Nieuwe generaties, nieuw elan

door JACE van de Ven

Nee, we gaan het niet weer over Tilburg hebben. Ik hoor wel eens dat ik daar teveel over schrijf, maar hoe kan het ook anders: ik leef er en beleef er dus ook kunst en cultuur in alle verschijningsvormen zoals ze overal voorkomen. Dus wat hier volgt, gaat niet zozeer over Tilburg als wel over de altijd voortlevende kunst versus de generaties die haar beleven. Het gaat over uitingsvormen van kunst die vaak generatiegebonden zijn.

Aanleiding voor dit alles is een discussie over het fenomeen stadsdichterschap bij Omroep Tilburg waaraan ik twee weken geleden deelnam. Zelf was ik van 2003 tot 2005 de eerste stadsdichter van Tilburg. Het leek de bedoeling van de gemeente dat het ambt een soort van poëtisch chroniqueurschap zou zijn en zo vulde ik het ook in. Ik stond stil bij gebeurtenissen in de stad die ik bijzonder genoeg vond om literair aan te stippen. Dat leverde onder meer gedichten op bij de dood van burgemeester Stekelenburg, bij de opening van een nieuwe aula van het crematorium, bij Roze Maandag, Festival Mundial, Nieuwjaar, de ingebruikname van de Cityring en ga zo maar door. Het verwoorden van een algemeen gevoelde emotie, persoonlijke kritiek op gebeurtenissen of goedmoedig chauvinisme wisselden elkaar daarbij af.

Niets mis mee, dunkt me, maar tegelijk was het goed dat de stadsdichters na mij ieder op hun eigen manier een persoonlijke touch aan het fenomeen gaven. Nick J. Swarth wist een stem te geven aan het Tilburg dat zich ondergronds manifesteerde. Daarna betrok Frank van Pamelen op toegankelijke, maar o zo knappe wijze de bewoners van de Tilburgse volkswijken bij zijn optredens. Bijna elke stadsdichter vond een manier om zijn aanstelling legitiem te maken.

Bijna elke stadsdichter vond een manier om zijn aanstelling legitiem te maken.

Twee jaar geleden begon A.H.J. Dautzenberg zijn stadsdichterschap zelfs met de presentatie van een programma. De Tao van de T heet het en hij wil ermee andere kunsten dan literatuur bij het stadsdichterschap betrekken, ‘poëzie is meer dan woorden, meer dan versregels’. Elke maand geeft hij een gedicht – dat wil in dit geval zeggen een vel papier met een aantal regels met omgekeerde T’s – aan een kunstenaar aan wie hij vraagt iets naar aanleiding van die ‘tekst’ te maken. Aan het eind van zijn stadsdichterschap zouden er vierentwintig van dat soort teksten getransformeerd moeten zijn in nieuwe kunstwerken die te vinden zijn op de site www.detaovandet.nl. Op die manier wil hij Tilburg een stap voorwaarts doen zetten als eigentijdse cultuurstad.

Bijna al die kunstuitingen – gedichten, performances, beeldende kunstwerken, muziekstukken – zullen gerealiseerd worden ondanks het feit dat er onenigheid is ontstaan tussen Dautzenberg en de gemeente Tilburg. Dautzenberg wil de kunstenaars die hij uitnodigt betalen, maar Tilburg wil daar geen extra budget voor beschikbaar stellen.

JACE van de Ven • Frank van Pamelen • Nick J. Swarth • A.H.J. Dautzenberg

Opmerkelijk genoeg ging het tijdens de discussie over het stadsdichterschap in Tilburg nauwelijks over deze kwestie en over hoe een stadsdichterschap ingevuld zou moeten worden. Het ging vooral over wie stadsdichter zou moeten worden. Niet geheel onverwacht leek iedereen het erover eens dat de volgende stadsdichter een jonge vrouw zou moeten zijn en een niet-westerse migratieachtergrond zou daarbij een pré zijn.

Een rapper werd als voorbeeld geopperd, of iemand die zich bezighield met spoken word. Tilburg had te lang de witte man en de traditionele poëzie als norm gehanteerd. Dat klopt overigens niet helemaal, want de stadsdichter voor A.H.J. Dautzenberg, Onias Landveld had Surinaamse roots en was een spoken-wordartiest. En met Esther Porcelijn hadden we al eens een jonge vrouw en ook nog eentje met joodse achtergrond.

