De Stijle, Want … knoopt er nog een jaar aan vast

door JACE van de Ven

Van puntjes, daar houden ze kennelijk van, want het is De Stijle, Want … en nu is er dan Eindelijk … De Film. Die titel heeft filmmaker Sophie Tooten ontleend aan een bordje dat zij ergens tussen de rekwisieten van De Stijle, Want … vond. Hij is nu van extra betekenis, omdat de film over het straattheatergezelschap door corona een jaar later dan gepland verschenen is.

Sophie Tooten

Het idee om de geschiedenis en de betekenis van De Stijle, Want … in beeld te brengen, ontstond toen dit Brabantse ensemble dat op festivals absurdistische theatershows brengt vijfendertig jaar bestond. Dat was twee jaar geleden, in 2019. Sophie Tooten, nu 38, en dus maar net iets ouder dan het theatergezelschap, was benieuwd hoe iemand als Harrie Verkerk, nu zevenenzestig, het rondtrekken langs festivals zo lang had volgehouden en hoe het er aan toe gaat achter de schermen.

Dat heeft zij heel goed gestalte gegeven. Hoofdfiguren in haar film zijn uiteraard Harrie Verkerk, coördinator van de club, Rob van Gestel (66), vooral sterk als acteur en inbrenger van creatieve ideeën, en Adrie Pinxten, de verbinder tussen die twee. Ook komen soms anderen in beeld die ooit aan De Stijle, Want … meewerkten. Je ziet dat het hard werken is. Als kermisfamilies laden zij zelf in en bouwen hun attractie op, slapen vaak op het festivalterrein, kortom, zijn steeds ongeveer een half jaar lang vierentwintig uur per dag bezig met hun job.

“In al onze voorstellingen heeft het publiek de hoofdrol”, kenschetsen de Stijle Wanters de aard van hun werk. Meer willen ze er niet over kwijt, want wat zich achter het zeildoek van hun tentje afspeelt, moet geheim blijven. Anders is de lol eraf. Laat ik, die regelmatig, voorstellingen van hen gezien heeft, dit nog aanvullen: Iemand die binnenstapt in het tentje komt meestal in een onverwachte situatie terecht en beleeft een soort van oeps-ervaring. Na een minuut of wat staat hij weer buiten en moet onwillekeurig lachen om wat hem overkwam. Hoewel? Op Terschelling was er eens een typische noorderling die achteraf zei: “Verdomd origineel, maar ik kan het niet waarderen”.

De kiem van De Stijle, Want … werd eind 1983 gelegd. Iemand herinnerde zich dat hij als kind altijd gefascineerd was door de zogenaamde bimbobox bij V&D in Tilburg. Dat was een klein glazen kastje dat bij de ingang stond en waarin een orkestje van pluchen aapjes zat. Als je er een dubbeltje in gooide, klonk er muziek en leek het of de aapjes in het kastje die muziek speelden. Ze maakten daar typische, ritmische bewegingen bij. “Als wij dat nou eens in het echt gaan doen”, stelde hij voor.

Via dat idee ontstond De Stijle, Want … De eerste crew werd voornamelijk geronseld uit leden van de roemruchte Fanfare van de Eeuwigdurende Bijstand, een groot muziekgezelschap dat vooral speelde ter ondersteuning van protesten tegen kamernood en de plaatsing van kernwapens. In 1984 ging De Stijle, Want … met een tentje en een negenkoppig orkestje de festivals langs. Een naam hadden ze nog niet. Die moest echter wel in de programmafolder. Toen zei iemand van de club: “Noem ons maar de steile wand, maar steil met een lange ij en wand met een t.” Vandaar.

