Prelude op een column over Carlo Nabbe

door JACE van de Ven

Nu corona op de terugweg lijkt en de gevestigde orde alom zijn kretologie over economische doelstellingen heeft hervat, is het misschien goed dat u en ik even een stapje terug doen om de wedloop naar steeds maar meer – waar we wederom ingetrokken dreigen te worden – van een afstand te bekijken.

Als je een grafiek maakt van het aantal mensen dat op aarde leeft, dan zie je een lijn die langzaam oploopt, maar die steil omhoog schiet als je in onze tijd bent aangekomen. Hoeveel ander leven is er in die tijd op aarde verdwenen? Je kunt dezelfde grafiek gebruiken. Hoe meer machines er kwamen, hoe meer onvergankelijke rotzooi we op de planeet achterlieten, hoe minder sociaal de mens kan leven zoals ie wil, hoe …? Allemaal dezelfde grafiek.

Het zijn voor de hand liggende gedachten als je fietsend door de natuur van de Lorraine gaat en je twee leeuweriken boven aangrenzende korenvelden tegen elkaar op hoort kwinkeleren. Hun lied doet me denken aan een gesprek dat ik kort voor deze vakantie had met Carlo Nabbe, violist, dirigent, componist, leraar en oprichter van verschillende orkesten. In Noord-Brabant is hij onder meer actief in Bergen op Zoom, Roosendaal, Breda en Oosterhout. We hadden het over het steeds maar afnemend aantal leerlingen op muziekscholen en bij orkesten. Volgens hem moet er iets wezenlijks veranderen in het muziekonderwijs, maar daarover een volgende keer.

Dan gaat het over de innerlijke bron in elke mens, de kern van energie en verbeeldingskracht waaruit creativiteit, kunstzin en bij sommigen ook gevoel voor religie voortkomen, het introverte dat de bron van het extraverte is. Een kunstenaar wil daar uiting aan geven, hij voelt de intuïtieve noodzaak tot communicatie. Om die communicatie te bewerkstelligen gebruikt hij handen, voeten, een stem en eventuele andere hulpmiddelen als een muziekinstrument, een pen, een penseel et cetera.

Carlo Nabbe.

Ik bedenk dit alles vlak voordat ik terugkeer in het dorpje Lahaymeix, waar ik logeer. Daar staan op de top van een heuvel tussen enkele mirabellenbomen een tiental geteerde houten beelden van elk een meter of drie hoog. Ze lijken in hun onbeweeglijkheid op de figuren van het Paaseiland. In stilte kijken ze uit over het land en ze zijn mystieker dan ze zelf weten. Ze zijn gemaakt door een zekere Christian Lapie en heten Le silence divisé, de gedeelde stilte. Is dat waar het om gaat voor de kunstenaar, om vorm te geven aan de stilte die in hem steekt?

De beelden zijn een voorbeeld van de kunstwerken die hier jaarlijks door net afgestudeerden op kunstacademies zijn neergezet. Les vents des forêts heet het project waarbij steeds een tiental beginnende kunstenaars wordt uitgenodigd om tegen enkele weken kost en inwoning, materiaalkosten en een inwijdingsfeest een beeld neer te zetten in de natuur rondom Lahaymeix en enkele aanpalende dorpen veertig kilometer ten zuiden van Verdun. De beelden moeten gemaakt zijn van vergankelijk materiaal. Van de 228 die er sinds 1997 geplaatst zijn, staan er nog ongeveer honderd, al dan niet in verval. Ze duiken op tussen de bomen in de wandelroutes die voor hen zijn uitgezet, elk jaar meer één met de natuur rondom. Zo heb ik een van essentwijgen gevlochten fluitketel langzaam zien ínteren en uit elkaar zien vallen op een plek waar nu weer essen staan.

Soms wordt ook ijzer gebruikt. Dat mag kennelijk, zoals de ijzeren verpakkingsstrips die in 2003 door ene Emmanuel Perrin zijn gebruikt om mensfiguren als skeletten te vlechten Ze hangen in hoge bomen en wiegen mee met de wind: La ballade des pendus (De ballade van de gehangenen) heet het kunstwerk. Een jaar eerder gebruikte Joël Trepault zelfs de bovenstukken van carrosserieën van auto’s voor zijn kunstwerk Exodus. Dat is een file auto’s met houten koffers op het dak. Ze lijken op weg naar een vakantiebestemming zomaar op een vergeten plek in het bos in de grond gezakt. Je ziet alleen de daken. Niemand heeft ooit nog van de inzittenden gehoord. Ook deze metalen voorwerpen zijn na bijna twintig jaar grotendeels vergaan.

Zes imponerend verkoolde menselijke figuren op de weg naar Lahaymeix. Ze werden door Christian Lapie gemaakt uit de stam van dezelfde eik. Foto > Morgane Rul

Tal van de kunstwerken rondom Lahaymeix zijn minder anekdotisch, soms abstract of conceptueel van aard. Beelden om tijdens een wandeling lekker niet te begrijpen, maar te herkennen of niet te herkennen. Probeer een object nooit krampachtig te veroveren, omdat iemand je verteld heeft dat het kunst is. Stel je ervoor open, dat is genoeg. Leuk trouwens dat de kunst zal blijven bestaan, terwijl hij voor je ogen aan het vergaan is.

Maar moet kunst wel voor altijd blijven bestaan? Als over eeuwen een andere beschaving onze resten zal terugvinden en de mooiste kunstwerken zouden opduiken, zou ze een heel verkeerd beeld van ons krijgen. Ze zouden denken dat wij verfijnde figuren waren die het niet in hun hoofd konden halen om de wereld naar de kloten te helpen. Ze zouden ons net zo hoog inschatten als de dinosaurussen, die toen ze aan de macht waren er ook niets aan konden doen dat de wereld in het ongerede raakte.

Maar ik dwaal af. Zo ver is het nog niet, ondanks de snel stijgende lijnen in de grafieken. Wij kunnen op vakantie nog genieten van de dieren, planten en bloemen langs de kant van de weg. Nog steeds weet ik van minstens vijftig procent de naam niet. Ooit vond ik dat ik als natuurliefhebber verplicht was die wel te kennen, zodat ik tijdens wandelingen andere wandelaars erop kon wijzen. Maar ook dat is niet nodig. Het is hooguit makkelijk om hun naam te kennen als je ze zou willen aanspreken om hen te danken dat ze er zijn. Dat ze er nog zijn, ondanks het gevaar dat hen bedreigt. Zie de hierboven beschreven grafieken.

Of is dit alles weemoed, een terugverlangen naar de kindsheid waarin alles nog onbedorven en ongelofelijk was. Weemoed en ratio verdragen elkaar moeilijk, zullen de doeners onder ons zeggen, zij die nu de corona lijkt te wijken de economie gaan herstellen en gaan zorgen dat KLM en al die andere grote concerns kunnen doorgroeien. Want stilstand is achteruitgang en er moet brood op de plank. Mag ik u, meneer Van de Ven, misschien vragen wat u in uw leven hebt bijgedragen aan het nationaal product?

Ach ja, het ging eigenlijk over de musicus Carlo Nabbe die een wezenlijke verandering in het muziekonderwijs voorstaat. Ik dwaalde af, maar wel daartoe aangezet door zijn ideeën. Daarover, zoals gezegd, een volgende keer meer.

© Brabant Cultureel 2021