120 vergeet-mij-nietjes van Henk Eikenaar

door JACE van de Ven

“Stoppen was onmogelijk. Gedurende anderhalf jaar raakte ik in een flow. Totdat ik helemaal leeg was. Het resultaat is verbluffend. Honderdtwintig collages en mixed media.” Met deze woorden kondigt beeldend kunstenaar Henk Eikenaar zijn nieuwe tentoonstelling aan die vandaag, 9 oktober, begint. Als zesenzeventigjarige met een vruchtbaar kunstenaarsleven achter zich is hij kennelijk nog niet van plan de penselen neer te leggen. Het gaat deze keer niet om monumentaal werk, maar wel weer om sprekende kleuren. Ze zijn ingekaderd in honderdtwintig collages, steeds niet meer dan ongeveer twintig bij vijftien centimeter groot.

Henk Eikenaar

In 1966, vijfenvijftig jaar geleden, eenentwintig jaar oud en koud vier maanden op de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg, maakte Henk Eikenaar een collage waar hij meteen de Academieprijs mee won. Toch maakte hij nooit meer een nieuwe. Tekenen en schilderen werden zijn voornaamste uitdrukkingsvormen als kunstenaar naast soms wat keramiek, grafiek of beeldhouwwerk; geen collages.

Maar toen corona kwam en de mensen in het begin van die tijd braaf op zichzelf bleven, begon Henk Eikenaar opeens te scheuren, te knippen, te plakken en op die knipsels te tekenen en te schilderen. Soms zat hij tot zijn enkels tussen de snippers. ’s Nachts droomde hij van wat hij aan het maken was en van ’s morgens tot ’s avonds zat hij elke dag in zijn atelier om een suite van collages te maken. Ik gebruik expres het woord suite – een opeenvolging van dansen – omdat in het werk van Henk Eikenaar de muziek nooit ver weg is. Het is muziek en poëzie zonder noten en zonder woorden. Iedereen die over zijn werk geschreven heeft, wijst daarop. Zelf noemt hij graag de dichter Federico García Lorca als inspirator en componisten van Bach tot Philip Glass.

Kapelatelier van Henk Eikenaar

“Als ik aanleg had gehad, was ik graag musicus geworden”, zegt Eikenaar. “Muziek komt zo direct binnen, het breekt de gevoelswereld open, weekt dingen los.” Met deze uitspraak in gedachten is het niet moeilijk te zien dat hij zoiets ook met beeldende kunst probeert te bereiken. Wat hij verbeeldt in zijn schilderwerk tussen realiteit en abstractie is meest waarschijnlijk een intuïtieve zoektocht om gevoelens voelbaar te maken, geen heftige emoties, maar gewaarwordingen die op weg zijn om tot rust te komen.

“Schilderen is vaak een worsteling; veranderen, overschilderen, tot het schilderij terug gaat praten.


“Schilderen is vaak een worsteling”, zegt hij, “veranderen, overschilderen, tot het schilderij terug gaat praten. Dan dient zich als vanzelf aan wat er verder moet gebeuren: dit moet je weghalen, daar moet blauw komen, en zo voort. Als je moet gaan zitten fantaseren hoe je verder moet, kun je het schilderij beter wegzetten en er afstand van nemen. Het wil wel eens helpen om er later opnieuw lange tijd naar te gaan zitten kijken, mogelijk ervaar je dan op een gegeven moment dat het doek weer om je gaat vragen.”

Met het maken van de reeks kleine collages was dat niet anders. Alleen ging het scheppingsproces wat sneller omdat een uitgeknipte en opgeplakte vorm meteen sturend is voor wat volgt. Alles hoeft alleen nog maar op de juiste plaats te komen. Eikenaar vergelijkt de weg daar naartoe met een hond die gaat liggen. “Hij draait lange tijd rondjes en schikt en herschikt soms de plek onder hem, tot hij op een gegeven moment neerploft. Dan ligt hij lekker.”

Het scheppingsproces ging sneller omdat een uitgeknipte en opgeplakte vorm meteen sturend is voor wat volgt.


Nu hangen de collages, door Eikenaar trots ‘kleine juweeltjes’ genoemd met zijn honderdtwintigen in een voormalige kapel tussen Baarle Nassau en Turnhout. Het zijn intieme spiegeltjes die je lijkt te herkennen als je ze aankijkt. Nocturne heet er een, Los Caminos een andere, Vaarwel een derde. Namen die juist vaag genoeg zijn om de kijker niet al teveel te sturen. Introvert, dat zijn en blijven ze, deze werkjes. Mogelijk op chaotische en zoekende wijze gecomponeerd, maar ze kijken je aan met een bijna brutale vanzelfsprekendheid als willen ze zeggen: wij zijn gemaakt door iemand die weet hoe hij ons moest maken. Honderdtwintig keer niet meer dan enige decimeters traceerbaar gevoelsleven met een lijstje eromheen, om het vast te houden.

Herfstbriesje
Brief aan Jan Mostaert

De kapel op de grens tussen Baarle Nassau en Turnhout waarin Henk Eikenaar zijn werk toont, is tevens zijn atelier. Na geëxposeerd te hebben in galerieën van Groningen tot Maastricht laat hij sinds een jaar of twintig om de drie jaar zijn werk hier zien. Reden is dat de forse kapel een sfeervol gebouw is en de afmetingen heeft waar zijn meestentijds monumentale werk om vraagt. In galerieën kon hij vaak maar weinig doeken kwijt, omdat het werk dat hij maakt, ruimte nodig heeft. Bij deze expositie is dat minder het geval, maar gaat het, zoals gezegd, om honderdtwintig unica.

Voor de spiegel
Sint Lucasboom

Trouwens, over monumentaliteit gesproken, je kunt je al die bescheiden collages ook in het groot voorstellen. Ze lijken verdomd veel op de grote, poëtische, semiabstracte doeken van Eikenaar. Maar waar die schilderwerken met hun kleuren soms op de pauken slaan of trompetklanken uitstoten, zijn deze collages veel intiemer. Ze rinkelen met een bescheiden belletje en zeggen: “Kijk mij nou eens!” Het zijn vergeet-mij-nietjes.

De expositie in het Kapelatelier, Woonpark De Grens 25a in Baarle Nassau begint vandaag, zaterdag 9 oktober 2021. Daarna is de tentoonstelling te bezoeken op 10-15-16-17-22-23-24 oktober. Openingstijden steeds van 13 tot 17 uur, bezoek op afspraak is mogelijk.

http://henkeikenaar.nl

Fotografie > Annelies & Henk Eikenaar

© Brabant Cultureel 2021