Rapport over coronaschade culturele sector bij verschijnen al achterhaald

Een rapport over de gevolgen van corona voor de culturele sector in Noord-Brabant is bij verschijnen al achterhaald. Toen de onderzoekers hun werk deden was nog niet bekend dat de culturele sector opnieuw op slot zou gaan. De schade is inmiddels groter dan de onderzoekers konden voorzien. Een deel van de sector staat op omvallen.

door Emmanuel Naaijkens

In opdracht van KunstLoc Brabant maakten de onderzoeksinstituten PON & Telos en Pyrrhula afgelopen najaar de balans op van de schade die het coronavirus heeft toegebracht aan de kunst en cultuur in deze provincie. Zo’n exercitie is per definitie een momentopname, maar het komt zelden voor dat het onderzoek al is achterhaald als de inkt nog niet eens droog is. Want het beeld dat geschetst wordt in het deze week verschenen rapport ‘Gevolgen van de coronacrisis voor de Brabantse culturele sector’ komt nu al niet meer overeen met de actuele toestand. 
De situatie is inmiddels verder verslechterd doordat de culturele sector sinds december opnieuw hermetisch op slot zit. Dat de onderzoekers in dit geval achter de feiten aanhollen, zegt iets over de heftigheid en onvoorspelbaarheid van de crisis die over de wereld raast.

Het PON & Telos en Pyrrhula hebben in de periode september 2020 en januari 2021 via drie wegen data verzameld en verwerkt. Ze hebben landelijke onderzoeken geraadpleegd, ze hebben een vragenlijst in laten vullen door culturele instellingen en kunstenaars in Brabant, en ze hebben via een panel de mening van Brabanders gepeild. Vervolgens hebben ze via een researchcommunity gesprekken gevoerd met direct betrokkenen. De optelsom levert volgens de onderzoekers een representatief beeld op van hoe de culturele sector in Brabant ervoor staat. Daar valt wel wat op af te dingen, daarover later meer.

Helikopterview

Dat de coronacrisis tot nu toe diepe sporen heeft getrokken in het culturele landschap is geen verrassing. Alleen al de vele artikelen in Brabant Cultureel over instellingen en makers in nood zijn daar een weerslag van. Wat het onderzoek van PON en Telos toevoegt, is een als het ware een vanuit een helikopter gemaakte foto van het gehavende culturele landschap.

Enkele bevindingen:
– Een kwart van de instellingen en een derde van de kunstenaars staat in de overlevingsstand: het is erop of eronder.


– Instellingen die verzekerd zijn van een vierjarige subsidie lopen het minste risico. Instellingen die het met relatief weinig, of vaker nog zonder subsidie moeten zien te rooien, hebben moeite het hoofd boven water te houden. Zoals de poppodia en popfestivals die sterk afhankelijk zijn van de ticketverkoop. Popzalen als 013, de Effenaar en Mezz hebben al flink moeten reorganiseren.


– Vooral kwetsbaar zijn de vele freelancers die in de culturele sector werkzaam zijn, bijvoorbeeld als artiest, ontwerper of technicus. Bijna zeventig procent van de ondervraagde freelancers (zzp’ers) geeft aan geen enkele vorm van subsidie te ontvangen. Als hun opdrachtgevers moeten bezuinigen dan staan zij bovenaan de lijst. Sommige instellingen geven in het onderzoek aan in de toekomst minder met vast en meer met flexibel personeel te gaan werken.

– Een deel van deze zelfstandigen teerde noodgedwongen in op reserves en/of leeft van het inkomen van een partner. Sommigen zagen zich zelfs genoodzaakt een (bij)baan buiten de sector te zoeken. Niettemin willen de meesten in de toekomst in de cultuursector werkzaam blijven omdat daar hun hart ligt.


– Tijdens de beperkte openstelling in zomer en najaar van 2020 is er door theaters en artiesten gezocht naar alternatieve programmering. Er is ook ingezet op online, maar het succes daarvan is wisselend. En niet voor elke deelsector is digitale programmering een optie. Bovendien is er nauwelijks bereidheid bij het publiek om voor een online programma te betalen. Online is vooralsnog geen manier om extra inkomsten te verwerven.


– Ruim de helft van de ondervraagde Brabanders maakt zich zorgen over de culturele sector. Dan gaat het onder meer over theater- of museumbezoek, maar ook over de eigen cultuurbeoefening zoals zingen in een koor en spelen in een harmonie. Ongeveer zevenentwintig procent van de respondenten zegt de sector daadwerkelijk te ondersteunen, voor de coronacrisis was dat twintig procent. Het gaat daarbij met name om het doorbetalen van contributie en het niet terugvorderen van al gekochte kaartjes. De financiële impact van die ondersteuning door het publiek is daarom zeer bescheiden, noteren de onderzoekers.


– Zestig procent van de instellingen en zeventig procent van de kunstenaars voorzag ten tijde van het onderzoek dat in 2020 de omzet met zeventig procent zou kelderen. De gevolgen van de nieuwe lockdown nog niet meegerekend want het was toen nog niet bekend dat er strengere maatreglen zaten aan te komen. 

Het rapport levert dus een berg informatie op met een weinig opwekkende boodschap.

