‘Mooie vrienden’ romandebuut van Martijn Jas: ‘Er is zoveel meer dan geaardheid’

Martijn Jas werd geboren in Breda en woont hij al een eeuwigheid in Amsterdam. In deze tijd van lockdown en avondklok verschijnt zijn debuutroman ‘Mooie vrienden’, het tragikomische relaas van een zoektocht die nauwelijks verlossing biedt. Maar waarom zou je daar eigenlijk op uit zijn? Aldus de flaptekst. Reden voor een interview.

door Hein van Kemenade portretfotografie > Piet den Blanken

Op pagina 180 van zijn debuutroman Mooie vrienden schrijft Martijn Jas (Breda 1966) bij wijze van introductie op dit boek: ‘Hij kwam pas tegen zijn dertigste uit de kast en haat de homoscene…’ Hij had ook kunnen zeggen: hij maakte ooit zevenenzestig doelpunten in één seizoen en is een van de eerste voetballers die openlijk uit de kast komt…’ Dat roept vragen op. 
Veel Bredase straten en cafés zijn herkenbaar in dit boek. Ook de personages. De hoofdpersoon Tobias vertoont overeenkomsten met Martijn Jas. 

Waarom heb je gebeurtenissen van vijfentwintig jaar geleden tot uitgangspunt van dit boek genomen? Je kunt ook over de dingen van nu schrijven.
“Ik vind dit toch wel een belangrijk thema om op papier te zetten. Ik ben vijftien jaar geleden begonnen aan dit boek. Het is een tijdloos thema. Er zijn ook nu mensen zoals ik die uit de kast komen.”

Het verhaal gaat over vier vrienden van Tobias. Je valt met de deur in huis door de roman te laten beginnen met de zelfmoord van een van de vier.
“Het is een heftig begin, maar wel goed om hiermee te beginnen, want het is ook helemaal niet gemakkelijk voor sommige mensen die stoeien met hun geaardheid. Ik wil ook zo’n soort toon neerzetten dat het niet alleen een grappig en humorvol boek is, maar dat het een serieuze zaak is. En ik denk dat je als lezer ook wel nieuwsgierig wordt.”

Beweegredenen

In De Groene Amsterdammer noemt Joost de Vries in een artikel over George Orwell vier beweegredenen om te schrijven. Het kan gaan om puur egoïsme (verlangen om een intelligente indruk te maken), esthetische geestdrift (het talige van literatuur), een historische prikkel (de waarheid uitzoeken) of politieke doeleinden (behoefte om opvattingen van mensen te veranderen).

Hoe ligt dat voor jou?
“Dat laatste heb ik sowieso niet. Eigenlijk heb ik dit boek geschreven omdat ik het zelf wilde. In die zin is het een egoïstisch project. Ik heb me tijdens het schrijven ook nooit beziggehouden met de vraag wie dit gaat lezen. In die zin is het echt een project voor mezelf geweest. Dan gaat het ook over de essentie van het leven. Voor mij is eigen baas zijn het belangrijkste. Ik wil graag dingen doen die ik zelf leuk vind, en een roman schrijven stond op mijn verlanglijst en ik had een goed thema.”

“Zoeken naar de vorm heeft wel het meeste tijd gekost. Want je kunt wel een verhaal in je hoofd hebben, maar je kunt het ook op duizend manieren opschrijven. Daarom heb ik het een roman genoemd. Dat heeft met structuur en opbouw te maken. Ik noem het expres geen autobiografie, dat vind ik stom. Ik vind het ook leuk om dingen te verzinnen. De hoofdpersoon heet Tobias, dat ben ik niet zelf. Als je de derde lettergreep goed uitspreekt, dan hoor je Tobi-JAS. Dan lijkt hij wel veel op mij. Ik heb veel affiniteit met Tobias. In de roman zitten uiteraard wel autobiografische elementen.”

In de roman komt veel muziek voor. Onder andere het gevoelige In My Room van The Beach Boys. Is dat nummer typerend voor de hoofdpersoon Tobias?
“Brian Wilson van The Beach Boys is voor mij een held. In dit boek heb ik dit nummer gebruikt in een hoofdstuk waarin Tobias een geheime ontmoeting heeft met een vriend op een geheime kamer. Dit nummer heeft mij enorm geïnspireerd en ik dacht, ik moet er een hoofdstuk van maken. Ik laat me meer inspireren door muziek dan door andere boeken.”

“Muziek is heel belangrijk voor Tobias. Vandaar dat er zoveel muziek in het boek zit, zoals bijvoorbeeld Leonard Cohen. Een hoofdstuk is geïnspireerd op een nummer van hem, Dance Me to the End of Love. Tobias gaat in Breda op bezoek bij een oude schoolarts van hem. Het is een afrekening, want die schoolarts heeft in Tobias’ jeugd iets gezegd wat hem heel lang is bijgebleven. Kwam heel hard bij hem binnen. Dat zet hij in deze fase van zijn leven recht.”

