Ignace Schretlen stuurt de mensen kaarten

door JACE van de Ven

Een enkele keer het afgelopen jaar lag er een brief op de deurmat die niet zomaar een brief was. Alleen al op de envelop stonden tal van mededelingen zoals bij ongevraagde reclame die je toegestuurd krijgt, maar deze brieven waren geen reclame. Eerder leken ze daar de spot mee te drijven. Ik zocht naar een afzender. De eerste keer bleek het Last View (LV) te zijn, een tweede keer was het Ned. Inst. Voor Kunst & Samenleving (NIKS). Juist, dat zei me niks, maar ik herkende wel het adres van beide instellingen als dat van een kunstenaar die ik tijdens mijn tijd als kunstredacteur bij het Brabants Daglad enige keren geïnterviewd had. Een kunstenaar die ook een paar decennia huisarts was en die door andere medici omarmd of verguisd werd om zijn publicaties over de praktijk van dat vakgebied: Ignace Schretlen.

Enveloppen met stickers, stempels en zelfgemaakte postzegels.

Ignace Schretlen (1952) kreeg in Nederland enige bekendheid toen hij in 1980 met zijn boek Anatomie van het gevoel het Gouden Ezelsoor won, de prijs van het best verkochte debuut van 1979. Het was een dagboek van een co-assistent interne geneeskunde, uitgegeven onder het pseudoniem Alexander van Es. Onder eigen naam publiceerde hij rond die tijd over het Franse chanson en hij was in verband daarmee regelmatig op de radio te horen. Later volgden een dagboek over de beroepsopleiding tot en het leven als huisarts, gedichtenbundels, kinderboeken, publicaties over kunst, pijn en lijden, literatuur en de kruisweg. Alles bij elkaar tientallen boeken en artikelen. Daarnaast manifesteerde Schretlen zich ook als beeldend kunstenaar, hij verbeelde onder meer het thema van de kruisweg op verschillende manieren en legde een eigen kruiswegcollectie aan. In 2019 schonk hij 126 eigen werken en omvangrijke documentatie met betrekking tot de kruisweg aan de Radboud Universiteit en het Radboud UMC.

Zelfgemaakte postzegels. Post.nl heeft de mogelijkheid om ‘gepersonaliseerde’ zegels te maken die ook werkelijk als frankeermiddel gebruikt kunnen worden. Op de eerste zegel een zelfportret van Ignace Schretlen. De adelaar is het beeldmerk van het project Laagvliegers.

Nog schrijft hij volop artikelen en werkt hij zo nu en dan mee aan exposities, maar sinds 2013 houdt hij zich toch voornamelijk bezig met Laagvliegers. Dat is een mail-art project waarin hij inmiddels meer dan vijfhonderdvijftig eigengemaakte kaarten naar steeds zo’n vijftig à zestig mensen heeft gestuurd en waarvoor hij tientallen verschillende postzegels, stempels, stickers en posters heeft ontworpen en laten maken of drukken. En dat gaat nog steeds door. Het is tegelijk een kunst- en een communicatieproject waarin woord en beeld als middel gebruikt worden om te reageren op de maatschappij en op de persoon Ignace Schretlen in die maatschappij. Waarom hij ermee begon?

“plaats deze kaart goed zichtbaar in uw woning en prent deze boodschap dagelijks in uw hoofd”

“Ik wilde iets maken waarbij ik volledig onafhankelijk van alles en iedereen iets zou kunnen doen. Op zoek naar het wezenlijke zonder iemand te willen behagen. Het project is een noodzaak, de woorden en beelden die dagelijks in mij opkomen, moet ik kwijt of ze blijven me achtervolgen. Het zijn vragen, geen antwoorden.”

