Geslaagde Muttersuche in nieuwe roman van Bredase auteur Motell Rijnen

‘Waar gebeurd, is geen excuus’, liet Gerard Reve gevraagd en ongevraagd regelmatig weten en hij bedoelde daarmee dat weergave van de werkelijkheid geen garantie biedt voor goede literatuur. Maar een aan de realiteit ontleend thema blijkt toch vaak de basis voor een goed boek. Zeker in het geval van de nieuwe roman ‘De laatste Goldstern’ van Bredanaar Motell Rijnen.

door Camiel Hamans

Rijnens moeder wist als Litouwse Jodin de Tweede Wereldoorlog te overleven, ondanks het feit dat zij in KZ-Lager Stutthof, vlakbij Gdansk, gevangen gezeten heeft. Met de naoorlogse Midden-Europese volksverhuizingen is ze in Duitsland terecht gekomen, waar haar broer – die als Pool diende in het leger van generaal Maczek, de bevrijder van Breda – haar wist te vinden. Die broer haalde haar naar Nederland en in 1947 trouwde zij met de Bredanaar Jan Rijnen, Motells vader. In 1957 stierf zij in het kraambed.

Motell Rijnen gefotografeerd door Ineke Beemster.

Motell Rijnen (1948), die zich na zijn pensionering hartstochtelijk op een tweede carrière als schrijver heeft gestort, probeerde al jaren de geschiedenis van zijn moeder op schrift te krijgen. Haar Jiddisch oorlogsdagboekje dat hij met hulp van anderen wist te ontcijferen en te vertalen bood echter niet voldoende aanknopingspunten. Dus besloot hij het relaas in romanvorm te gieten. Dat is wonderwel gelukt.

Toevalligheden

Vanzelfsprekend is er kritiek mogelijk. Zo zitten er teveel gelukkige toevalligheden in het verhaal. Een vriendelijke mevrouw die behulpzaam wil zijn bij de transliteratie van het Hebreeuwse schrift waarin het Jiddisch geschreven wordt en bij de interpretatie van het dagboek blijkt toevallig een onbekende oude vriendin van de moeder te zijn. De uit Breda geëmigreerde broer blijkt net op tijd last van een slecht geweten gekregen te hebben en ergens nog een oud adres van bekenden van de familie te hebben, aan wie hij een brief kan sturen, die dan ook weer precies op het goede moment de hoofdpersoon bereikt. En tenslotte blijkt de ambtenaar van de burgerlijke stand in de Pools-Litouwse grensplaats Suwalki ook weer geheel toevallig de broer te zijn van de gesneuvelde maat van de oom van de schrijver.

Haar Jiddisch oorlogsdagboekje dat hij met hulp van anderen wist te ontcijferen en te vertalen bood echter niet voldoende aanknopingspunten. Dus besloot hij het relaas in romanvorm te gieten.

Natuurlijk, de werkelijkheid hangt altijd van meer toevalligheden aan elkaar dan een goed verhaal, maar deze goede roman lijdt toch wel aan een te grote dosis onwaarschijnlijkheden. Tel daarbij op de soms wat storend barokke stijl en te sentimentele verhaaltrant en het mag duidelijk zijn dat hier niet het perfecte meesterwerk besproken wordt.

Bovendien blijft de vaderfiguur in dit boek jammer genoeg een schim. Hij is al overleden als de zoon het dagboek in handen krijgt waarvan hij het bestaan niet kende. Maar naast de goed beschreven Muttersuche die het wezen van deze roman uitmaakt, verwacht de lezer toch ook wat meer te lezen over hoe vader en moeder met elkaar omgingen, hoe zij samen het oorlogsverleden probeerden te verwerken en hoe de een de ander waarschijnlijk tot steun was.

Pregnant

Hoeveel kritiek er ook geleverd kan worden op Rijnens De laatste Goldstern, toch is dit boek de moeite van het lezen meer dan waard. De geschiedenis van het verdwenen Jodendom in de Baltische staten en Polen wordt er zo in verbeeld dat die gaat leven voor een Westerse lezer. Vragen van goed en fout komen er zo pregnant in aan bod dat niemand die kwestie meer uit de weg kan gaan. Overlevingsdrang is zo’n essentieel aspect van het verhaal van broer en zus dat het duidelijk wordt waarom slachtoffers soms zelf bereid zijn slachtoffers te maken.

Vragen van goed en fout komen er zo pregnant in aan bod dat niemand die kwestie meer uit de weg kan gaan.

Motell Rijnen zegt in zijn nawoord dat zijn roman een monument is voor zijn moeder, voor zijn door de nazi’s vermoorde Litouwse grootouders, die hij vanzelfsprekend nooit gekend heeft, en voor alle slachtoffers van het fascisme. Dat is het boek natuurlijk ook, maar het is meer. Het is een eerbetoon aan ieder die worstelt met het verleden van de Tweede Wereldoorlog. Ook al behoort die zelf, zoals Motell Rijnen, tot de tweede generatie en ook al heeft die ogenschijnlijk geen enkele last van die erfenis.

Wie maar niet kan begrijpen waarom de mensheid zonder veel rumoer zoveel medemensen heeft laten afslachten en vervolgens na die oorlog net deed of het gewone leven weer opgenomen kon worden, vindt in De laatste Goldstern troostende herkenning.

Motell Rijnen, De laatste Goldstern. Veere: Uitgeverij Boekenindustrie, 2020, 271 pp., ISBN: 9789492046550, pb., € 17,95.

www.motellrijnen.nl

Boekbespreking op Brabant Cultureel:
Ierse sage in Breda [2014]

© Brabant Cultureel 2020