Eindhovense Rode Jeugd gevangen in een spannend stripverhaal

Roemrucht was de Eindhovense afdeling van de Rode Jeugd die eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de vorige eeuw met aanslagen de gevestigde orde in de Lichtstad letterlijk op zijn grondvesten deed trillen. Die turbulente geschiedenis is nu vastgelegd in een spannend stripverhaal.

door Peter van Vlerken

Over de Rode Jeugd, en zeker de Eindhovense afdeling daarvan, is al veel gezegd en geschreven, maar niet eerder werd de geschiedenis van deze linkse actiegroep op zo’n bijzondere manier vastgelegd als in het onlangs verschenen stripboek Lichtstadfamilie van Maurice van Turnhout (schrijver) en Matijs van de Kerkhof (tekenaar).

Deze strip is niet zomaar een werkje dat deze twee Eindhovense vrienden even hebben afgeleverd. Blijkens de gegevens achterin het 185 pagina’s tellende stripboek hebben zij zich stevig verdiept in de motieven en het verloop van de Rode Jeugd in Eindhoven. Ze hebben geluisterd naar veel mensen die de historie van binnenuit en van buitenaf kennen, zoals de later brave burger geworden Evert van den Berg, en zij hebben gelezen in boeken van onder meer de links-activistische onderzoeksjournalist Frans Dekkers. Dat er lang en hard aan het boek is gewerkt, is eraan af te zien. Het plezier waarmee dat is gebeurd trouwens ook.

Omvormen

De makers zijn niet de eersten de besten. Van Turnhout is schrijver en journalist voor Trouw en Filosofie Magazine, Van de Kerkhof heeft zijn sporen verdiend als beeldend kunstenaar met exposities in onder meer het Van Abbemuseum. Op zichzelf is de historie van de Rode Jeugd met terugwerkende kracht al een spannend verhaal, maar om het naar inhoud, vorm en stijl om te vormen tot een professionele, samenhangende en onderhoudende graphic novel hebben de makers zich de artistieke vrijheden gepermitteerd die daarvoor nodig zijn.

Matijs van de Kerkhof (links) en Maurice van Turnhout, de tekenaar en de schrijver van het stripboek over de Rode Jeugd in Eindhoven. Foto > Kim Dijkstra

De Lichtstadfamilie is het gezin Hultermans. Vader Peer werkt vanzelfsprekend bij Philips, in zijn geval als glasblazer in de lampenfabriek, moeder Gondje doet het huishouden. Op de schouw pronkt het nieuwste model televisie, met korting aangeschaft in de Philips personeelswinkel. De opstandige zoon om wie het in het stripverhaal voornamelijk draait, heet Frans(ke). Hij is vanaf zijn geboorte (“De eerste mens die ik zag was een Philips-verloskundige”) voorbestemd een opleiding te volgen aan de Philipsschool tot een levenslange baan bij de ‘kumpanie’. Maar als rechtgeaarde puber gooit hij de kont tegen de krib en laat zich verleiden tot aansluiting bij de Rode Jeugd, waarvan de Eindhovense afdeling onder de leiding staat van ‘de Lenin van de Kruidenbuurt’.

Inventieve oplossingen en afwisselende perspectieven in de tekeningen van Matijs van de Kerkhof. Klik op de afbeeldingen voor een vergroot beeld in een nieuw tabblad.

Al dan niet op spandoeken komt de leer van Marx, Lenin en Mao voorbij, maar naast een dosis ideologische overtuiging en puberale dwarsigheid lieten de Rode-Jeugdleden zich in een omgeving van burgerlijke gezapigheid en benauwenis ook leiden door een zucht naar avontuur. Misschien is in Frans de bovengenoemde Evert van den Berg te herkennen, al geloof ik niet dat het hier om een getekende sleutelroman gaat.

Brandbommen

Wel zijn de vele acties nauwgezet te volgen, mede uitgevoerd om de Amsterdamse aanvoerders van de beweging te laten weten hoe de revolutie tegen de gevestigde macht – Philips, de politie, de stadsbestuurders – echt gepredikt dient te worden wil ze kans van slagen hebben. Na het onschuldige dichtkitten van parkeermeters als ‘antikapitalistiese’ daad van verzet, worden her en der brandbommen naar binnen gegooid, ook eentje per vergissing bij het verkeerde huisnummer. Hoogtepunt, al zal menigeen het nog altijd een dieptepunt noemen, is de bom onder de auto van de politiecommissaris.

