De ontsnapping in de boekenkist meebeleefd

door JACE van de Ven

Bijna onmiddellijk na het verschijnen van zijn boekje Hugo de Groot Pad in maart 2018 waren we onder leiding van Frans Godfroy begonnen om voorbereidingen te treffen om tijdens het weekeinde voorafgaande aan 22 maart, de dag van de vlucht in de boekenkist, Hugo de Groot achterna te fietsen van Loevestein naar Antwerpen. Ook zouden kortere delen van de route gewandeld kunnen worden. Maar toen we eenmaal zo ver waren, gooide corona roet in het eten. Vergaderingen werden uitgesteld en uiteindelijk werd heel de organisatie afgeblazen.

Hugo de Groot, gemonteerd in een drone-opname van het hoge water rond slot Loevestein op 4 februari 2021. Beeld Loevestein > Youtube/ Drone4s

Maar dat was buiten aanstichter Frans Godfroy gerekend. Hij liet afgelopen maandag, toen het exact vierhonderd jaar geleden was dat Hugo de Groot in zijn boekenkist ontsnapte, de hoofdpersoon zelf zijn verhaal doen op zijn vlucht door onze provincie. Via een live-blog waarop lezers een tiental keer door De Groot werden bijgepraat over de stand van zaken. Door het ‘live verslag’ en ook door het feit dat 22 maart zowel toen als nu op een maandag viel, kon de lezer de vlucht als het ware meebeleven. Meebeleven, lijkt me geen slechte manier van herdenken.

Er is nog een tweede reden waarom we het hier nog eens over Hugo de Groot hebben. Begin maart 2018 bij het verschijnen van Hugo de Groot Pad lieten we Frans Godfroy er ook al eens over aan het woord. Het begint namelijk bijna een stokpaardje van mij te worden om te wijzen op de intolerantie die de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aankleefde. Zeker in het begin van haar bestaan. Maar laten we daar Frans Godfroy in zijn toespraak bij de presentatie van Hugo de Groot Pad nog even zelf over aan het woord:

“De reden voor zijn vervolging, gevangenneming en levenslange ballingschap was dat hij met zijn medestanders tolerantie voorstelde. Hij vond het wel zo raadzaam om binnen de voorgeschreven staatsgodsdienst op één fel omstreden geloofsartikel, namelijk de predestinatieleer, eenieder de ruimte te gunnen om voor de ene of de andere uitleg te kiezen: dat zou de jonge republiek een hoop ellende kunnen besparen. Helaas, de ayatollah’s van de Dordtse Synode, die in het theocratische bestel van die tijd de touwtjes in handen hadden waaraan voorheen de Inquisitie had getrokken, dachten daar anders over. Stadhouder Maurits, nog opportunistischer in zijn streven naar macht dan zijn vader Willem van Oranje, gaf die scherpslijpers ruim baan. De predikanten die de gematigde remonstrantse uitleg van de leer aanhingen, werden verbannen, Hugo de Groot en zijn kompaan Hogerbeets werden na een showproces levenslang opgesloten en Oldenbarnevelt werd onthoofd. Hoezo godsdienstvrijheid?”

Gravure van de ontsnapping met in het portaal Maria van Reigersbergh en de dienstmeid Elsje van Houweningen.

Dankzij een list van zijn vrouw, Maria van Reigersbergh, wist Hugo de Groot uit Slot Loevestein te ontsnappen. Daar begon Frans Godfroy, afgelopen zondagavond zijn live-blog: Hugo de Groot die naast de boekenkist zit te peinzen over zijn komende vlucht. Verder lezen we in zijn eigen woorden hoe hij ervaart dat ’s maandags om negen uur soldaten de kist komen ophalen, hoe hij daarna per boot wordt getransporteerd naar Dordrecht, waar de boeken naartoe moesten, en hoe hij vandaar, vermomd als metselaarsknecht, weer terug over de Merwede en dwars door het Land van Altena te voet naar Drongelen trekt.

Rond een uur of vier op het veerpontje richting Waalwijk overpeinst hij: “Omwille van mijn veiligheid moet ik de Republiek waarvoor ik heb gestreden en de reformatie waarvoor ik altijd pal heb gestaan, inruilen voor de bizarre wereld van het papisme. Gelukkig zijn de eersten waar ik straks aanklop mijn geloofsgenoten, de remonstrantse dominees. Toen Oldenbarnevelt twee jaar geleden werd onthoofd en ik gevangen werd genomen, werden zij naar Waalwijk verbannen als gevolg van de intolerante arrogantie van de Synode van Dordrecht en de machtshonger van Maurits”

Tegen zessen die maandagavond is hij in Waalwijk. Daar wordt besloten dat hij meteen verder moet, nu met paard en wagen: “Als het goed is, wordt mijn ontsnapping in Loevestein voorlopig nog niet ontdekt. Ik heb namelijk met Maria afgesproken dat zij de kaars die ik altijd gebruik om bij te werken, aansteekt en ’s avonds laat weer uitblaast. Zo wordt mijn afwezigheid niet opgemerkt. Maar ja, als er iets misgaat, komen de soldaten van Maurits alsnog achter mij aan en dan durven ze gerust de grens bij Waalwijk te overschrijden om mij op te pakken.”

“Er is een voerman met een kar gevonden die me wil vervoeren. Aan hem hebben we wijsgemaakt dat ik een vermomde Hollander ben die op de vlucht is vanwege een faillissement. Voor hem kunnen we namelijk onmogelijk verborgen houden dat ik geen echte metselaar ben met mijn schrijvershanden en mijn beschaafde hooghollandse spraak.”

