Over Jezus, de Italiaanse opera en Charles Vergeer (2)

door JACE van de Ven

Hoewel La Traviata voor honderd procent voldoet aan de weleens aangehaalde dooddoener van George Bernard Shaw ‘Opera is when a tenor and a soprano want to make love and are prevented from doing so by a baritone’ kan het muziekstuk mij ten zeerste ontroeren als er een goeie sopraan, een goeie tenor en een goeie bariton in meedoen.

God weet hoe vaak mijn vriend Charles Vergeer La Traviata gezien heeft. Vaak, dat weet ik zeker, maar ook hij was woensdag tijdens ons wekelijks operatreffen geraakt. Hij vertelde het me zelf na afloop. We hadden via mijn beamer naar de beelden gekeken van La Traviata van de Salzburger Festspiele 2005 en dankzij de geweldige regie van Willy Decker de dood van Violetta, de luxe prostituee die zichzelf in een aria ‘traviata’, dat is ‘verdwaalde’ noemt, ervaren als een overwinning. Nog nooit eerder was mij aan het eind van de opera het gewicht opgevallen van de woorden ‘Ik sterf te midden van hen die ik liefheb’. Maar deze regie maakte me duidelijk hoe trots Violetta is dat zij dat kan zeggen. In driekwartsmaat heeft zij gejubeld dat je in het leven van pleziertje naar plezier moet huppelen. Het mag nooit stoppen, het tiereliert maar door, maar op haar sterfbed beseft zij dat ze ook echt kan liefhebben. En dat er mensen zijn die echt van haar houden. ‘Oh gioia!’, zijn de laatste woorden die ze zingt. ‘O vreugde!’ Maar vertaal maar gerust: ‘Wat een geluk!’

La Traviata, de dood van Violetta. Hamburgische Staatsoper (2013) Foto > wikipedia/Monika Rittershaus

De muziek zingt nog in me na als ik Charles heb uitgelaten en ik besef dat ik opnieuw vergeten ben te vragen: ‘Oké, Charles, Jezus, Petrus en Paulus waren gewoon joden, zoals jij schrijft, maar hoe kon dan toch via wat zij deden, het christendom ontstaan?’ Maar omdat ik hem na de opera van de week nog vlug een aria door Nadine Sierra en dan nog eentje door Pretty Yende wil tonen en hij mij vraagt om de Franse bariton Ludovic Tézier te laten horen, is het op een gegeven moment te laat voor het christendom. Dus moet ik op eigen kracht proberen de vragen die ik in de vorige column opriep te beantwoorden.

Probleem is een beetje dat ik net als u ben opgevoed met een Jezus die nauwelijks in joods perspectief werd geplaatst en rond wie de historische gebeurtenissen tijdens zijn leven zo veel mogelijk achterwege zijn gelaten. Wist ik tot voor kort dat het in de tijd van Jezus wemelde van de joodse bewegingen die opstand tegen de Romeinen predikten? Wist ik dat op zijn minst enkele van de volgelingen van Jezus waren aangesloten bij die clubs? En dat de belangrijkste van hen, die wij Simon Petrus noemen, Jezus tot Koning der Joden gezalfd heeft? De Romeinen schreven niet voor niks spottend ‘Jezus de Nazarener, Koning der Joden’ op het kruis.

Wist ik tot voor kort dat het in de tijd van Jezus wemelde van de joodse bewegingen die opstand tegen de Romeinen predikten?

In het aangrijpende verhaal van de dood van Jezus wordt nergens duidelijk gemaakt waarom het volk dat hem tijdens zijn leven en zijn tocht door het land steeds zo enthousiast begeleid had, dat hem nog enkele dagen eerder bij de intocht in Jeruzalem als koning ingehaald had, hem plotseling aan het kruis wil hebben? Waarom de Romein Pilatus die in zijn onschuld zou geloven hem toch laat kruisigen? Waarom de joden de gekruisigde bespotten maar de Romein die de leiding van de executie heeft, zijn geloof in hem belijdt? Waarom zijn volgelingen hem in de steek laten, Petrus hem driemaal verloochent en Judas hem verraadt?

Wist ik dat op zijn minst enkele van de volgelingen van Jezus waren aangesloten bij die clubs?

In eerdere boeken wist Charles Vergeer stukjes van de waarschijnlijke waarheid bloot te leggen: Jezus was geen christen en werd niet door zijn volk verworpen, verguisd, verraden en verloochend. Hij was een jood die zich liet zalven tot koning en door de Romeinen aan het kruis werd geslagen. De sleutel van de aanpassing van de waarheid is het oudste evangelie, dat van Marcus, geschreven in Rome in het jaar 72. De Romeins-Joodse oorlog en de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 waren juist gebeurd. Gods tempel lag in puin, alles wat de joden heilig was, was als zeeroverbuit in triomftocht door Rome gevoerd en de joden zelf waren gedood of werden afgebeuld als slaven.

