Visserij was ooit een bloeiende bedrijfstak in Noord-Brabant

De afgelopen jaren woedde er een heuse visserijoorlog in Brabant. In Brabant? Jazeker, want al wordt onze provincie toch vooral vereenzelvigd met zandgronden en klei, er wordt in de grote rivieren ook volop gevist. Vooral door sportvissers en een beperkt aantal beroepsvissers. Die waren elkaar in de haren gevlogen omdat beide partijen elkaar ervan beschuldigden de rivieren leeg te vissen.

Plaatsen als Bergen op Zoom, Moerdijk, Geertruidenberg, Woudrichem en Lith hebben een eeuwenlange geschiedenis als vissersplaats. Weliswaar niet zo opzichtig als Urk of Volendam, maar het was toch een bedrijfstak die van belang was voor de lokale economie, tot ver in de twintigste eeuw. De hoogtijdagen van de Brabantse visserij liggen nu achter ons. Er wordt hier en daar alleen nog op kleine schaal beroepsmatig gevist, zoals in de Biesbosch.

‘Maar sedert de paling van het Hollands Diep het etiket “ongeschikt voor menselijke consumptie” opgeplakt heeft gekregen, is er van deze actviteiten niet zo heel veel meer over’, aldus historicus Piet Martens (1946) in het boek Visserij in Noord-Brabant. Hij beschrijft daarin gedetailleerd hoe de riviervisserij zich in die plaatsen vanaf de middeleeuwen ontwikkelde, welke technieken werden gebruikt en wat voor soort vis er werd gevangen. Er zijn vijf Brabantse vissoorten die op grote schaal hun weg vonden naar de consument: ansjovis, elft, paling, spiering en zalm.

Erfgoed

In Bergen op Zoom werd de weervisserij beoefend. Dat is een techniek waarbij in het water fuiken van houten staken – visweren genaamd – werden geplaatst waar de vissen inzwommen. Voor de visser was het daarna alleen nog een kwestie om de vangst aan boord te halen. Maar dat is grotendeels geschiedenis. Om te voorkomen dat een belangrijk erfgoed zou verdwijnen is in 1997 de Stichting Behoud Weervisserij opgericht, en volgens Martens met succes. De Bergse weervisserij is nu zelfs een toeristische attractie.

Bootvissers halen hun netten binnen ter hoogte van Willemstad, 1987. Vanwege de ernstige bodemvervuiling wordt er momenteel geen paling meer gevangen in het Hollands Dieps. Foto uit het besproken boek.

Ook op ander vlak heeft Martens opbeurend nieuws. Sedert het midden van de vorige eeuw is de kwaliteit van het oppervlaktewater sterk verbeterd en dat is goed voor de visstand. Zelfs zalm en steur zouden er weer kunnen leven, maar of dat in de grote aantallen van weleer zal zijn is volgens Martens hoogst twijfelachtig.

In andere vissersplaatsen gingen vissers met boten de rivier op om met hun netten vis te vangen. Dat was net als het werk van hun collega’s in de zeevisserij ‘hard labeur’. Want zij moesten eveneens in het zweets des aanschijns hun boterham verdienen. Van zeevissers is bekend dat ze lange tijd van huis zijn, ook riviervissers voeren wekenlang op het Hollands Diep en kwamen dan niet aan wal. En het kon op het Hollands Diep, voor de bouw van de Haringvlietdam, soms best spoken. Helemaal zonder gevaar was het niet.

Paling

In zijn boek schenkt Martens ook aandacht aan visserij op het binnenwater in Noord-Brabant, zoals in riviertjes als de Dommel, de Donge en de Mark. Zelfs in elke boerensloot zat wel paling – vroeger. Maar deze visserij was vooral een bijverdienste voor onder meer boeren en arbeiders. Over deze vorm van visserij is echter niet zoveel bekend, schrijft Martens, en dat verdient nader onderzoek. Gelukkig zijn er de geschriften van de roemruchte dominee Stephanus Hanewinckel die twee eeuwen geleden in zijn reisverslag over Brabant ook de visserij vrij uitvoerig beschrijft.

Piet Martens heeft voor Visserij in Noord-Brabant geput uit zijn eigen archief en uit bestaande, maar vaak moeilijk vindbare literatuur. Hij heeft dus geen onderzoek in de archieven gedaan. Maar zijn verdienste schuilt erin dat hij de geschiedenis van de riviervisserij op een overzichtelijke wijze beschrijft en zo toegankelijk maakt voor een groter publiek. Zonder dat hij zich bezondigt aan visserslatijn! (en)


Piet Martens; Visserij in Noord-Brabant. Hilversum: Verloren / Tilburg: Zuidelijk Historisch Contact 2020, 224 pp. ISBN 9789087047832, pb., € 25,00.

https://uitgeverij-zhc.nl

http://www.visserijmuseumwoudrichem.nl