Paul Bezembinder navigeert met zijn verzen tussen smartlap en J.H. Leopold

Een tragische liefdesgeschiedenis zou het zijn, de nieuwe dichtbundel ‘Parkzicht’ van Paul Bezembinder. Wie dat wil, kan de bundel zo lezen, maar het geheel is ook een knappe verzameling vormvaste gedichten die qua genre alle kanten opvliegen. Van smartlap en pastiche naar associaties en verwijzingen naar de klassieken van de poëzie.

door Lauran Toorians

Paul Bezembinder (Nijmegen 1961) illustreert dat theoretische natuurkunde, waarin hij afstudeerde, en poëzie goed samen gaan, ongeveer zoals Aleksandr Borodin de scheikunde combineerde met muziek. De vergelijking zal Bezembinder bevallen, want hij vertaalt graag Russische gedichten in het Nederlands. Hij is als ‘science policy advisor’ werkzaam aan de Technische Universiteit Eindhoven en is tevens een actief lid van de Poëzieclub Eindhoven.

Visueel

Zijn nieuwe bundel Parkzicht wordt op het achterplat aanbevolen als ‘een tragische liefdesgeschiedenis’ en met enige fantasie valt het geheel ook als zodanig te lezen. Zelf had ik niet meteen het gevoel dat deze bundel mij een verhaal vertelt. Wat meer opvalt is het sterke heen-en-weer tussen stijlen en genres. Bezembinder schuwt de smartlap niet, maar kent ook zijn klassieken en verbindt zijn eigen werk daar knap mee. Dat maakt deze bundel vooral verrassend, op een positieve manier. Wat ook opvalt is de grote vormvastheid, niet alleen in het gebruik van klassieke dichtvormen met hun eigen schema’s van rijm en ritme, maar ook visueel doordat veel gedichten op het papier strakke rechthoeken of andere geometrische vormen zijn. Alsof Bezembinder niet alleen accenten en lettergrepen telt, maar ook per regel de aanslagen op zijn toetsenbord.

Paul Bezembinder > auteursfoto op de site pomgedichten.nl

De liefdesgeschiedenis in Parkzicht bestaat er deels uit dat de dichter vaker een geliefde (‘m’n lief’) aanspreekt. En in het titelgedicht wordt de bundel omschreven als een elegie. Dat zal dan de tragiek zijn. Ook een ‘laatste verzoek’ om te worden losgelaten en de kans te krijgen ‘om dood te gaan’, wijst in die richting. Maar dat dus gecombineerd met lichtvoetigheid en milde spot. Wat later is het dan weer ‘zij’ die voorgoed is weggegaan. Het is duidelijk dat Bezembinder de consistentie bewaart voor zijn werk in de natuurkunde en hier zijn fantasie de vrije loop laat. In het korte bestek van één gedicht kan hij moeiteloos van een dromerig poëtisch beeld op het Eindhovense Cassandraplein naar het prozaïsche Facebook:

Nocturne

Kijk, in het water van de oude gracht
zie je de flats van het Cassandraplein,
daaronder, op de bodem van de nacht,
zou dan de sterrenhemel moeten zijn.

De wandelaar die plotseling blijft staan
en op zijn telefoon naar Facebook kijkt,
ontgaan de kringen van een late zwaan
die onder water naar die hemel reikt.

Het Casandraplein met zijn oude gracht bestaat echt, maar zal hier toch ook naar de mythologische Cassandra verwijzen. Dergelijke verwijzingen zijn er vaker, net als veel archaïsche woorden waar de dichter vrolijk mee speelt. De toon doet daarmee vaak denken aan de lichtvoetige verzen van Vondel en Hooft en hun tijdgenoten, klassieken die wij in Nederland niet bepaald eren.

Gilliams

En wat de literaire klassieken betreft. Leopold – ‘Hij gaf verdwenen talen. Aan een school / in Rotterdam’ – en zijn peppels om het oud woonhuis kennen we misschien nog wel, maar welk poëzieminnend hart gaat sneller kloppen bij de naam Maurice Gilliams? En het gedicht Gedroomd geluk, waarin die naam valt, is dat ironisch of juist niet?

Gedroomd geluk

Gebonden uitgave, met stofomslag en
goud op snee, op honderddertig grams
geschept papier, een leeslint van satijn,

In het verzameld werk van M. Gilliams,
m’n lief, zit zoveel waanzin, zoveel pijn,
dat het mij instantaan bij jou doet zijn.

Uitreiking van de Prijs der Nederlandse letteren aan Maurice Gilliams door koningin Beatrix in 1980. Foto > Wikimedia Commons | Nationaal Archief

Parkzicht biedt veel leesplezier en vraagt erom te worden herlezen (en herkauwd) zonder dat de volgorde van de gedichten daarbij dwingend zou moeten zijn. Het taalspel is een genot, de lezer vindt mooie beelden en wordt uitgenodigd om te mijmeren en te relativeren, want

Wie Bezembinders werk beschouwt,
bespeurt een onuitsprekelijk verdriet,
bekend terrein inmiddels. Wat we niet,
of nog niet, weten: als de dichter rouwt,
hoe moeten wij zijn rouwen dan verstaan,
[…]

Zo blijft alles open en is het oordeel aan de lezer. Zo hoort het en zo is het hier. Parkzicht verdient lezers.

Paul Bezembinder, Parkzicht. Oostburg: Leeuwenhof 2020, 60 pp., ISBN 978-90-825412-8-1, pb., € 20,00.

paulbezembinder.nl

© Brabant Cultureel 2021

Reacties (1)

  1. Een zorgvuldig gecomponeerde, lichtvoetige en tegelijk serieuze dichtbundel. Leest vlot, maar vraagt regelmatig om herlezing – zoals goede poézie hoort te doen. Van harte aanbevolen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.