Een tweede probleem was hoe de tent vol te krijgen? Ze kwamen er snel achter dat je daarvoor buiten de tent reclame moet maken, het zogenaamde ‘boniseren’ of ‘stoepeneren’. Daarvoor werden enkele ‘aapjes’ uit het orkest gehaald. Het mensen naar binnen kletsen, ontwikkelde zich al snel tot een apart ambacht, een kunde waarmee De Stijle, Want … grote faam bereikte. Waren er bij een optreden in de tent steeds maar enkele mensen binnen, buiten stond vaak een rij van vijftig meter die vermaakt werd met grappen en grollen en steeds nieuwsgieriger werd naar wat er in die tent gebeurde, waaruit om de paar minuten mensen lachend naar buiten kwamen. Rond de rij wachtenden vormden zich vaak ook weer rijen die alleen naar de boniseurs kwamen kijken.

Het levend aapjesorkest was onmiddellijk een groot succes, maar de leden van de club kwamen er al snel achter dat je met een zo groot aantal artiesten en een zo klein publiek dat in het tentje kon, nooit de kost kon verdienen. Daarom, en ook omdat verschillende leden het rondtrekken niet al te lang wilden blijven doen, werd De Stijle, Want … al snel een kleiner gezelschap van enkele mannen en vrouwen. De spil was vanaf het begin Harrie Verkerk en naast de genoemde Adrie Pinxten en Rob van Gestel was ook Rotterdammer Gerard Olthaar een artiest die jaren deel uitmaakte van de club.

De Stijle, Want … was altijd vast onderdeel van de vroegere Boulevard of Broken Dreams en stond mede aan de wieg van de tegenwoordig nog bestaande De Parade. Op vele festivals in Europa worden zij jaarlijks gevraagd en in 1986 reisden ze met de Boulevard of Broken Dreams zelfs naar Canada. Die reis ging voor hen bijna niet door doordat vandalen op een festival in Eindhoven kort tevoren hun tent in brand hadden gestoken. Via onmiddellijke benefietacties van collega’s kon de schade gelukkig in no-time hersteld worden.

Sophie Tooten volgde voor haar film De Stijle Want … op festivals in Praag en Karlsruhe en zocht leden en oud-leden op om hen te interviewen. Ze maakten in al die jaren honderden verschillende voorstellingen. Een tijd lang zelfs elke dag een nieuwe die op het nieuws gebaseerd was. Die korte voorstellingen speelden zij op hun beurt weer honderden keren per dag. Bewonderenswaardig dat je dat meer dan vijfendertig jaar kunt volhouden.

Na de film gezien te hebben op het Festival Circolo, vorige week in Tilburg, praten de bezoekers even na met Pinxten, Verkerk en Van Gestel. “Soms was het wel moeilijk om de focus te houden bij die steeds herhaalde voorstellingen, hoewel het elke keer toch weer anders is”, vertelt Adrie Pinxten. Harrie Verkerk weet nog dat er soms stagiaires van toneelopleidingen meegingen. Maar die haakten meestal snel af als ze er achter kwamen hoe hard er gewerkt moest worden. “Ik heb juist het idee, dat het je artistieke prestatie ten goede komt als je de tent waarin je speelt zelf hebt opgebouwd”, denkt Pinxten. “Raar eigenlijk dat ik nooit ergens op een theateropleiding ben uitgenodigd om uit te leggen hoe je jezelf als acteur presenteert op straat”, mijmert Van Gestel.

Van Gestel houdt De Stijle, Want … na dit jaar voor gezien. Verkerk en Pinxten hebben in mei 2022 alweer een eerste festival in de agenda staan. In Italië. Ondanks de pensioengerechtigde leeftijd die Harrie bereikte, kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Pardon, bedoeld is: waar het wel gaan kan, want makers en publiek genieten na zevenendertig jaar De Stijle, Want … nog steeds volop.

De documentaire is in Cultureel Centrum Elckerlyc in Hilvarenbeek te zien op donderdag 25 november (aanvang 20.00 uur) en in Cinecitta in Tilburg op dinsdag 30 november (aanvang 19.00 uur)

© Brabant Cultureel 2021