Voor wie goed kijkt, is er nog een gloed van een onzegbaar nachtelijk bestaan

door Herman Schaap

Covid-19

Aan dagen geen tekort, tot heden.
Even is toekomst van de baan.
De kunst is stil te blijven staan,
tot wat dan ook is weggegleden.

Wandelen op de Lageweg I

De kou valt langzaam uit de zwarte bomen,
ik loop de ochtendkleuren tegemoet,
de plassen breken uit hun laatste dromen.
Maar voor wie goed kijkt, is er nog een gloed

van een onzegbaar nachtelijk bestaan
dat onder populieren, akkers, weiden
een stroom van duister vocht lijkt uit te spreiden,
mij aandoet met een huivering, ontstaan

in keldergangen waar geen teken aan de wand
mij ingaf welke hoek ik om moest slaan.
Totdat ik hem, vaag als een geest, zag staan.
Ik wilde er vandoor – hij hief zijn hand.

Alleen was ik. Ik hoorde stil gesuis,
een koorzang zonder stem. En sinds die nacht
breidt zich een vlek rondom mijn voeten uit,
een modderstroom van sombere gedachten.

Soms lukt het me, de stroming laat zich leiden
tussen de kaden van de prosodie
naar het water dat ik al van verre zie,
waar ik me van mijn schimmen ga bevrijden.

Wandelen op de Lageweg II

De zon veegt alle sloten schoon.
En dat die recht zijn, geeft voldoening,
zo’n polder volgt een strak patroon.
Dit is een middag van verzoening.

Beleving van geometrie
brengt lijn in mijn verward gareel.
De orde die ik nu weer zie,
de metafysica van meten,
vervullen mij met euforie.

Holisme valt mij hier ten deel.
Ben opgenomen in een ontzagwekkend eindeloos geheel.

Stadsdichter

Fietsend van het Spanjaardsgat
langs resten van het uitgaansleven,
laat ik de blik naar gevels zweven
die zwijgen van een ouder stad.

Draai dan de straat in waar de lucht
is volgebouwd in hoog verleden.
Hier drukt gotiek massief op ’t heden,
dat ruggelings naar binnen vlucht.

Een ziel die onder ballast zucht,
niet meer op uitzicht durft te hopen,
zichzelf bevrijdt door weg te dromen.

De lucht onzichtbaar boven bomen.
Geroezemoes, verkeersgerucht
zijn ook in ’t park niet te ontlopen.

Herman Schaap (Wageningen 1949) was tot 2012 leraar Nederlands in Breda en promoveerde intussen op werk van Henriette Roland Holst. Poëzie van hem verscheen onder meer in Hollands Maandblad. Zijn gedichten zoeken een vaste vorm voor een intrigerende moderniteit.

© Brabant Cultureel 2021