Livestream, drie miniaturen

door Herman Coenen

Lege zaal

Trio Reijseger, Fraanje en Sylla, Paradox Tilburg, vrijdag 26 februari 2021, uitgezonden via livestream.

De zaal was niet te zien. De zaal was ik, de vrienden die ik op het laatste moment had ge-appt: kijken, kijken, en de zaal waren alle anderen die de livestream op hun computer hadden ingeschakeld. We zagen elkaar niet. Wat we zagen was het vertrouwde podium met daarop de drie muzikanten, de pianist, de cellist, de zanger en bespeler van diverse Afrikaanse instrumenten. Wat we hoorden was nieuw, uniek en tegelijk tot diep in onze menselijke weefsels bekend.

Bekend en tot tranen toe roerend. In de verschillende nummers, maar vooral in de Afrikaanse zangen balde zich samen, als een plotseling zich over onze hoofden uitstortende krachtige tropische regenbui, een gevoel dat ik vergeten leek te zijn: het intense heimwee naar een sinds lang verloren saamhorigheid. De lieflijke ritmische klankfiguren van de piano, de levenslustige roffels van twee handen op de houten kast van de cello, de soms schelle, soms omfloerste, steeds doordringende stem, de gezamenlijke overgave van de drie spelers – ze brachten me terug in een weerloosheid die ik met mijn doorleefd stoïcisme niet had verwacht. Ze raakten me in mijn aardse bodem: het besef deel te zijn van een gemeenschap, een soort: de mens. Deel te zijn van deze stam, uit haar geboren, door haar gezoogd en gevoed, gedragen door haar warmte, haar zorg, de verknochtheid aan elkaar.

Ik huilde, in mij huilde het verlangen naar dit wij, het gevoel van onze vitale eenheid, onvervreemdbaar van de omgeving die van oorsprong ons huis is: de natuur, het landschap, de bomen en planten, dieren, rotsen, stenen, waterlopen en plassen, de randen van de zee, de bewegingen van zon, maan en sterren, de regen en de wind, droogte, hitte, kou. En in mij zong de muziek die sinds de oertijden bij ons is en ons nooit verlaat.

Guirlande

Hans van ManenVariations, door het Nationale Ballet, donderdag 4 maart 2021, uitgezonden via livestream.

Ik hoor lonely angel van Peter Vasks, buiten schittert een buitenaards heldere zon, en de zwervende viool en dit licht brengen de avondbeelden weer boven. Dansende paren in wonderlijke samenklank met een piano, een viool, een orkest. Harmonieuze beweging en muziek onontwarbaar verenigd: ballet. Vrouwelijke en mannelijke schoonheid, gave vormen, huid, glans, rekking, draaiing, heupen subtiel schokkend, voeten op de vloer, stevig geplant en moeiteloos loskomend, benen hoog, gespreid, gesloten, bevallig buigend en dan die armen en handen, hoe ze krachtig laten overvloeien in zacht en soepel en bijna nietsig meanderend. En steeds verrassend wisselt de stemming: lyrisch, streng, uitdagend, uitbundig, teder, ingetogen.

Ik zat alleen aan het scherm te kijken, versmolt bijna met wat ik zag en hoorde. En het was alsof er in mijn lichaam deuren opengingen die lang niet open waren geweest. Ik stond op een vloer van zwart rubber, blote voeten, benen in maillot, door boogvensters viel zonlicht naar beneden en raakte mij aan, omhulde mijn bewegingen en vormde mijn lichaam tot een sierlijke guirlande, verweven met andere. Beweging en haar muzikaliteit, eenmaal die betovering ondergaan kan je er altijd weer naar terug, een gewichtloze ruimte onaangevreten door de tijd.

Meester

Jeroen van Vliet en zijn Moontrio, met gastoptreden van Jesse Schilderink, Paradox Tilburg, vrijdag 5 maart 2021, uitgezonden via livestream.

Het voordeel van het zien van een concert via livestream in de beslotenheid van je werkkamer is dat je ongegeneerd kan zitten janken wanneer het je pakt en dat zo lang kan laten duren als nodig – en ook dat je tijdens een lange solo vrijuit je potlood en een stuk papier kan grijpen omdat ideeën beginnen te stromen – creatie lokt creatie uit – en dat je, als het allemaal voorbij is, je hete kop uit het raam kan steken en je kan laten omarmen door het grote stille donker en de sterren die niets hoeven met jouw emotie, ontroering, geladenheid en wat al niet meer.

Het overkwam me zojuist bij het optreden van mijn vriend Jeroen, met wie ik regelmatig zoveel deel aan de wederzijdse keukentafels, maar die ik, zodra hij aan de immense vleugel op het podium zit, niet anders kan zien dan als een meester, bijna onaanraakbaar. Meester, niet van het magistrale gebaar, maar van de onnadrukkelijkheid. Subtiele loopjes, fragiele invoegingen in het geheel dat bezig is zich te ontvouwen, de klanken die zijn fijngestemde vingers vormen zijn de stuifmeeldraden in een zich openende bloem.

De saxofoon mag volledig losgaan, Jeroen ondersteunt, spoort aan, bekrachtigt – en wanneer het tekeergaan bedaart, volgt uit zijn klanktafel een kleine uitgepuurde nazang van enkele hoge noten, een naschrift van weinig woorden, oogst van het gezamenlijke werk, manna uit de hemel gedwarreld. Of, verpakt in krachtige ritmische golven ontspint zich een melodie als een miniatuur van middeleeuwse kleurigheid, met het fijnste penseel geschilderd, maar zonder herkenbare figuur, een engel wiens gelaat altijd verhuld zal blijven, want te stralend, van een glans te hoog om door aardse ogen te worden waargenomen.

En nu is het tijd om nog eens mijn hoofd in de koude nacht te steken, de ladder van de taal weer in te klappen en in een hoek te zetten, want de slaap vraagt ontlediging en droge nuchterheid.

Herman Coenen (1946) is socioloog en oud-hoogleraar van de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) en woont in Tilburg. Hij publiceerde eerder gedichten en korte verhalen in literaire tijdschriften, in Brabant Cultureel, eigen bundels en op cd.

© Brabant Cultureel 2021