Metselaarsjasje dat Hugo de Groot heeft gedragen tijdens zijn vlucht naar Antwerpen. Nu in de collectie van het Museum Rotterdam.

Rond negen uur die avond eten ze in een herberg in Tilburg waar De Groot zich verbaast over het merkwaardig taaltje met woorden als ‘Heej!’, ‘Haawdoe’ en ‘Alleej, haawdoe, salu war’. Ze hebben dan al een paar uur door het absolute donker gereden bij alleen het licht van een lantaarn die de voerman van de koets heeft aangestoken: “We gaan dan als een soort verlichte cirkel stapvoets door de pikzwarte nacht”.

Om twee uur ’s nachts, inmiddels dinsdag dus, passeren zij Baarle. “Rondom Baarle liggen allerlei snippers Staats en Spaans gebied door elkaar. Dat heeft in het begin van de oorlog veel lokale conflicten uitgelokt, maar sinds het bestand van 1609 heeft men hier een modus vivendi gevonden. Militair vertoon wordt door beide partijen zoveel mogelijk op afstand gehouden. De kans dat we hier door milities worden aangehouden, is dan ook nagenoeg nihil. Bovendien worden we beschermd door de duisternis. Geen ruiter waagt zich in deze stikdonkere nacht.”

Frans Godfroy reconstrueerde de vluchtroute van Hugo de Groot. De weg van Hoogstraten naar Antwerpen waar Hugo de Groot over vluchtte. Foto > Piet den Blanken

Om half negen die ochtend is De Groot in het gehucht De Locht bij Sint-Lenaarts in het tegenwoordige België: “Net nu ik begon te denken dat ik mijn vlucht ongemerkt ging afmaken, kwam ons in de verte een groep bewapende ruiters tegemoet. Het was mijn bedoeling om tot in Antwerpen niet te worden ontdekt, zodat ik daar de wereld kond zou kunnen doen van mijn wonderbaarlijke ontsnapping. Ik ga er tenminste vanuit dat ze ook in Loevestein nog steeds geen weet hebben van wat zich afspeelt door de list met de kaars die ik met Maria heb afgesproken. Maar nu dreigde dat toch allemaal anders te lopen. Wat zouden soldaten van de Spaanse Nederlanden vinden van een calvinist uit het noorden die bij nacht en ontij vermomd de grens over komt? En wat als ze zouden ontdekken dat ik Hugo de Groot ben? De remonstranten hebben weliswaar asiel in Waalwijk en Antwerpen, maar niet iedereen hier is daar blij mee en als protestant in paaps gebied word je toch al gauw als ongewenst vreemdeling beschouwd.”

Maar het loopt voor De Groot allemaal geweldig af. “De commandant vroeg me om me te legitimeren. Nu haalde ik mijn paspoort uit mijn schoen, waar ik het de hele reis bij me had gedragen. Terwijl ik het overhandigde vroeg ik om bescherming. De commandant viel bijna van zijn stoel van verbazing toen hij las wie hij voor zich had: Hugo Grotius, de grote staatsman en geleerde! Ik vertelde hem van mijn ontsnapping. Hij was vol bewondering. Hij bood me bescherming aan en nu zitten we hier te wachten op ons ontbijt en op de paarden die hij voor ons laat halen. Mijn begeleider en ik zullen straks als ruiters verder reizen, weliswaar in onze metselaarspakken, maar comfortabel en veilig. Want we krijgen ook nog tot Antwerpen een escorte van een van zijn manschappen mee.”

Nicolaas Grevinkhoven, gravure uit 1704. Uit de collectie Protestante portretten van Universiteitsbibliotheek Vrije Universiteit, afdeling Bijzondere Collecties.

Op die manier komt De Groot dinsdag tegen enen in de namiddag in Antwerpen aan bij zijn vriend, de remonstrantse dominee Nicolaas Grevinkhoven. “Ik mag hier voorlopig blijven. Vanmiddag rust ik uit. Daarna ga ik brieven schrijven. De eerste brief gaat via vertrouwde kanalen naar Maria, die nog in Loevestein zit. Ik wil haar hierheen halen, of naar Parijs, mijn eerstvolgende reisdoel. Om dat mogelijk te maken zal ik ook Maurits moeten schrijven. Ik ben benieuwd of ik hem kan vermurwen Maria en de kinderen te laten gaan. Ik heb gehoord dat het hem slecht vergaat, omdat hij wroeging heeft over de terechtstelling van Oldenbarnevelt. Misschien is hij bereid tot een gebaar, maar hem kennende zal hij tegenover de buitenwereld zijn gezicht niet willen verliezen.”

Tot zo ver. De staatgreep die Maurits pleegde aan het eind van het Twaalfjarig Bestand wordt in Nederland nog steeds afgedaan als een min of meer noodzakelijke ingreep om het land te redden. Laatst weer eens in het programma De strijd om het Binnenhof. Als ik – als niet historicus maar zeer in geschiedenis geïnteresseerd – hier iets van mag vinden dan lijkt het mij niet iets om trots op te zijn.

Het live-blog over de ontsnapping in de boekenkist vierhonderd jaar later valt te lezen op www.hugodegrootpad.nl

Lees ook op Brabant Cultureel
Hugo de Groot en de canon van Nederland als Hollandse propagandamachine

© Brabant Cultureel 2021