Enkele bladzijden uit het stripboek ‘Lichtstadfamilie’ van Matijs van de Kerkhof en Maurice van Turnhout.

De tegenbeweging die vervolgens op gang komt is ook niet mals. Een demonstratie, waarbij een krans met een hakenkruis bij het standbeeld van Anton Philips wordt neergelegd, wordt stevig neergeknuppeld. Er volgt een kat-en-muisspel met de politie. De destijds al even roemruchte inlichtingendienst BVD probeert te infiltreren en binnen de eigen gelederen van de Rode Jeugd is sprake van hooglopende meningsverschillen en zelfs van vermeend verraad.

Denk niet dat het stripboek de lezer daarmee een zwaar verhaal voorschotelt. Integendeel, het zit vol humor, al was het maar om de grappen van vader Peer die met carnaval als ‘tonproater’ fungeert (“Ik was laatst bij de bedrijfsarts voor m’ne knie. Ik vroeg: hed-de gij niks tegen die pijn. Hij zei: voor verlichting moete nie bij Philips zijn!”) en de bezorgdheid van moeder Gondje (Tegen Frans: “Ge hèt toch niks uitgehaald hè?”).

Trilogie

Het sappige Eindhovense dialect komt op naam van Maurice van Turnhout. Het verhaal steekt slimmer in elkaar dan een voor de hand liggende chronologie. De tekeningen van Matijs van de Kerkhof zijn uitgevoerd in toepasselijk zwart-wit. Het donker is grimmig af en toe, en het licht dat de gezichten beschijnt is hier en daar zo hard dat het lijkt te komen van een lamp (vanzelfsprekend van Philips) in een verhoorkamer op het politiebureau. Hun stripboek met als ondertitel ‘Kameraden 1968-1972’ is het eerste deel van wat een trilogie moet worden over de ‘Lichtstadfamilie’. Wie weet wat er verder nog in het verschiet ligt, want bij het lezen en kijken doet het stripboek soms denken aan het storyboard voor een film.

Bij het lezen en kijken doet het stripboek soms denken aan het storyboard voor een film.

Wel wat onderbelicht gebleven in het verhaal is het verzet van de Rode Jeugd tegen het toenmalige Eindhovense stadsbestuur dat in die tijd geen enkel oog had voor wat er onder jongeren leefde en de politie hard liet ingrijpen. In een interview in het Eindhovens Dagblad legden de makers van het stripboek een verband tussen de opstand van de jeugd van toen en de avondklokrellen van onlangs. Zeker zijn er overeenkomsten. Wanneer zij niet werkten bij Philips en een Philipswoning kregen in het Philipsdorp waren met name jongeren de dupe van de woningnood toentertijd. Niet voor niets stamt ook de kraakbeweging uit die periode. Nu kunnen veel jongeren opnieuw geen kant op en al schijnen er veel notoire raddraaiers bij te zijn geweest, dat zou best eens een van de dieperliggende oorzaken van de avondklokrellen kunnen zijn.

Stuitend in dat licht bezien was de houding van de Eindhovense burgemeester Jorritsma die op televisie sprak van een ‘burgeroorlog’ en zei dat geen haar op zijn hoofd eraan dacht met de relschoppers in gesprek te gaan. Ze zijn er blijkbaar nog, de regenteske bestuurders die met ondemocratische machinaties aan de macht zijn gekomen en wier politiek de jeugd in veelal onderbetaalde flexbaantjes heeft gedwongen, huisjesmelkers vrij spel heeft gegeven en zelfs een sociale huurwoning tot een illusie heeft gemaakt, waardoor veel jongeren tot hun groeiende frustratie noodgedwongen bij hun ouders blijven zitten. Als daar de avondklok bovenop komt, tja, dan moet je niet raar opkijken als er een nieuw soort Rode Jeugd de kop opsteekt.

Maurice van Turnhout & Matijs van de Kerkhof, Lichtstadfamilie. Een Eindhovense kroniek. Deel 1: Kameraden 1968-1972. Leusden: ISVW Uitgevers 2021, 184 pp., ISBN 978-94-92538-93-2, pb., € 22,50.

ISVW Uitgevers

© Brabant Cultureel 2021