Nieuwe novelle van A.F.Th. van der Heijden over oorlogsmoord in Geldrop

Een van de manuscripten die A.F.Th. van der Heijden zo goed als klaar op de plank heeft liggen, heet ‘De IJzeren Man’ en is gebaseerd is op een oorlogsgeschiedenis in Geldrop. De nu verschenen novelle ‘Ik zou van de hoge, ik zou in het diepe’ is een prelude op die grote roman. Wie het boekje koopt, wordt daarmee donateur van het naar de auteur genoemde literaire centrum dat in Eindhoven in oprichting is.

door Peter van Vlerken

Het ware verhaal van de oorlogsmoord in Geldrop op 1 februari 1942 is op zich al zo dramatisch dat het een boek waard is. Lees maar: Riek, een van de zestien kinderen van het gezin Derks, woonachtig op ’t Hout in Geldrop, heeft een verhouding met een Feldwebel. Bij Derks vinden ze dat natuurlijk maar niks, ze hebben een pesthekel aan de moffen. Als broer Gerard op een winteravond straalbezopen thuiskomt uit de kroeg wil hij weten waar ‘ons Riek’ uithangt. Hij treft de geliefden aan bij de ondergelopen zandafgraving De IJzeren Man en snijdt de Duitse soldaat met een uit de keukenla meegenomen broodmes de strot door. Zijn hoofd zat nog maar met een ‘klein stukske’ vast en de pasgevallen sneeuw kleurde bloedrood, zo zal Christ, een andere broer, het vele jaren later navertellen in het Eindhovens Dagblad.

Standrechtelijk

Daarmee is het verhaal niet af. Riek vertelt de Duitsers wie haar beminde Feldwebel heeft vermoord. ’s Anderendaags worden niet alleen Gerard, maar alle nog thuiswonende mannelijke leden van de familie Derks opgepakt. Dat zijn Henk, Theo en Christ. Hun vader wordt vrijgelaten, maar de Duitsers willen niet geloven dat Gerard de enige dader is en dreigen alle vier de broers standrechtelijk te executeren. Om Theo en Christ te sparen, offert Henk zich op. Hoewel hij onschuldig is, bekent hij een aandeel te hebben gehad in de moord. Op 8 februari 1942, zeven dagen na de moord, worden hij en Gerard op vliegveld Welschap gefusilleerd. De doodstraf van Theo en Christ wordt een paar dagen later omgezet in tien jaar tuchthuis.

Christ Derks met een foto van zijn gefusilleerde broers Gerard (links) en Henk.
Foto > Ad Hermens, 2007

Via de gevangenissen in Amsterdam en Scheveningen komen zij terecht in een werkkamp in Siegburg. Naarmate de geallieerden verder oprukken, worden ze verder Duitsland in getransporteerd. Na de bevrijding keren ze sterk vermagerd terug in Geldrop. De nog minderjarige Riek is meteen na de moord overgebracht naar een kindertehuis in Duitsland en blijft de rest van haar leven in Duitsland wonen. Haar nog levende broers zullen haar het verraad nooit vergeven. Zij laat zich dan ook niet meer zien in Geldrop.

A.F.Th. van der Heijden zou de romanschrijver niet zijn die hij is als hij niet zijn geheel eigen draai aan deze gebeurtenissen heeft gegeven. Hoe dat precies zal uitpakken in het boek De IJzeren Man dat hij op basis van de Geldropse oorlogsmoord heeft geschreven, is afwachten. Daar wordt nog aan gesleuteld. Wel is er nu al de novelle Ik zou van de hoge, ik zou in het diepe waarin hij preludeert op zijn nog te verschijnen roman die onderdeel zal zijn van de steeds omvangrijker wordende cyclus De tandeloze tijd.

Dobber

Het geeft geen pas om hier veel prijs te geven over de inhoud van de novelle en daarmee van de roman. Voor de hand ligt dat het boekje is geschreven vanuit het perspectief van Albert Egberts, de ik-figuur uit De tandeloze tijd. Als vanouds zijn verbreding, mythologisering en tijdsprongen de middelen waarvan Van der Heijden zich bedient. En van metaforen uiteraard. Met het oog op de visvijver die afgraving De IJzeren Man geworden is, lijkt zijn pen wel ‘een dobber die concentrische cirkels naar de boorden van de aarde zendt’.

A.F.Th. van der Heijden als twintiger. Deze foto staat op de cover van Door de spiegel van A.F.Th. van der Heijden, een literaire wandeling in de verbeelding en werkelijkheid van zijn Geldropse jeugd.

Albert blijkt een Duits zomervriendje te hebben met wie hij een groot raadsel op te lossen heeft. Daarvan wordt al een flink deel onthuld in de novelle: ‘Da ist es passiert’. Ook mag worden gezegd dat de in Geldrop geboren auteur weer een sterk staaltje laat zien van zijn fenomenale geheugen, zoals bij de beschrijving van zwembad De Smelen, waarvan de hoge duikplank uitkijkt op De IJzeren Man. De hemelsblauwe trapleuning naar de duikplank, de scheidsrechtersstoel van de badmeester, de grassprieten van de ligweide die drijven in het voetenbadje… Als kind ging ik ook weleens zwemmen in De Smelen en ik herinner me weer hoe het er was nu ik het lees bij Van der Heijden.

De oplage van het de novelle is zevenhonderdvijftig exemplaren. De prijs van het boekje is niet mals: vijftig euro. Maar met de aankoop behoort u dan ook meteen tot de selecte groep van donateurs van het Van der Heijdenhuis, het literaire centrum dat in Eindhoven in oprichting is. U krijgt daarvoor vier nieuwsbrieven per jaar en wordt uitgenodigd voor lezingen, symposia en boekpresentaties.

A.F.Th van der Heijden, Ik zou van de hoge, ik zou in het diepe. Speciale uitgave van Querido voor het Van der Heijden-huis in Eindhoven, 2020, € 50,00.

Te bestellen via de website www.vanderheijdenhuis.nl

Afbeelding boven dit artikel > De hoge duikplank van Zwembad De Smelen op een ingekleurde ansichtkaart.

© Brabant Cultureel 2020