Weg met de oude witte mannen onder wie ikzelf. Het werd tijd.

Daarmee wil niet gezegd zijn dat de vrouwen niet aan de beurt zijn. Spoken word of rap, niks op tegen, maar het blijft natuurlijk op de eerste plaats gaan om iemand die om zijn of haar zeggingskracht de moeite waard is om Tilburg te verwoorden. Iets is niet goed, alleen maar omdat het spoken word of rap is. Vooral rappers zijn vaak onvolkomen taalkunstenaars die clichés en dwangrijm aaneenrijgen en op de televisie daarvoor worden geprezen door mensen als Matthijs van Nieuwkerk, omdat het dan lijkt of hij bij de tijd is. Rap, en eerder ook house, is een soort hoempapamuziek in een aangepast jasje en degene die zich van deze muziekvorm bedient moet een heel begaafd kunstenaar zijn om enige verdieping over te kunnen brengen. ‘Fuck you’ roepen is niet genoeg, dat deed in de wereldgeschiedenis elke generatie al tegen de vorige.

Met spoken word ben je meestal beter af. Bij performers die zich van die kunstvorm bedienen is vaak de noodzaak voelbaar waarom ze zeggen wat ze zeggen en waarom ze vinden dat het zo gezegd moet worden. De teksten hebben meestal een relatie naar de maatschappij, hetgeen spoken-wordartiesten geschikt maakt voor het ambt van stadsdichter.

Wat mij betreft kiest Tilburg eind augustus voor een jonge stadsdichter, ook al zal de nieuwe stadsdichter dan nog geen generatie ouder zijn dan de generatie die het Junior Stadsdichterschap invult. Weg met de oude witte mannen onder wie ikzelf. Het werd tijd.

Rond 1970 maakte ik deel uit van een generatie die op dat moment bezig was de voorgaande te overrulen. Dat kwam omdat wij als babyboomers met zoveel waren. We maakten revolutie en die arme generatie voor ons kon zich niet verdedigen, omdat zij eerst een vernietigende oorlog over zich heen had gekregen waarna ze alle tijd kwijt was om Nederland weer op te bouwen. Vanaf die tijd is mijn generatie aan het woord geweest, generaties na haar assimileerden ermee. De krakersrellen en het oproer tegen de bewapening in de wereld begin jaren tachtig deden ze gezamenlijk, weer eens tegen die oude generatie van voor de onze. Daarna werd het stil in Nederland.

Zet hem op spoken-wordartiesten! Laat de literaire wereld eindelijk weer eens trillen op zijn grondvesten

Pas de laatste jaren bespeur je links en rechts oppositie tegen de oude witte-mannenkliek waarvan ik deel uitmaak. Hun standaard is niet meer automatisch de standaard, voor het eerst na een halve eeuw is er weer boosheid die een uitweg zoekt, onvrede die verder gaat dan individuele onvrede. Hopelijk gaan de veranderingen die in de maatschappij op stapel staan gepaard met geïnspireerde poëzie. Ik hoop het. Al leverde het nieuw elan maar één nieuw The times they are a-changin’ op. Zet hem op spoken-wordartiesten, neem je verantwoordelijkheid, laat de literaire wereld eindelijk weer eens trillen op zijn grondvesten.

Onias Landveld • Esther Porcelijn • Ko de Laat

Los van dit alles loopt er in Tilburg een schrijver-dichter-performer rond die elke stoeptegel van de stad kent, en iedereen die er zijn voetstappen op zet. In heel persoonlijke, maar toch universele verzen in dichtbundels en dito verhalen op Facebook heeft hij verslag gedaan van die stoeptegels en die voetstappen. Toen Tilburg in 2003 met het stadsdichterschap begon was hij nog jong, maar nu zal hij tegen de vijftig of al helemaal vijftig zijn. Ben je dan een oude witte man en kun je dan geen stadsdichter meer worden? Gelukkig maakt dat voor Ko de Laat niks uit, hij is al stadsdichter van nog voor het instituut werd ingesteld.

© Brabant Cultureel 2021