En dat de belangrijkste van hen, die wij Simon Petrus noemen, Jezus tot Koning der Joden gezalfd heeft?

Alle geloof en alle hoop waren teniet gedaan. Waarom roerde de Onzegbare die zijn volk uit Egypte had gered zich niet? Daarom plakt Marcus een pleister op de open wonde van het verlies van tempel en stad: de Eeuwige was zijn Gezworene trouw gebleven en had hem opgewekt uit de doden. Sterker nog, degene die was opgewekt was de zoon van God die de gehele mensheid kwam redden.

Hoofd van Christus (±1656) | Rembrandt van Rijn > Museum het Rembrandthuis
Petrus in de gevangenis (1631) | Rembrandt van Rijn. > Wikimedia Commons | Israel Museum
Apostel Paulus (1633?) | Rembrandt van Rijn. >  Wikimedia Commons | Kunsthistorisches Museum Wien

Dit zijn allemaal mijn eigen woorden. Beschuldig mijn vriend Charles Vergeer nergens van als ik zijn studie wat kort door de bocht weergeef. Ik weet dat hij op zoek naar de waarheid Marcus bestudeerde, omdat dit het oudste Evangelie is. Maar de brieven van Paulus waren toch nog ouder? Stond daar de waarheid in? Dus ook die aan nauwkeurig filologisch onderzoek van jaren onderworpen. Er blijven volgens Vergeer slechts flarden van de echte Paulus in over. Toen de brieven rond het jaar 100 in Ephese uitgegeven werden, waren die opgenomen in een felle polemiek van latere schrijvers die de dode letter van de Wet van Mozes tegenover de vrijheid van het geloof in Christus stelden. De teksten van Paulus werden gebruikt, misbruikt, gered en tezelfdertijd definitief terzijde geschoven. Pas dan ontstaat het christendom.

De teksten van Paulus werden gebruikt, misbruikt, gered en tezelfdertijd definitief terzijde geschoven. Pas dan ontstaat het christendom.

Ik neem aan dat dit alles voor eigentijdse kritische historici en theologen niet nieuw is en dat ik daar met mijn wetenschap weer eens achteraan hobbel, zoals gewoonlijk. Dat is ook zo met de opera. Van de moderne verschijningsvorm ervan weet ik zo goed als niets. Ik vermoei u met La Traviata, de meest gespeelde opera ter wereld. Elke dag wordt wel ergens een La Traviata uitgevoerd, zoals het christendom hoe en waar het dan ook ontstond, mensen dagelijks tot steun kan zijn. Geloof, hoop en liefde, daar gaat het om.

Liefde is de actieve vorm van geloof en hoop. Ook Violetta in La Traviata beseft dat. De vader van haar geliefde Alfredo overtuigt haar ervan dat door een voormalige prostituee in de familie toe te laten, andere hogere families zich van hun familie zullen afkeren. Het huwelijk van een jongere zus van Alfredo zal afgezegd worden. Het is Violetta of het onschuldige meisje. Wat een poppenkast! Maar dat is het niet. Violetta ontdekt de echte liefde in die vreemde vader die voor de zijnen opkomt, zij ontdekt dat liefde niet enkel plezier is, maar er zijn voor de jouwen. En ze offert zich op, neemt afscheid met misschien wel de beroemdste maten uit de operaliteratuur, ondersteund door paukengeroffel: ‘Houd van mij Alfredo. Houd net zoveel van mij als ik van jou houd. Vaarwel.’

Honderdzeventig jaar later raakt ons dat nog. Op tal van manieren komt het thema nog steeds terug in moderne podiumkunsten. Het bekendste voorbeeld is misschien wel de film Pretty Woman, waarin het hoertje Vivian door haar rijke klant meegenomen wordt naar de opera.

Hoewel het in de film nergens gezegd wordt, horen liefhebbers meteen dat ze naar La Traviata kijken en het filmpubliek ziet de emotie bij Julia Roberts die naar haar eigen leven kijkt. Het ziet haar stiekeme blik naar Richard Gere als het smartelijke ‘Houd van mij Alfredo. Houd net zoveel van mij als ik van jou houd!’ gezongen wordt. Ook zij weet dat het onmogelijk zal zijn. Maar dan hebben we toch buiten producent Disney gerekend, want aan het eind van de film komt Richard Gere onder dezelfde klanken uit La Traviata de straat inrijden om zijn ‘Violetta’ op te halen.

In Jezus’ tijd en ook in de negentiende eeuw kregen we onze beloning nog na het aardse leven, in onze hedonistische tijden moeten we het doen met het geluk op aarde, denk ik. “Wonderlijk hoe goede melodieën afhangen van de dramatiek”, constateert Charles Vergeer. Ach ja, we hadden het eigenlijk over zijn nieuwe boek De eerste editie van Paulus. Het is uitgegeven bij Gompel&Svacina.

© Brabant Cultureel 2021