Onderweg > ‘Ik wil niet van mijn geld af’

door Joep Eijkens

Toen ik net afscheid had genomen van mijn baan bij de krant door gebruik te maken van een vertrekregeling werd ik op een ochtend gebeld door een vriendelijke dame die mij vroeg of ik geen collectant wilde worden voor het Astmafonds. Alsof ze het geroken hadden dat ik vrij man was en voortaan een zee van tijd tot mijn beschikking had. Tot mijn verbazing zei ik ja en achteraf gezien denk ik dat ik me schuldig voelde en blij was op die manier nog iets terug te kunnen doen voor de samenleving. En zo maakte ik een paar maanden later mijn debuut als collectant.

Sindsdien ben ik door diverse organisaties benaderd – kennelijk kom je op een lijstje te staan – van de Nederlandse Brandwonden Stichting tot het Leger des Heils. En bijna steeds heb ik ja gezegd, hoewel ik in de loop der jaren steeds meer ben gaan twijfelen aan het nut van collectes. Want hoeveel geld haal je nou op? Als het vijftig euro is, mag ik blij zijn. Want de meeste mensen geven, als ze al iets geven, niet meer dan het weinige wisselgeld dat zij onder handbereik hebben of ergens uit een jas weten op te diepen.

Je moet trouwens als collectant oppassen bij wie je aanbelt. Sommige mensen geven middels een tekstbordje bij of op de voordeur te kennen dat zij niet gediend zijn van collectes. Zo trof ik laatst de volgende tekst aan:

Raar, die laatste zin. Het zal geen toeval zijn dat god met een kleine letter is geschreven en Praten met een hoofdletter.

Ook zonder zo’n bordje geven sommige mensen trouwens niet thuis. ‘Nee, wij doen niet mee’, zeggen ze dan, of: ‘Nee, dank u’. En dan heb je ook nog de mensen van goede wil die zeggen dat ze geen geld meer in huis hebben sinds ze alles digitaal betalen. Die categorie kan ik sinds enige tijd wijzen op de mogelijkheid via een QR-code op de bus te doneren. En daar wordt af en toe ook gebruik van gemaakt.

Het is misschien vooral het bedelen wat mij tegenstaat. En ook het idee dat je mensen stoort omdat ze net aan het eten zijn of naar tv kijken. Maar toch, als de dames in het voorjaar weer beginnen te bellen, zeg ik meestal ja. Al was het maar om me het gevoel te geven iets terug te doen voor andere mensen.

© Brabant Cultureel 2021