Nieuwe thriller van Nathalie Pagie speelt zich af op een camping in Brabant

Vijf jaar geleden zegde Nathalie Pagie uit Bavel haar baan op als communicatiemedewerkster bij de gemeente Zundert om zich volledig toe te leggen op het schrijven. Inmiddels heeft ze bijna 300.000 boeken verkocht. In september verschijnt haar tiende boek. Pagie is thrillerauteur met een voorliefde voor bevroren lijken, bendes en beerputten.

door René van der Velden  foto’s Kees van Dongen

Nathalie pagie (Waalwijk 1974) heeft een buitengewone fascinatie voor seriemoordenaars, topcriminelen, bevroren lijken, beerputten, motorbendes en mysterieuze grotten. Altijd al gehad. Ze staat daar niet alleen in. Thrillers zijn het meest uitgeleende genre in de Nederlandse openbare bibliotheken en de meeste boekhandels zouden zonder deze tak van sport nog meer moeite hebben het hoofd boven water te houden. Het is een genre dat niet hoog staat aangeschreven in de literaire wereld. Het is nu eenmaal geen literatuur.

Maar in boekenland speelt het een volwaardige rol. Met name 35+-vrouwen verslinden haar werk. In de zomercatalogus 2021 van haar uitgever Boekerij staat Pagie te midden van grootheden als Stephen King, M.J. Arlidge en J.D. Robb.

ThrillZone

Pagie, getrouwd en moeder van twee jonge kinderen, besloot in 2013 het gewoon een keer te proberen. Als journaliste wist zij dat ze kon schrijven en die verhalen spookten toch altijd al door haar hoofd. Ze debuteerde met De Toneelclub. Er volgden bestsellers als IJsengel en Noordkaap en naast deze zogenaamde winterthrillers schreef ze een Tara en Diego-serie over twee journalisten die zich in het ene na het andere onnavolgbare avontuur storten. Twee keer won zij de ThrillZone Award voor beste Nederlandse thriller, een publieksprijs. Met ongeveer één boek per jaar is ze nu op tweederde van haar tiende geesteskind Camping Oosthoek. Dat boek speelt zich voor de verandering eens niet af in het Hoge Noorden, maar in haar eigen Noord-Brabant, ‘ergens onder Den Bosch’.

“Ik heb behoefte aan nieuwe prikkels”.

Is jouw droom uitgekomen?
“Ik hoef alleen maar te doen wat ik leuk vind en ik wilde honderd procent van mijn tijd schrijven, dus in die zin wel. Van schrijven word je niet rijk, dus ik ben heel blij dat ik geen kostwinnersverplichting heb. De grote vier (Saskia Noort, Simone van der Vlugt, Esther Verhoef en Marion Pauw) liggen een generatie op mij voor. Een nieuw boek van Saskia Noort krijgt een eerste druk van tachtigduizend exemplaren, bij mij is dat vijftienduizend. Ik merk gelukkig wel dat ik steeds beter word. En ik heb behoefte aan nieuwe prikkels. Daarom volg ik nu een cursus Scenario schrijven bij de Script Academy in Amsterdam, met ladingen huiswerk. Dat is heel anders schrijven, alles moet speelbaar zijn. Natuurlijk is er ook nog altijd de hoop op vertalingen en verfilmingen. IJsengel is vertaald, Noordkaap was bijna verfilmd. Een filmagent leest nu IJsengel en Helsinki. Er liggen wat ijzers in het vuur. Het liefst zou ik mijn eigen boeken verfilmen.”

Heeft corona nog vervelende gevolgen gehad voor jouw schrijversleven?
“Jaaa, alle leuke dingen gaan niet meer door. Het boekenbal, waar ik gelukkig al wel zes keer geweest ben, de Libelle Zomerweek, de boekenhoek op de Huishoudbeurs en bezoeken aan boekhandels, de signeersessies. Lekker kletsen met mensen, over boeken praten. Ik heb wel een paar korte verhalen kunnen schrijven voor de Veronicagids en Libelle.”