Kanttekeningen

Er zijn ook kanttekeningen bij dit onderzoek te plaatsen. De rapporteurs stellen dat zij een representatief beeld geven van de toestand van de cultuur in Noord-Brabant, maar dat is slechts ten dele het geval. De focus van het onderzoek ligt op het culturele leven in de vijf grote gemeenten (Tilburg, Breda, ’s-Hertogenbosch, Helmond, Eindhoven) en de zeven middelgrote gemeenten (Waalwijk, Bergen op Zoom, Oosterhout, Roosendaal, Oss, Meierijstad, Uden).

Maar de onderzoekers zien over het hoofd wat er in gemeenten als Oisterwijk, Goirle, Etten-Leur, Gilze en Rijen, Valkenswaard, Veldhoven, Deurne, Cuijk, Boxmeer en Bergeijk gebeurt. Het is dezelfde blinde vlek die wij vanuit Noord-Brabant de Randstad wel eens verwijten, namelijk dat men onvoldoende oog voor wat er hier allemaal gepresteerd wordt op cultureel gebied. Maar de grootstedelijke beleidsmakers in onze provincie hebben op hun beurt te weinig zicht op het het culturele leven op het ‘platteland’. 
In al deze gemeenten staan theaters annex culturele centra die voor hun financiering overwegend van de lokale, armlastige overheid afhankelijk zijn. Hun positie is uiterst kwetsbaar, zoals van het Jan van Besouw in Goirle. En zeg niet dat het culturele leven in die gemeenten niet zoveel voorstelt. Om maar eens wat te noemen, op het programma van theater de Muzeval in Eersel staat voor de zomer een concert van philharmonie zuidnederland gepland – corona volente.

Onderbouwing

En dan is er nog een kanttekening te maken over de cijfermatige onderbouwing van de mening van ‘de Brabanders’. De groep van ondervraagde Brabanders bestaat voor ongeveer zeventig procent uit respondenten van vijftig jaar en ouder. De overige dertig procent van de respondenten zit in de categorie achttien tot vijftig jaar. Maar als je kijkt naar de bevolkingsamenstelling in Noord-Bravant dan zijn beide groepen ongeveer even groot. Met andere woorden, de stem van de oudere cultuurliefhebber klinkt onevenredig door in de uitkomsten van het onderzoek. Weliswaar hebben de onderzoekers zoals gebruikelijk een correctie toegepast, maar dan gaat het om het ‘iets zwaarder meewegen van de ondervertegenwoordigde groep’. Dat zal dus geen aanpassing zijn geweest van vele procentpunten. 

Derde kanttekening: de onderzoekers signaleren op basis van de antwoorden van de ondervraagde Brabanders dat het hoopgevend is dat er een groot draagvlak is voor kunst en cultuur. Maar is dat draagvlak niet boterzacht en vrijblijvend? Bereidheid om te doneren voor de goede zaak is er weinig. En het komt ook niet tot uiting in het stemhokje, want anders zaten er geen twee ronduit cultuurvijandige partijen in provinciale staten. 
Onderzoek door het opiniepanel van het tv-programma EenVandaag laat zien dat cultuur voor veel kiezers geen prioriteit geniet. In een recente peiling mochten leden van het panel aangeven wat voor hen belangrijke thema’s zijn. Kunst en cultuur bungelden met drie procent bijna onderaan. Op nummer één stond gezondheidszorg, aangevinkt door achtendertig procent van de respondenten. Maar dat is in deze coronatijd geen verrassing.

Tussenbalans

Achteraf moet je vaststellen dat de onderzoekers te vroeg aan de slag zijn gegaan omdat de schade nog niet in volle omvang zichtbaar is, de crisis woekert immers voort. Maar dat is ze niet euvel te duiden. Een half jaar geleden was er nog de verwachting dat we het ergste achter de rug hadden, dat covid-19 op zijn retour was. 
Wat een eindbalans had kunnen zijn is dus een tussenbalans. Die heeft echter ook zijn waarde, want politici en beleidsmakers kunnen nu al gaan nadenken hoe het met de cultuursector in Brabant verder moet in het post-corona tijdperk. Maar dan moeten de bestuurders in het provinciehuis de resultaten van het onderzoek wel serieus nemen, en niet diep in een la stoppen, zoals met het rapport over de Impulsgelden is gebeurd. 

‘Gevolgen van de coronacrisis voor de Brabantse culturele sector’. Onderzoek door het PON & Telos en Pyrrhula Research Consultants. Auteurs: Henk Vinken, Britte van Dalen en Bo Broers. Opdrachtgever Kunstloc Brabant. Tilburg, maart 2021. Het rapport is hier te raadplegen.

Lees ook op Brabant Cultureel
Dossier coronacrisis en bezuiniging op cultuur in Brabant

Over het onderzoek
Elke twee jaar verschijnt er een rapport over de staat van de culturele sector in Brabant met als titel ‘Waarde van cultuur’. Dit onderzoek is een tusseneditie vanwege de coronacrisis. 
Om gegevens te verzamelen zijn vragenlijst uitgezet. Er werden 253 instellingen benaderd waarvan er 76 de lijst invulden (30 procent) en 797 kunstenaars van wie er 135 reageerden (17 procent). Onder het begrip ‘instellingen’ worden verstaan culturele organisaties in brede zin. Met de term ‘kunstenaars’ worden bedoeld professionele kunstenaars, makers en cultureel ondernemers. Aan de publieksenquete deden 1939 Brabanders mee die ingeschreven staan bij twee panels.

Illustraties > Hans Lodewijkx

© Brabant Cultureel 2021