Kiezen

OF is een rubriek in de Volkskrant. In jouw roman wordt deze vraag ook gesteld. Je moet kiezen: Muziek of vrienden.
“Dat is heel lastig, dan denk ik dat ik voor één goede vriend kies. Hoewel, lastige vraag want muziek laat je nooit in de steek.”

Maak je zelf ook muziek?
“Nee, ik ben amuzikaal, maar ik weet wel wat ik graag wil horen. Mijn broer is een heel goede pianist, heeft op het conservatorium gestudeerd, en ik kreeg pianoles van hem. Na een paar octaven gooide hij de klep erop. Ik heb daar geen talent voor.”

Van welke muziek hou je zelf?
“Singer songwriters. Het nummer moet binnenkomen. Er moet gevoel in zitten. De Beach Boys zijn vocaal gezien heel goed. Bij Lloyd Cole zijn de teksten weer heel goed. Het motto van het boek is niet voor niets van Lloyd Cole: Not that I had that much dignity left anyway. Die onderkoelde humor daar hou ik van.”

“Alles wat te horen is tijdens de gay parade vind ik niet leuk. Ik denk dan: Schiet dit niet zijn doel voorbij? Voor sommige mensen werkt dit averechts. Tobias stond naar die botenparade te kijken en vroeg zich af waarom er geen goede gitaarmuziek te horen was.”

Tobias komt terecht in een wereld waarin hij zich helemaal niet thuis voelt. Is de muziek in het boek een metafoor om dit verhaal te vertellen?
“Dat is waar. En heel persoonlijk toch. Tobias vindt eigenlijk dat geaardheid niet zo’n grote rol hoeft te spelen. Meer mensen zijn ouder wanneer ze ‘uit de kast’ komen. Hoe langer je iets blokkeert hoe gemakkelijker dat vol te houden is. Het is een bepaald patroon van leven. Tobias gaat door het leven als vrijgezel met veel vrienden. Waarom zou je altijd op zoek moeten gaan naar een relatie of iets dergelijks?”

“Hidde, een collega en vriend van school, bleef doorvragen. ‘Ik merk iets aan je en wil het weten. Ik wil je helpen’, zei hij. Als je dit soort vragen krijgt ga je erover nadenken. Tobias denkt zelf dat geaardheid misschien maar tien procent van zijn persoonlijkheid is. Het gaat om de persoon. Gay zijn is een onderdeel. Hij krijgt een stempel op zich gedrukt. Jij bent homo, dus je hoort in dat vakje. Tobias ging een keer naar Breda om aan vrienden te vertellen wat hij bij zichzelf ontdekt had. Dat was voor hem heel verwarrend omdat de ene vriend hem ging kussen terwijl hij de andere niet meer mocht knuffelen.”

Boodschap

Is Tobias in de loop van het boek meer tot zichzelf gekomen?
“Ik vind dat mijn geaardheid geen rol mag spelen in wie ik ben. In mijn droomwereld had ik dit boek nooit geschreven. In mijn droomwereld zou het daar niet over moeten gaan. Dan ben je een aardig iemand of niet. Je moet iemand niet beoordelen op geaardheid, op zijn afkomst of op wat dan ook. De boodschap die ik wil overbrengen is: Waarom altijd geaardheid? Er is zoveel meer. De titel Mooie vrienden kun je op verschillende manieren interpreteren. Tobias heeft een paar heel knappe vrienden die hetero zijn. Hij wordt erop aangesproken dat hij dan wel verliefd op hen zal zijn. Dat is een nare en heel vervelende opmerking, want stel dat Tobias ook een hetero zou zijn geweest, dan werd dit helemaal niet gezegd. Hij trekt zich dit soort opmerkingen erg aan.”

“Hoe ouder je wordt, hoe beter je jezelf leert kennen. Het is niet alleen een coming-outverhaal, maar een algemeen boek waarin mensen heel herkenbare dingen kunnen lezen. Ook over de worsteling met het leven. Mijn geaardheid is een klein deel van mijn persoonlijkheid, maar het lijkt alsof het iedereen, inclusief mijzelf constant bezig houdt.”

[Hein van Kemenade interviewde Martijn Jas voor het Bredase radioprogramma GrensGeluiden. Dit artikel is een enigszins bewerkte versie van dat interview]

Martijn Jas, Mooie vrienden. Amsterdam: Uitgeverij Kapstok 2021, 224 pp., ISBN 978-9077325-216 , pb., € 20,00.

Interview bij GrensGeluiden

www.uitgeverijkapstok.nl

Martijn Jas (Breda 1966) studeerde in 1996 af aan de School voor de Journalistiek in Utrecht. Als tv-redacteur werkte hij onder meer voor Laat de Leeuw, Man bijt hond, Pauw en Op1. Hij is auteur en uitgever van een reeks boeken waarin hij prominente figuren interviewt over de stad waar ze geboren zijn. Een van die boeken gaat over Breda. Ook maakte hij glossy tijdschriften over NAC.

© Brabant Cultureel 2021