De postkaarten zijn meestal associatief, soms filosofisch, soms alleen absurd, vaak met spot

Schretlen gaat in Laagvliegers meestal associatief te werk, soms filosofisch, soms alleen absurd, vaak de spot drijvend met mededelingen of reclameboodschappen. Hij verbindt zaken die normaliter niet met elkaar verbonden worden. Die slaan je dan plotseling om de oren. “Dat je geboren bent, geeft je nog geen bestaansrecht”, schrijft hij bijvoorbeeld. Soms vat een adressant dat persoonlijk op en wordt boos, hoewel Schretlen niet de behoefte heeft om bewust tegen haren in te strijken. Maar om onaangenaamheden glad te strijken, dat ziet hij nou ook weer niet als zijn taak. Confronteren is hem liever dan conformeren.

“Waarom het project Laagvliegers heet? Omdat ik altijd een laagvlieger ben geweest. Op de middelbare school was ik een middelbare leerling die er heel hard voor moest werken, de studie medicijnen later ging me veel makkelijker af. Maar de naam van het project verwijst ook naar het feit dat ik als maker ervan tussen hemel en aarde vlieg, maar dichter bij de grond dan bij wat boven ons is. Het is een metafoor voor het leven van de mens, hij wordt met iets geconfronteerd en kan daar op reageren of niet, net zoals in het normale leven.”

Ik vraag Schretlen of het niet veel makkelijker zou zijn om het project honderd procent digitaal te doen. Nu kost het nogal wat aan druk-, stempel- en portokosten. Hij antwoordt dat hij het geld dat hij verdient met een blog dat hij bijhoudt in Laagvliegers stopt en dat hij zo nu en dan iets verkoopt uit zijn kunstverzameling die hij door de jaren heen heeft aangelegd om het project gaande te houden. Nee, digitaal verder gaan zou hij niet willen: “Een brief is iets tastbaars dat iemand lijfelijk heeft aangeraakt.” Die zin treft me, zoals even eerder de woorden: “Wanneer mensen elkaar negeren, doet me dat zeer.” Communicatie lijkt me een belangrijk element van het project.

“Misschien komt er ooit een expositie waarop ik de kaarten die worden geëxposeerd kan weggeven, ook als protest tegen de vercommercialisering van kunst.”

“Na acht jaar is Laagvliegers een megaproject waarop ik zelf allang het zicht ben verloren. Thuis en in onze opslagruimte liggen tienduizenden kaarten. Ik verkoop ze niet. Ik heb geen tijd om ze te archiveren. Dat komt omdat ik voortdurend bezig ben met scheppen. Misschien komt er ooit een expositie waarop ik de kaarten die worden geëxposeerd kan weggeven, ook als protest tegen de vercommercialisering van kunst.”

(…) De Overheid wil u geen angst aanpraten. U dient echter wel te beseffen dat het zo afgelopen kan zijn. Gelieve het bovenstaande op te vatten als een goedbedoelde waarschuwing. De Overheid voelt zich betrokken tot iedere burger en dus ook tot u.

Ondanks de inmiddels grote voorraad kaarten et cetera gaat Ignace Schretlen door met Laagvliegers. Terecht. In de marge van het kunstcircuit gebeuren vaak de interessantste dingen. Daarbij: vanaf zijn vroegste jeugd heeft hij getekend en geschreven. Hij wordt onrustig als de beelden en zinnen die in hem opkomen, niet naar buiten kunnen. En zijn woord en beeld helpt de geadresseerden op zijn minst om op een onverwacht moment in de dag even een stapje terug te doen en na te denken over het wezen der dingen.

Of er ook kaarten zijn waar hij zelf op staat? Hij moet even nadenken. “Ja”, zegt hij dan, “mijn broer vond een foto in de nalatenschap van onze ouders en liet me weten dat het de enige foto is die hij van mij kent waarop ik lach. Nou, daar heb ik toen maar een postzegel van gemaakt. Ignace op de step. Lachend.”

Voorbeelden van dit mail-art project waren te zien in de bibliotheken van het Van Abbemuseum en van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het Krona Museum in Uden heeft een aantal kaarten geëxposeerd en op de Nijmeegse campus zijn een twee posters (met ‘Groetplicht’ en ‘Eind groetplicht’) gebruikt voor een campagne om eenzaamheid onder studenten aan de kaak te stellen.

© Brabant Cultureel 2021