Een sjieke lichtekooi uit Dinther op een schilderij van Cornelis Troost

Cornelis Troost was een Amsterdamse schilder die in de achttiende eeuw in eigen land beroemd was om zijn schilderstukken van theaterscènes. Maar hoe kwam Petronella Clara van Espendonck, een dame van lichte zeden uit Dinther, op een van zijn schilderijen terecht? Cultuur- en kunstwetenschapper Titia Lange-van der Meulen zocht het uit.

door Emmanuel Naaijkens

In de geschiedschrijving is er voor de achttiende eeuw een ondergeschikte plaats. Na de glorieuze Gouden Eeuw – waarin lang niet iedereen deelde in de welvaart – is het plat gezegd maar een dooie boel in de Republiek. Een periode die het etiket Pruikentijd heeft gekregen, wat net zoveel of zo weinig zegt over die tijd als het etiket Gouden Eeuw over de voorafgaande eeuw. De gebrekkige waardering voor de achttiende eeuw heeft ook betrekking op de prestaties op het gebied van kunst en cultuur. De Amsterdamse kunstschilder Cornelis Troost (1696-1750) was bij zijn tijdgenoten geliefd om zijn schilderijen die gebaseerd waren op scènes uit toneelstukken. Maar latere generaties kunstkenners haalden er hun neus voor op. Pas vanaf de jaren zeventig in de vorige eeuw krijgt Troost weer de credits die hij verdient.

Als voormalig acteur en toneelschilder wist Troost alles van illusie. In dit zelfportret kijkt hij zichzelf én ons vanuit een spiegel aan. Cornelis Troost, 1739. Collectie > Rijksmuseum Amsterdam [Klik op de foto’s voor grotere weergave schilderijen]

Cultuur- en kunstwetenschapper Titia Lange-van der Meulen is gefascineerd door leven en werk van de Amsterdamse schilder. Troost mag dan de afgelopen decennia eerherstel hebben gekregen, maar daarmee wordt volgens Lange de schilder nog niet volledig recht gedaan. Want hij staat nu te boek als een kundig schilder, maar wel een zonder diepgang. De kunstwetenschapper meent dat Troost wel degelijk iets te melden had. Wantoestanden van zijn tijd nam hij op de hak, maar het kost voor ons wel enige moeite om die kritiek te ontdekken. Titia Lange onderwierp twee schilderijen (waarvan een in twee varianten) aan een minutieus onderzoek om de ‘cryptische boodschappen’ te onthullen.

Gevangenis

In het boek De wereld van Cornelis Troost doet Lange uitgebreid en met veel details verslag van haar zoektocht die haar ook naar Noord-Brabant voerde. Dat heeft alles te maken met Jacob Campo Weyerman, in 1677 geboren in Breda en in 1747 in de gevangenis in Den Haag overleden. Weyerman was in zijn tijd gehaat bij de elite, die hij in allerlei geschriften te schande maakte.

Portret van Jacob Campo Weyerman. Gravure van Jacob Houbraken, naar een schilderij van Cornelis Troost, 1724 – 1747. Collectie > Rijksmuseum Amsterdam

Weyerman was ongetwijfeld een getalenteerd man. In het begin van zijn carrière was hij een gerespecteerd schilder van bloemstukken. Daarna maakte hij naam als schrijver van toneelstukken en vooral als journalist. In die hoedanigheid schopte hij tegen heel wat schenen en plaste hij tegen tal van heilige huisjes. Hij maakte lieden die het voor het zeggen hadden uit voor alles wat lelijk was, verspreidde roddel en achterklap en schrok er zelfs niet voor terug om mensen op te lichten of af te persen. Waardoor hij uiteindelijk in het cachot belandde waar hij overleed.

Van zogenaamd brave burgers moest hij niets hebben; hij vond zichzelf een verlichte geest. Weyerman had ook heel wat liefjes met wie hij het bed deelde en die hij soms zwanger maakte. Dat die dames nogal eens getrouwd waren, maakte hem niet uit. Sterker nog, hij beschimpte in zijn geschriften hun echtgenoten die niet in de gaten hadden dat hun vrouw vreemd ging. Mannen die om hun onnozelheid in het Frans ‘cocu’ worden genoemd – voetballer Philip Cocu werd er in Frankrijk om uitgelachen – en in het Nederlands ‘met de horens’.

Hoofdrol

In de Wereld van Cornelis Troost speelt Weyerman een hoofdrol omdat de schilder door de eigenzinnige journalist is beïnvloed. Het was Weyerman die in Troost het talent zag als schilder van realistische portretten, in het bijzonder met toepassing van kaarslichteffecten, ook bekend als clair-obscur. Het kan volgens Titia Lange niet anders dan dat Troost het boek gelezen moet hebben waarin Weyerman zijn bewondering uitsprak. De twee mannen zouden goede bekenden of misschien zelfs vrienden van elkaar zijn geweest.

