Onderweg: In zijn/haar eentje

door Joep Eijkens

Als ik ga wandelen in de nabije natuur loop ik vaak hetzelfde rondje. Eén stukje vind ik het mooist: een moerassig gebiedje dat grenst aan een riviertje. Het pad dat er doorheen leidt, wordt ’s zomers deels overwoekerd door brandnetels en riet en laarzen zijn geen overbodige luxe om de voeten droog te houden. Misschien dat dit mensen afschrikt – het is er in elk geval meestal heel rustig en rust en stilte zijn een steeds kostbaarder goed.

Vogels – mijn favoriete dieren – zie je er niet veel. Af en toe wat kraaien, een zingende karekiet, wat wintertalingen, een buizerd en een aalscholver, dan heb je het meestal wel gehad. Maar sinds een paar maanden zie ik bijna steeds op dezelfde plek aan de overkant van het riviertje een witte gans met een oranje snavel, steeds dezelfde. Meestal staat hij/zij stil, kijkt naar mij (denk ik) en beweegt hooguit nek en kop. Soms denk ik dat de gans op wacht staat zoals je ganzen ziet doen die als een soort Bob de omgeving nauwlettend in het oog houden terwijl de rest van de troep rustig verder foerageert. Maar dit exemplaar is altijd alleen, wat op zichzelf al vreemd is voor een uitgesproken groepsvogel.

De afgelopen week zag ik hem/haar niet meer. Toch met zijn soortgenoten weggevlogen? Maar nee, gisteren was de vogel terug van weggeweest. Terwijl ik naar een aalscholver keek die als op een Chinese pentekening in het topje van een berk zat te balanceren in de wind, kwam de witte gans aangewandeld. Ditmaal bleef hij maar even staan en zakte vervolgens door zijn poten. Om te slapen? Nee, hij bleef af en toe rondkijken. Even dacht ik: stel je voor dat het beest de kluts kwijt is en al maanden zit te broeden op een nest zonder eieren. Of zou het een weduwe zijn die tevergeefs wacht op haar man die nooit meer terug zal komen?

© Brabant Cultureel 2021