Carlo Nabbe, eigenheid en verbondenheid

door JACE van de Ven

“Cultuur moet geen strijd zijn, maar een vanzelfsprekendheid.” Met die woorden pareerde Noord-Brabants oud-gedeputeerde voor cultuur en huidig directeur van KunstLoc Brabant, Henri Swinkels, onlangs de Trumpiaanse uitspraak van minister Hugo de Jonge dat we best een dagje zonder cultuur kunnen. Ik wil verder gaan dan Swinkels en het werkwoord ‘moeten’ veranderen in ‘zijn’. Kunst is voor de mens even vanzelfsprekend als ademen of eten. De mens kan niet zonder kunst, ook al zou hij dat willen. De zin voor kunst en cultuur is in hem aanwezig als een zesde zintuig.

Maar wel weggestopt. In een maatschappij waar alles langs de meetlat van de economie en geldelijke opbrengst wordt gelegd, worden kunst en cultuur vaak gezien als sta-in-de-weg bij wat vooruitgang heet. Dus wordt de mens van jongs af aan geïnstrueerd te hollen om zoveel mogelijk bezit te kunnen vergaren en anderen te slim af te zijn, terwijl hij om te slagen in het leven alleen maar zichzelf hoeft te worden.

En daarmee zijn we terug bij iemand over wie ik het in mijn vorige column al had: violist, dirigent, leraar en componistCarlo Nabbe (1963), in onze provincie vooral actief in Breda, Roosendaal, Bergen op Zoom en Oosterhout. Als afgestudeerd musicus besefte hij dat hij niet vrij op het podium stond, ondanks zijn solodiploma viool en de hoge cijfers die hij op het conservatorium gehaald had. Tijdens zijn zoektocht naar het waarom kwam hij erachter dat zijn liefde voor het vioolspel gaandeweg volledig functioneel was geworden. Hij wilde teruggrijpen op de intuïtie.

Carlo Nabbe

Het werd een interessante zoektocht. Zes jaar geleden verscheen bij Uitgeverij Aspekt zijn boek Aandacht met de ondertitel ‘Over lesgeven. Ieder kind heeft het recht om bij zichzelf te blijven’. Daarin betoogt hij dat het muziekonderwijs een aantal essentiële stappen overslaat in het onderricht en daarvoor nu de prijs betaalt. Muziekscholen en orkesten krijgen steeds minder leerlingen.

Muziekonderwijs is te instructief en gaat teveel uit van wat de leraar wil overbrengen

Volgens Nabbe is het muziekonderwijs te instructief en gaat het teveel uit van wat de leraar wil overbrengen, terwijl die juist moet ontdekken hoe de leerling wil communiceren via zijn instrument. ‘Zelfstandigheid van de student leidt tot een vakmanschap waarbij techniek een zoektocht blijft naar binnen in plaats van een prestatie naar buiten’, staat op de achterflap van Aandacht. En daarmee zijn we bij dat zesde zintuig, de zin voor kunst en cultuur in elke mens. “Muziekmaken is een spiritueel gegeven”, vindt Carlo Nabbe. “Daar bedoel ik niks zweverigs mee. Kinderen moeten zich ergens mee kunnen verbinden. Ze moeten zich kunnen herkennen in hun instrument en in de muziek. Ze moeten samen kunnen spelen van het begin af aan, want het gaat aanvankelijk helemaal niet om niveau, maar om ontdekkend uit je dak kunnen gaan.”

Nabbe wil een beroep doen op de innerlijke wereld van elk kind, op diens eigenheid. “Eigenheid heeft eindeloze kiemkracht. Het is een peilloze bron van energie. Het is een kracht die naar buiten toe uitstraalt, sterk en breekbaar tegelijkertijd. Daarom moet een leraar op zoek naar wat het kind zoekt in de muziek, in zijn instrument, hoe hij daar op passende wijze vorm aan kan geven en hoe het zijn eigenheid kan communiceren.”

“Het zijn essentiële vragen die je een kind zichzelf leert stellen. Je blijft als leraar van dat proces af. Je geeft geen antwoord op deze vragen. Je observeert het en benoemt het met grote omzichtigheid. Wat jij als leraar zoekt in de muziek is niet wat een leerling zoekt. De leerling trekt een eigen plan. Een plan dat niet van jou is. Het is de onzekerheid van de docent die de leerling dwingt naar de docent te luisteren. Het ontbreken van vertrouwen in de leerling.”