Zelfportret van Cornelis Troost in zijn atelier, 1745. Collectie > Mauritshuis
Schilderij ‘De misleyden’: de ambassadeur der Labberlotten vertoont zich voor het venster van de herberg ‘t Bokki in de Haarlemmerhout. Op de blote kont uit het raam zou het gezicht van Jacob Campo Weyerman zijn afgebeeld. Cornelis Troost, ca. 1739 – voor 1750. Collectie > Rijksmuseum Amsterdam. Een uitvoerige toelichting op dit schilderij door Titia Lange-van der Meulen is hier te vinden.

De schilderijen die Lange heeft onderzocht, zijn Beslikte Swaantje en droge Fobert, of de boeren rechtbank: het pleidooi van advocaat Carel (er is een versie uit 1727 en een uit 1741) en De Wiskunstenaars of ’t gevluchte juffertje: het dispuut van de doktoren Raasbollius en Urinaal (1741). In deze bespreking beperken we ons tot het eerste schilderstuk uit 1727 omdat daarop, volgens de reconstructie van de cultuurhistoricus, prominent de lichtekooi Petronella Clara van Espendonck – ook bekend als Klara van Dinther – staat afgebeeld.

Klucht

Het toneelstuk Beslikte Swaantje is een klucht uit 1714 van schrijver en jurist Abraham Alewyn en gaat over overspel, bedrog, dronkenschap en domheid. In dat stuk is er een rol voor een boerendochter die is bezwangerd door een jonker. ‘Beslikt zwaantje’ betekent zoveel als niet zo snuggere hoer. Troost heeft aan de hand van het script een scène afgebeeld, maar heeft daar een eigen draai aangegeven. Zo staat hijzelf als rechtbankpresident op het schilderij en is de boerendochter afgebeeld als een chique dame. En die dame is dus niemand anders dan Klara van Dinther.

Triptiek voorstellende de boerenrechtbank uit de klucht Beslikte Swaantje, Cornelis Troost 1727. Collectie > Amsterdam Museum

In haar tijd was zij in bepaalde kringen een bekende figuur, vooral dankzij Jacob Campo Weyerman die de levenswandel van Klara in zijn geschriften uitvoerig beschreef. Vergelijk het met hoe de roddelbladen van nu ons op de hoogte houden van het liefdesleven van iemand als Andre Hazes jr. Weyerman was dol op Klara, die zich ondanks een degelijke katholieke opvoeding ontpopte tot een dame van lichte zeden. Zij had meerdere minnaars. Niet alleen Weyerman, maar bijvoorbeeld ook een baron die op een slot in Veghel woonde.

Commentaar

Lange-van der Meulen analyseert dat Cornelis Troost Klara op zijn schilderij zo’n prominente plek heeft gegeven, geïnspireerd door een verzamelbundel van toneelstukken door Weyerman. Daarmee is het schilderij meer dan een weergave van zomaar een toneelscène. Het is ook een commentaar op de hypocriet en dubbele moraal van de fatsoenlijke burger en de belabberde rechtspraak in het bijzonder.

De cultuurhistoricus is grondig en wetenschappelijk te werk gegaan bij haar onderzoek naar wat Troost met zijn schilderijen te vertellen had. Dat was nogal een uitdaging, omdat Troost zelf niets heeft nagelaten wat meer inzicht in zijn denkwereld zou kunnen geven. Lange-van der Meulen moest het dus doen met andere bronnen, zoals de schrijfsels van Weyerman. In haar beschrijving slaat zij nogal eens zijpaden in en doet ze met veel details verslag. Dat maakt het voor de lezer niet altijd gemakkelijk om overzicht te houden op de gebeurtenissen. Daar staat tegenover dat haar boek over Cornelis Troost de lezer op een boeiende manier (opnieuw) kennis laat maken met de achttiende eeuw, die op de keper beschouwd misschien niet eens zoveel verschilde van onze tijd waarin mensen op sociale media anoniem en zonder scrupules anderen de maat nemen.

Titia Lange-van der Meulen, De wereld van Cornelis Troost (1696-1750). Cryptische boodschappen van een kunstschilder. Hilversum: Verloren 2021, 186 pp., ISBN 978-90-8704-910-2, pb., € 20,00.

Uitgeverij Verloren.nl

Stichting Jacob Campo Weyerman

Werkgroep achttiende eeuw

© Brabant Cultureel 2021