Bredase animatiefilmer en meubelmaker Ties Poeth wroet in de wereld van grafiek

Ties Poeth maakte naam als animatiefilmer en ook als meubelmaker, maar komt nu met een boek over de Sint-Elisabethsvloed die bijna zeshonderd jaar geleden plaatsvond en over het Mirakel van Niervaart dat na die vloed Breda tot bedevaartplaats maakte. Het boek oogt als een schimmenspel of misschien ook wel als een animatie om in te bladeren.

door René van der Velden, met foto’s van Kees van Dongen

De Bredase kunstenaar Ties Poeth (Tegelen 1957) heeft het over een andere boeg gegooid. Als animatiefilmer en meubelmaker heeft hij zijn ‘ambachtelijke kunst’ verlegd naar wat hij zelf noemt papierknipkunst. “Het is grafiek. Ik maak tekeningen op zwart karton, snijd die uit en leg ze vervolgens op wit papier.” Het eerste resultaat van dit ‘verstilde schimmenspel’ is een bijzonder fraai boek, getiteld De Vloed met als ondertitel ‘het land van de kikkers en de kracht van water’. Het boek verscheen in een oplage van driehonderd exemplaren en legt een logische link tussen de (tweede) Sint-Elisabethsvloed van 1421 en het Mirakel van Niervaert.

Gul

Ties Poeth is vanaf zijn opleiding aan kunstacademie St. Joost in Breda ‘blijven hangen’, maar is in spraak en uiterlijk een Limburger gebleven. Zwarte kleding, flamboyante sjawl en een bril aan een touwtje. Hij ontvangt gul met koffie en kerststol. Zijn beide zoons komen beleefd een praatje maken in de woonkamer die overvol staat met door Poeth gemaakte meubels en andere verzamelde attributen. “Mijn moeder is dit jaar overleden en er zijn diverse spullen naar mij gekomen. Ik moet nog opruimen maar het is wel veel”, zegt Poeth.

Ties Poeth: “Het is grafiek. Ik maak tekeningen op zwart karton, snijd die uit en leg ze vervolgens op wit papier.”

Hij heeft het gesprek voorbereid alsof er een vuistdikke biografie in de maak is. Schetsen, tekeningen, boeken, overal stapels en een lichtbak om de papierknipkunst optimaal tot zijn recht te laten komen. “Elke prent vergt meerdere dagen werk. Een ingewikkelde prent, paginagroot, kost me een week werk”, zegt Poeth. Het is precisiewerk. Daarom vraagt Poeth nadrukkelijk aandacht voor zijn werk.

Hoewel Poeth qua leeftijd de pensioengerechtigde leeftijd begint te naderen, moet hij er niet aan denken om te stoppen met zijn werk. “Ik heb er echt geen tijd voor, ik heb nog zoveel te doen. Ik moet ook geen corona krijgen, want daar heb ik echt geen tijd voor”, zegt hij beslist. “Ik houd van lezen en van wandelen, maar in de beeldende dingen moet ik bezig blijven. Als ik niks doe of maak, is dat niet goed voor mij. Ik moet gewoon met regelmaat iets maken, anders gaat het mis. Ik ben ook liefst met een paar projecten tegelijk bezig. Als het dan met het ene tegenzit, kan ik verder met iets anders.”

Exposure

Toch heeft zijn werk het afgelopen decennium niet veel exposure ondervonden. Zijn laatste film ging in 2006 in première op het Nederlands Film Festival. Zelf was hij er niet bij, omdat twee weken daarvoor zijn echtgenote Willy was overleden. Als meubelmaker had hij in 2009 zijn laatste expositie, in Galerie Ecker in Breda. Het Nederlands Filmfestival heeft alle elf films van hem (sinds 1985) in het archief.

De vloed verscheen in een oplage van driehonderd exemplaren en legt een logische link tussen de (tweede) Sint-Elisabethsvloed van 1421 en het Mirakel van Niervaert

Ties Poeth vindt zichzelf geen (conceptueel) kunstenaar, maar een ambachtsman. Dat gaat zeker op voor zijn nieuwe techniek waarmee hij in 1985 al kennismaakte op de Rijksacademie en die hij gebruikte in zijn animatiefilm Jaco uit datzelfde jaar. Het project De Vloed begon drie jaar geleden met gans andere bedoelingen. Poeth wilde een schimmenspel maken over de bekende list met het turfschip van Adriaan van Bergen. Al experimenterend met vrienden kwam hij erachter dat er voor zo’n spel op de bühne meer nodig was dan zijn werken van papier en karton. Daarom werd de aandacht gericht op een boek dat behalve het turfschip ook de Sint-Elisabethsvloed en de Heilige Hostie van Niervaert zou behandelen. Dat boek werd te veel, te groot, te dik en daarom werd het turfschip uit de plannen verwijderd. Dat staat op de rol voor de toekomst.

