’s-Hertogenbosch, eiland in een onmetelijke zee, en de strijd tegen het water

Dat het Bossche Broek en ook de A2 in 1995 onder water kwam te staan, herinneren we ons nog wel. Maar dat ’s-Hertogenbosch een lange geschiedenis van wateroverlast kent en regelmatig als een eiland in een binnenzee lag, is minder bekend. Francien van den Heuvel heeft dat nu in groot detail beschreven. Die geschiedenis is niet uniek en kan vele steden tot voorbeeld zijn.

door Lauran Toorians

Met de recente beelden van watersnood in Limburg, de Eifel en de Ardennen vers in het geheugen en de klimaattop in Glasgow in het nieuws lijkt de strijd van Nederland tegen het water actueler dan ooit. Maar dat is onzin, want we leven nu eenmaal in een kustmoeras en die ‘strijd’ is dus van alle tijden, alleen vergeten we snel en zijn we nogal hardleers. In 1993 en 1995 hadden we ook in Noord-Brabant en Gelderland een waterprobleem. Begin 1995 werd een kwart miljoen inwoners van het rivierengebied geëvacueerd vanwege de gevaarlijk hoge waterstanden in de Maas, de Rijn, de Waal en de IJssel. Dat lijkt alweer lang geleden en het beeld dat voor velen de herinnering hieraan bepaalt, is dat van een surfer op de ondergelopen A2 ter hoogte van Vught, begin februari 1995. Die surfer was Max van Noorden die zich op dat moment voorbereidde op de Olympische spelen in Atlanta. Die spelen haalde hij helaas niet, want drie jaar later overleed hij – drieëndertig jaar oud – aan kanker.

Kuil

De foto van de surfer op de A2 ging de hele wereld over en vormt nog steeds (letterlijk) een schrikbeeld voor Rijkswaterstaat. De hoogwaters van 1993 en 1995 gaven aanleiding tot een nationaal Deltaprogramma dat Nederland beschermt ‘tegen hoogwater en overstromingen, zorgt voor voldoende zoetwater en bijdraagt aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van ons land’. Precies waar dit programma nog niet volledig is uitgevoerd, ging het deze zomer mis in Limburg. Toch is dit alles op de langere termijn een strijd tegen beter weten in, zeker wanneer de klimaatdoelen van Parijs niet worden gehaald. De zeespiegel stijgt, het land daalt en er komt een moment dat de kosten van pompen niet meer opwegen tegen het blijven wonen in een kuil in de zee. We waren beter af geweest als we nooit dijken waren gaan bouwen en in de lage gebieden op terpen waren blijven wonen.

Wat opvalt is hoe slecht het collectieve geheugen is waar het gaat om eerdere watersnoden

Wat opvalt is hoe slecht het collectieve geheugen is waar het gaat om eerdere watersnoden. Die van 1953 kennen we nog en die is zeker in de toen getroffen gebieden niet vergeten. En dit jaar herdenken we de Sint-Elisabethsvloed van 1421 waaraan we de Biesbosch danken. Feitelijk waren dat drie opeenvolgende vloeden die in dat ene beeld zijn samengevallen en worden herinnerd als een soort nationale ramp waarvan we zo goed als geen ooggetuigenverslagen hebben en die in de eeuwen erna mythische proporties aannam. Dat vanaf de twaalfde eeuw tot nu een hele reeks grote stormvloeden en rivieroverstromingen ons land teisterden en vaak veel slachtoffers eisten, maakt geen deel uit van de canon van Nederland.

Kaart van de loop (‘traverse’) van de Beerse Maas na verlegging van de Maasmond via de Bergsche Maas die in 1904 gereedkwam. Collectie > BHIC.

Binnenzee

Wellicht kan het proefschrift van Francien van den Heuvel (’s-Hertogenbosch 1956) helpen om het collectieve geheugen in dit opzicht op te frissen. Zij onderzocht de relatie van ’s-Hertogenbosch met het water gedurende de periode van ongeveer 1740 tot 1995. De provinciehoofdstad heeft niet voor niets de bijnaam Moerasdraak en gold lang als een onneembare vesting omgeven door water. Dat gold in tijden van dreiging door bewuste inundaties van de lange gronden rondom de stad. Daarvoor werd in de loop van de tijd een uitgekiend systeem van dijken en sluizen aangelegd waardoor idealiter de omgeving zo diep onder water kon worden gezet dat waden te gevaarlijk was en varen ook niet tot de mogelijkheden behoorde. De stad lag dan in een binnenzee met slechts enkele goed bewaakte toegangswegen.

Prent van Reinier Vinkeles, naar een tekening van Cornelis van Hardenbergh, van de overstroming bij Haarsteeg in 1799. Rijksmuseum Amsterdam.