“Het instructieve muziekonderwijs houdt zich bezig met niveau, kwaliteit, talent, enzovoorts in plaats van met communicatie, expressiviteit en eigenheid. Maar elk kind kan zijn eigen kwaliteit bepalen als je het maar leert vragen te stellen. Van het onbewuste, in een natuurlijk eigen tempo, naar het bewuste. Ieder kind is een licht. Een leraar hoeft een kind alleen te leren zijn eigen licht te begrijpen en dat te laten schijnen. Daarvoor moet hij zijn eigen leerproces in vertrouwen los durven laten.”

Het blijft bij Carlo Nabbe niet bij muziek alleen. De volgende logische stap voor hem werd de BasisBeweging. Die staat voor het in verbinding staan met jezelf en met je omgeving. Geen anonimiteit. Net als in de muziek slaat het normale onderwijs volgens hem een aantal essentiële stappen over die later nauwelijks meer te corrigeren zijn. De docent heeft een te abstracte en instructieve taak die steeds meer uitbreidt en waarmee hij zich nauwelijks verbonden voelt. Een docent wil zich kunnen verbinden met een leerling en vice versa. “Wij leren onze kinderen om goede burgers te worden en maar mondjesmaat om echt mens te worden. Dat mogen ze zelf uitvogelen. Alles moet beoordeeld, benoemd, geordend en gerangschikt worden. Het gevolg: frustraties, gevoelens van onkunde, minderwaardigheid, superioriteit, faalangst, kansenongelijkheid.”

Wij leren onze kinderen goede burgers te worden en maar mondjesmaat om echt mens te worden

De BasisBeweging wil kinderen de eerste vijftien jaar leren mens te worden, zichzelf te leren kennen, de ander te leren kennen. Dat hoeft niet alleen via lessen van gediplomeerde leraren, maar kan ook via ervaringsoverdracht van ouders en leeftijdgenoten. “Laat een mensenkind bij zichzelf blijven en laat leraren een kind van het onbewuste naar het bewuste doen groeien. Heb het vertrouwen dat het mensen-mensen worden, in verbinding met zichzelf en elkaar en daarmee als vanzelf ontstaat de wens zichzelf maatschappelijk nuttig te maken.” Nabbe verwijst in dat verband naar Rutger Bregman en zijn boek De meeste mensen deugen.

Volgens Nabbe komt de BasisBeweging mogelijk volgend jaar al met BasisMuziek in Noord-Brabant, een eenvoudig muziekprogramma voor basisscholen om kinderen hun muzikale energie te laten behouden en niet te verstoren. Wat mij betreft hoeft dat idee niet bij muziek te blijven. Laat het voor alle kunsten gelden. Wat gebeurt er nog aan beeldende kunst, dans, theater in het reguliere onderwijs? Nu wordt de kunst in het algemeen teveel afgedaan als een eventuele hobby waaraan iemand zijn vrije tijd zou kunnen besteden, maar niet als iets wezenlijks waarmee de mens zijn eigenheid en verbondenheid kan uitdrukken.

Ik hoop dat in onze maatschappij meer geluisterd gaat worden naar mensen als Carlo Nabbe. Ik geloof dat de meeste mensen deugen. Dat er in elk mens een bron van creativiteit is, dat zesde zintuig, dat vrijelijk zijn licht moet kunnen laten schijnen en dat het de mens mogelijk maakt een eigen weg te kiezen in verbondenheid met andere mensen.

“Ik hoop dat in onze maatschappij meer geluisterd gaat worden naar mensen als Carlo Nabbe.”

Grote woorden! Met zulke zinnen sla je nogal op de pauken, om het nog even bij muziek te houden. Maar ik gebruik ze toch, omdat je hard moet roepen wil je boven het gedreun van de economiemachine uitkomen. Schreeuwend vraag ik om de stilte, de stilte in elke mens, en om meer docenten als Carlo Nabbe, die deze stilte woorden, noten, beelden willen geven die uiteindelijk zouden kunnen leiden tot harmonie van mensen en wereld.

Ik hoop het. Ik help het u hopen. Het is zo belangrijk.

Meer info over de muziekideeën van Carlo Nabbe: www.podiumkracht.nl

© Brabant Cultureel 2021