Nieuw boek Cor Swanenberg over dialect: Brabantse humor is vooral zelfspot

Brabantse humor in verhalen, gedichten en liedjes in de streektaal is de titel van het nieuwe boek van Cor Swanenberg (Rosmalen 1942). Schrijver, verteller en zanger te Berlicum. Maar vooral iemand die het Brabants dialect kent als zijn broekzak en voor wie streektaal zijn levensadem is. Tientallen boeken heeft hij op zijn naam staan die in het dialect zijn geschreven, of erover gaan. En hij maakte langspeelplaten, cd’s, Brabantse Spreukenkalenders, werkte mee aan radioprogramma’s en, niet in de laatste plaats, is hij als redacteur de stuwende kracht achter het kwartaalblad Brabants. Winnaar van tal van prijzen ook, afgelopen juni nog viel hem de Zachte G-prijs ten deel.

Zondag 13 september 2020 werd zijn nieuwste boek ten doop gehouden in cultuurcentrum Perron 3 in Rosmalen. Noodgedwongen een ingetogen gebeurtenis met een beperkt publiek vanwege het coronavirus. Een hele trits zangers en vertellers schetsten met hun optredens een breed palet van het Brabants dialect. Dat varieerde van nostalgische vertelsels van Riny Boeijen uit Berghem in het Bèrgs tot een poppenkastact van Frans van der Meer met Ferry van de Zaande in onvervalst plat Tilburgs. En van liedjes van de oude meester Cor Swanenberg tot die van de relatief jonge zanger en liedjesschrijver Hein Augustijn (1973) die een eigen genre heeft ontwikkeld: ‘BraboMundo’. Wat hij zelf omschrijft als ‘een eigenzinnige en aanstekelijke mix van o.a. folk, pop, latin en reggae. Gewoon in het Brabants.’ En als afsluiting de vertoning van een fraaie nieuwe natuurfilm van boswachter Mark Kapteijns met grappige scènes uit de Brabantse dierenwereld. 

Cor Swanenberg zingt een van zijn liedjes tijdens de presentatie van zijn boek over Brabantse humor. Foto > Emmanuel Naaijkens

In Brabantse humor geeft Swanenberg een overzicht van auteurs, liedjesschrijvers en tekenaars die vanaf het begin van de twintigste eeuw in hun streektaal de lezers en luisteraars aan het lachen hebben gemaakt. Uitgezonderd cabaretiers, want die verdienen volgens hem een studie als groep op zichzelf. Het resultaat van zijn zoektocht is een indrukwekkende lijst met vele tientallen bekende en minder bekend Brabanders, waarvan sommigen Brabantbreed naam hebben gemaakt, maar velen vooral in hun eigen omgeving een trouwe schare fans hebben opgebouwd.

Levensaard

Swanenberg geeft in zijn boek ook een verantwoording van wat hij verstaat onder Brabantse humor, en citeert uitvoerig Jan Naaijkens (Hilvarenbeek 1919 – 2019) die als een van de weinigen gepoogd heeft daar handen aan voeten te geven. Maar dan nog moet Swanenberg toegeven, ‘Brabantse humor is en blijft een vluchtig en subjectief begrip’. Maar feit is voor hem dat Brabanders doorgaans gevoel voor humor hebben. ‘Humor hoort denkelijk bij de levensaard van de centrale, zuidelijke provincie. Voor ons bulkt de Brabantse humor vooral van gemoedelijke zelfspot en relativering’. Swanenberg verklaart dat uit de geschiedenis van Noord-Brabant, dat na de Tachtigjarige Oorlog eeuwenlang vanuit Den Haag werd bestuurd. Het volk kon alleen door relativering en humor overleven, door vooral kerk en overheid op de hak te nemen.

Kritisch is Swanenberg over Omroep Brabant. In de jaren zeventig en tachtig had de omroep veel oog voor de Brabantse volkstaal, wat bijdroeg aan een herwaardering van het dialect. Maar allengs werd de omroep een slap aftreksel van Hilversum en vandaag de dag is de aandacht voor het Brabants dialect volgens Swanenberg ‘bedroevend’.

Brabantse humor is een uitgave van Stichting Brabants, in samenwerking met de Stichting De Brabantse Hoeders en met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant. De illustraties zijn van de hand van Swanenbergs echtgenote Nelleke de Laat. (en)

Foto boven > beeld YouTube/Omroep Brabant

Cor Swanenberg, Brabantse Humor in verhalen, gedichten en liedjes in de streektaal. Berlicum, Stichting Brabants 2020, 288 pp., ISBN 978-90-70545-59-8, pb., € 14,95.

www.corswanenberg.nl