Mirakel

De drijfveer om aan deze onderwerpen aandacht te besteden, is dat er volgens Poeth veel te weinig over bekend is. “Het is absurd dat er zo weinig materiaal over is. Dat het niet in lesprogramma’s van scholen zit. Het Mirakel van Niervaert is een heel belangrijk verhaal voor Breda. Ik wilde dat duiden, visualiseren.”

‘Het boek De Vloed vertelt het verhaal aan de hand van vijftig prachtige werken van Poeth waarin de mensen zijn vervangen door kikkers.’

De samenhang tussen deze drie historische items is duidelijk, vindt Poeth. Grof samengevat komt het erop neer dat door het ongebreideld turfsteken in Niervaert en omgeving – het huidige Klundert – het maaiveld zodanig daalde dat het land regelmatig overstroomde. Niervaert was in het bezit van een ‘heilige, bloedende hostie’, gevonden door een boer en goed voor de toeloop van grote drommen bedevaartgangers. Waarschijnlijk ging het om een stuk beschimmeld brood of iets dergelijks, maar dat mag de pret niet hinderen.

“Omdat we in een kikkerlandje leven, daar moet je verder niks achter zoeken.”

De adel van Niervaert besloot in 1449 om het Heilige Sacrament van het Mirakel uit veiligheidsoverwegingen over te brengen naar de Grote Kerk in het vijfentwintig kilometer verder gelegen Breda, waardoor de nieuwe toeristenstroom bijdroeg aan de groei van dit stadje. De toren van de Grote Kerk zou voor een deel zijn gebouwd met de opbrengst van dit ‘toerisme’. In die tijd kon je met geld je ziel vrijkopen van een slecht leven na je dood. Zo’n aflaat kostte honderd stenen voor de bouw van de kerk. ‘Diejen tooren, diej reikt bijna tot aan aan d’n hemel’, riepen de boeren op de markt. De verering van de hostie duurde volgens Poeth tot 1566. In het tumult van de Beeldenstorm, waarvan de verwoestende gevolgen nog altijd goed zichtbaar zijn in de Grote Kerk, verdween de beker met de ‘heilige hostie’. Die is nooit meer teruggevonden.

Kikkers

Het boek De Vloed vertelt dit verhaal aan de hand van vijftig prachtige werken van Poeth waarin de mensen zijn vervangen door kikkers. “Omdat we in een kikkerlandje leven, daar moet je verder niks achter zoeken.” Zoons Maarten en Thjeu hebben met tekst en adviezen meegewerkt aan het project van hun vader.

‘Ties Poeth heeft het gesprek voorbereid alsof er een vuistdikke biografie in de maak is. Schetsen, tekeningen, boeken, overal stapels en een lichtbak om de papierknipkunst optimaal tot zijn recht te laten komen.’

“Als er een boek over het turfschip komt, is het meeste werk al klaar, die prenten zijn er al”, zegt Poeth. Maar voordat het zover is, wil hij zijn werklust richten op twee andere projecten: een boek over het Missiemuseum in Steyl met zijn wilde (opgezette) dieren van over de hele wereld en een boek over de wedstrijd tussen de schildpad en de haas. Watte? “Ja, voor bezigheidstherapie op een kinderdagverblijf heb ik eens een schildpad gemaakt. Dat is blijven hangen.”

Mirakel, missie, is Poeth een gelovig man? “Ik ben katholiek opgevoed, maar niet op een manier dat ik er buikpijn van krijg. Nee, het Mirakel is een prachtig verhaal en zo’n Missiemuseum, tsja daar heb ik toch wel wat mee.”

Ties Poeth, De Vloed. Het land van de kikkers en de kracht van water. Venlo: Shinz 2020, 48 pp. ISBN 978-94-91032-53-0, hb., € 24,95.

https://shinz.nl

www.tiespoeth.com

© Brabant Cultureel 2020