Matijs van de Kerkhof voert een gevecht met de materie en zoekt naar bezieling

Een onderzoek naar de verfbehandeling van Vincent van Gogh stond beeldend kunstenaar Matijs van de Kerkhof voor ogen toen hij begon aan een Artist in Residence in het Vincent van GoghHuis in Zundert. Het werd een productieve periode waarvan een verslag verscheen in de vorm van een boek.

door Irma van Bommel

Matijs van de Kerkhof (Nuenen 1977) wisselt het schilderen in dunne lagen af met het pasteus opbrengen van de verf. Van Gogh schilderde graag intuïtief en pasteus en bracht accenten aan door de verf direct uit de tube op het doek te duwen en met een penseel te modelleren. Met deze techniek ging Matijs van de Kerkhof aan de slag, op verschillende manieren en met verschillende materialen.

Die materialen waren niet altijd eerste keus, lezen we in het onlangs verschenen boek Matijs van de Kerkhof. Buiten de tijd om leven. Zijn werkperiode in het gastatelier in Zundert viel afgelopen winter midden in de coronatijd waarin niet-essentiële winkels gesloten waren. Hij moest materialen bestellen via internet en ontving verf en penselen van een andere kwaliteit dan hij gewend was. Dat had zijn weerslag op de experimenten. De werken waar Van de Kerkhof zich op baseert (de zaaier, de zonnebloemen, de portretten en de zelfportretten) zijn ontegenzeglijk herkenbaar als werken van Van Gogh, hoe verschillend in stijl en kleurenpalet ze ook zijn weergegeven. Maar het was niet zijn doel de werken van Van Gogh na te schilderen. [tekst loopt door na de foto’s]

“Het vrolijke, uitbundige was slecht één kant van Van Gogh”
“Ik ging uit van Vincents’ zelfportretten, zijn achterdochtige blik, om te proberen de moeilijk te duiden stemming neer te zetten.”
De hoed, de revers, het oor, dit is Van Gogh.
“Het is niet onbelangrijk om mensen te confronteren met het ongemakkelijke van Vincents psychische problemen.”

Hoewel Van de Kerkhof uit Nuenen komt, het dorp waar Van Gogh ook enige tijd heeft gewoond en waar hij zijn eerste meesterwerken maakte, had hij niet speciaal iets met de beroemde schilder. Dat had hij wel met zeventiende en achttiende-eeuwse schilderkunst, die hij bestudeerde. Daarbij ging het vooral om hoe je met verf een illusie van de werkelijkheid kunt creëren.

Maar Van de Kerkhof deelt wel degelijk iets met Van Gogh, schrijft Ron Dirven, directeur-conservator van het Vincent van GoghHuis, als inleiding in het boek. Net als Van Gogh kan Van de Kerkhof een lange periode achtereen werken als een bezetene en net als zijn beroemde voorganger voert hij een gevecht met de materie om door de verfbehandeling een schilderij zeggingskracht, bezieling te geven. Bijvoorbeeld door dikke verfaccenten aan te brengen over dunne verflagen. En vooral ook, maar dat geldt voor alle kunstenaars, weten wanneer je moet stoppen. Het moet geen brei worden.

Dit bijna abstracte werk van Matijs van de Kerkhof uit 2015 is geïnspireerd op werk van oude meesters.

Proces

Van de Kerkhof is in de weken dat hij in het gastatelier verbleef enorm productief geweest. Terugkijkend vindt hij niet alle werken even geslaagd. Toch heeft hij alle werken bewaard. Het gaat immers om het proces. “Het mag best een beetje schuren in een schilderij, alleen al om reacties te krijgen.” Mooi om dat proces terug te zien in boekvorm. Eigenlijk zou ieder gastatelierschap afgesloten moeten worden met een publicatie. Dat toont ook meteen het nut van een Artist in Residence: wekenlang aaneengesloten aan een onderzoek kunnen werken, zonder te worden gestoord door andere beslommeringen. “Een beetje buiten de tijd om leven.” Een onderzoek waarbij de weg er naar toe belangrijker is dan het eindresultaat. Een onderzoek dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de kunstenaar.

In het boek zijn naast de tekst van Ron Dirven ook teksten opgenomen van Esther van Rosmalen van Witte Rook en van kunsthistoricus Alex de Vries. Esther van Rosmalen interviewde de kunstenaar kort na zijn verblijf in het gastatelier. “Deze werkperiode heeft me de vrijheid gegeven om mijn comfortzone te verlaten. (…) Ik wilde geen gezellig werk maken en ging uit van Vincents’ zelfportretten, zijn achterdochtige blik, om te proberen de moeilijk te duiden stemming neer te zetten. Het is niet onbelangrijk om mensen te confronteren met het ongemakkelijke van zijn psychische problemen. Die kant hoort ook bij hem, net als het vrolijke uitbundige van zijn heldere kleuren.”

Werk van Matijs van de Kerkhof uit de serie ‘I like to remember things my own way’ (2020), gebaseerd op een filmstill. Hij weet hier een spanningsveld op te bouwen, alsof de sfeer ieder moment kan omslaan en er iets verschrikkelijks kan gebeuren.

Nuenen

Alex de Vries zocht de kunstenaar thuis op in Nuenen, na de werkperiode in Zundert. Daar zag hij het werk dat Van de Kerkhof de afgelopen paar jaar maakte, veelal gebaseerd op foto’s, filmstills en oude schilderkunst, maar soms ook op vreemde dromen of nachtmerries. Een selectie is toegevoegd aan het boek. Die werken zijn figuratief zonder een duidelijk verhaal te vertellen. Ze roepen een gevoel van spanning op, alsof er iets verschrikkelijks kan gebeuren. Een ongemakkelijke sfeer die Van de Kerkhof ook in de zelfportretten van Van Gogh zag en in zijn studies wilde leggen. Goed dat in het boek dan ook de schilderijen zijn opgenomen die aan de werkperiode vooraf gingen. In het boek lezen we dat Van de Kerkhof ook filmmuziek componeert ‘van niet bestaande films’. Zou het niet geweldig zijn om zijn werk te exposeren met die muziek erbij, als een totaalbeleving? Desnoods met een koptelefoon, voor wie het anders allemaal teveel wordt.

Matijs van de Kerkhof. Buiten de tijd om leven. (Met teksten van Ron Dirven, Esther van Rosmalen, Alex de Vries.) Den Haag: Uitgeverij De Zwaluw 2021. 120 pp., ISBN 978-90-77794-33-3, hb, € 39,99.

https://matijsvdkerkhof.dse.nl

Lees meer over Matijs van de Kerkhof op Brabant Cultureel:
Eindhovense Rode Jeugd gevangen in een spannend stripverhaal
Op bezoek in het atelier van Matijs van de Kerkhof

© Brabant Cultureel 2021