“Het liefst zou ik mijn eigen boeken verfilmen.”

Aan jouw boeken ging toch altijd een reis vooraf?
“Ja, voorafgaand aan het boek Helsinki had ik met een vriendin de tickets voor Helsinki al besteld. Helaas hebben we het moeten afzeggen. Nu heb ik de sfeerbeschrijvingen en dergelijke geschreven op basis van reisgidsjes en filmpjes op YouTube. Jammer, ik wil er nog steeds heen. Er is in Helsinki bijvoorbeeld een modern station onder de grond met uitstekende wortels van de stad. Ik wil graag checken of daar een lijk aan gespietst kan worden. Bij mij zijn de sfeer en de setting vaak waarachtig, de rest verzin ik.”

Het kunstwerk Roots of the City, een werk van Otto Karvonen in het Kamppi metrostation in Helsinki. Foto > website Otto Karvonen

Hoe ziet jouw dag er uit?
“Sinds 2013 leef ik met een deadline. Ik heb eigenlijk altijd het gevoel dat ik moet schrijven. Ik schrijf minstens een boek per jaar. ’s Ochtends tussen negen en half tien ga ik naar mijn koude schrijvershuisje zonder internet, achter in de tuin. Dat is de grootste drempel want er zijn altijd honderdduizend dingen die ik kan doen. Dan schrijf ik tot half vijf. In het weekend niet en ’s avonds komt er niet veel meer uit. Dat doe ik vijf dagen per week. Tussendoor probeer ik tijd te maken voor mijn sportieve hobby’s.”

Fascinatie voor spannende verhalen die niet goed aflopen, heb ik altijd gehad

Waar komt jouw fascinatie voor het lugubere vandaan?
“Ik kan heel vriendelijk overkomen, maar ik kan ook redelijk agressief zijn, best heftig. Ik houd bijvoorbeeld van drummen, spinning en boksen. Ik ben een thrillseeker, altijd op zoek naar spanning, zoals parachutespringen en bungeejumpen. De fascinatie voor spannende verhalen die niet heel goed aflopen, heb ik altijd gehad. Criminele, spannende verhalen met veel moord en doodslag, Het kan ook best sciencefiction of horror zijn. Wij kijken nu naar de zombies in The Walking Dead. Dat zijn tien seizoenen, dus we kunnen vooruit. Ook series als Breaking Bad en Ozark vind ik heerlijk.”

“Het kan niet, het slaat nergens op, maar het is zo spannend dat je moet doorlezen”.

Wie is je voorbeeld?
“Ik bewonder Stephen King heel erg, die had mij als eerste te pakken. Op horrorgebied is hij de grootste. Dat had ik al bij The Shining. Niet de wereldberoemde film met Jack Nicholson, maar het boek. Het kan niet, het slaat nergens op, maar het is zo spannend dat je moet doorlezen. Dat vind ik erg knap. Op horrorgebied houd ik ook van Thomas OldeHeuvelt die in 2016 doorbrak met de thriller HEX.”

Uiteindelijk draait het om erkenning

Hoe kijk je naar de toekomst?
“Met Camping Oosthoek, mijn tiende boek, ben ik op tweederde. Half mei moet ik het inleveren en het verschijnt in september. Op 20 april 2021 hoor ik of ik op de shortlist sta voor de Hebban Thrillerprijs, een vakjuryprijs van de CPNB. Ik vind dat ik goede verhalen kan verzinnen en ik wil mijn verhalen een zo groot mogelijk publiek geven. Ik wil dat ze gezien worden, uiteindelijk draait het om erkenning.”

Twee keer won Nathalie Pagie de ThrillZone Award voor beste Nederlandse thriller, een publieksprijs.

www.nathaliepagie.nl

www.boekerij.nl

© Brabant cultureel 2021