Maar even zo vaak was de stad slachtoffer van ongeplande hoogwaters. Sinds de Maas in de middeleeuwen haar weg zocht naar de Merwede was die rivier langer geworden en kostte het dus meer tijd om uit te wateren in zee. Bij veel aanvoer van water uit het stroomgebied van de Aa en de Dommel, een hoge stand in de Maas en hoge zeewaterstanden betekende dit dat de lage gronden rond ’s-Hertogenbosch blank kwamen te staan. Dat kon ertoe leiden dat ook de stad zelf het niet droog hield en er zijn beschrijvingen bekend van mensen die roeiend naar (of zelf in) de Sint-Jan gingen. Dat vroeg natuurlijk om maatregelen.

George Andries Roth, Watersnood te Kessel 1855. Ets > Rijksmuseum Amsterdam.

Al in 1658 werd een plan opgesteld om water te kunnen lozen naar de Langstraat om het vervolgens in het Oude Maasje te laten weglopen. Het duurde zo’n honderd jaar voordat een variant van deze ‘oplossing’ zijn uitwerking vond in het realiseren van de Baardwijkse Overlaat. Wie bedenkt dat bij hoog water op de Maas ook al in omgekeerde richting werd geloosd door de Beerse Overlaat, waarna dan een parallelle Maasloop langs Oss en Rosmalen naar de Dieze ontstond, ziet voor zich hoe de hele strook ten zuiden van de Maas, van Beers bij Grave tot bij Waalwijk een tweede, brede Maasloop kon worden. En dat niet incidenteel, maar met een behoorlijke regelmaat als winters verschijnsel. Nog in 1880 leidde dit in de nacht van 29 op 30 december tot een dijkdoorbraak onder Nieuwkuijk waarbij veertig dorpen in de Langstraat werden overstroomd. Er kwamen ‘slechts’ twee mensen om, maar de schade was enorm en het was deze ramp die aanleiding gaf tot het besluit om de Bergsche Maas te graven en zo de Maas een nieuwe monding te geven.

Kaart van het Land van Heusden en Altena met het door de doorbraak van de Heidijk onder Vlijmen in de nacht van 29 op 30 december 1880 overstroomde gebied. Collectie > BHIC.

Watersnood-feest

’s-Hertogenbosch was dus gewend met water om te gaan, maar moest in extreme situaties ook steeds improviseren. Vooral in de beginperiode die Van de Heuvel beschrijft was dat aan het stadsbestuur, dat dan ook gedupeerde inwoners en omwonenden moest opvangen en ondersteunen. Voor ‘normale’ hoogwaters bestond er al een vast systeem van veerdiensten naar omliggende plaatsen als Empel, Rosmalen, Vught en Vlijmen. In noodgevallen sprak de stad ook de provincie en de Republiek (later het Rijk) aan om steun en geleidelijk aan kwam die steun ook wel, soms als spontane noodhulp en soms rechtstreeks van overheidswege. Zo werd de watersnood van Nieuwkuijk in 1880 uitgeroepen tot een nationale ramp en een Amsterdams burgercomité organiseerde op 18 februari 1881 ’s avonds een ‘Watersnood-feest’ om geld in te zamelen voor de slachtoffers. Giro555 bestond nog niet, maar het medeleven was er niet minder om.

Aanduiding van de waterhoogte in de sacristie van de Sint-Jan op 14 februari 1757. Het water stond ongeveer 70 cm hoog. Foto Francien van den Heuvel

Francien van den Heuvel spitte een enorme berg archiefmateriaal door en schetst per deelperiode in groot detail hoe het ’s-Hertogenbosch verging met het water. Daarbij besteedt zij ook steeds aandacht aan hoe de watersnoden een plek kregen in de populaire herinneringscultuur zoals in prenten en rampliederen. Dat geeft een goed beeld van hoe ‘gewone mensen’ deze gebeurtenissen beleefden en verwerkten.

Ontwerp door Antoon Derkinderen voor een praalwagen met als onderwerp de watervrijmaking van ’s-Hertogenbosch ter gelegenheid van de allegorische optocht bij het zevenhonderdjarig bestaan van de stad in 1885. Collectie > Erfgoed ’s-Hertogenbosch.

Het boek is zeer gedetailleerd. Niet vreemd voor een academisch proefschrift (Open Universiteit, Heerlen), maar dat maakt dit grote en zware boek hier en daar ook tot behoorlijk zware kost. De illustraties maken het dan weer wel erg uitnodigend om te bladeren. In en om ’s-Hertogenbosch gaf Van den Heuvel al lezingen over het onderwerp. Misschien is een ‘lichtere’ publieksversie van het boek een goed idee, niet alleen omdat het voor Bosschenaren zinvol is deze geschiedenis te kennen, maar ook omdat dit verhaal exemplarisch is voor tal van steden langs de Nederlandse rivieren. Want dat van die watersnoden, dat is lang nog geen gesloten boek.

Francien van den Heuvel, ’s-Hertogenbosch, eiland in een onmetelijke zee. Omgangsstrategieën van de stedelijke overheid en de bevolking van ’s-Hertogenbosch met hoogwater en overstromingen (1740-1995). Oisterwijk: Wolf Publishers 2021, x + 406 pp., ISBN: 978-94-6240-740-4, hb., € 34,95.

www.wolfpublishers.eu

Zie Max van Noorden surfen op de A2 bij ’s-Hertogenbosch:

© Brabant Cultureel 2021