoord hebben. Mijn vaders familie bestaat uit allemaal musici. Mijn vader is violist, mijn broertje cellist, maar ook mijn Nederlandse moeder is opgeleid als klassiek pianiste. Naderhand is zij rechten gaan studeren. Als ik thuis kom, musiceren we veel samen, zij aan de piano en ik zingend.”

Coloraturen

“Mijn verlanglijstje? Tja, als het niet te onbescheiden klinkt: eerst Rossini, la Cenerentola en Rosina in de Barbier van Sevilla. Heerlijk om te zingen, al die coloraturen, heel leuk en het gaat me best goed af. Bovendien is zijn werk ontzettend komisch. Daar hou ik van, hoewel ik er ook graag een dramatische kant bij wil. Carmen zou natuurlijk fantastisch zijn. Ik hou van veelzijdigheid. En vervolgens natuurlijk Mozart, Cherubino in de Nozze di Figaro en Dorabella in Cosi. Dit zijn de rollen, waarvan ik denk dat ik ze nu kan zingen. Over een paar jaar, als mijn stem zich verder ontwikkeld heeft, hoop ik, zoals ik al zei, op Octavian. Om hier eens te staan in Strauss’ Rosenkavalier lijkt me het einde.”

Opera Zuid, Roméo et Juliette. te zien in Eindhoven 27 november 2021; Tilburg 2 december en Breda 4 december.

Beeld boven dit artikel: repetitiefoto Roméo et Juliette. Foto > David Peskens

© Brabant Cultureel 2021