Voor bas-bariton Frederik Bergman staat opera zingen gelijk aan topsport

“Hier heb ik vanaf mijn elfde aan gewerkt. Nu ben ik trots op wat ik doe en wil ik als zanger laten horen wat ik kan. En dan komt die corona er tussen.” Frederik Bergman (1990) wil niets liever dan zich op het grote podium presenteren als bas-bariton in het klassieke repertoire. Hij zou afgelopen juni een mooie rol hebben in de opera Rusalka en deze maand onder Jaap van Zweden in Hong Kong optreden in Fidelio van Beethoven. Unieke kansen. Maar helaas.

door Arnold Verplancke

Niet dat hij mag klagen eigenlijk. Hij is verbonden aan de Opera Studio, een tweejarig leerproject van De Nationale Opera in Amsterdam. En hij staat in oktober in de nieuwe Nederlandse opera Ritratto, als enige Nederlandse zanger in een verder internationale cast. Niet slecht voor een jongen uit Berkel-Enschot die zich nog steeds Tilburger voelt.

Frederik Bergman (voorste rij, met handen over elkaar) in Ritratto. Foto > Ruth Walz

We spreken voor Brabant Cultureel af in het mooie ouderwetse Café Schiller in Amsterdam, niet ver van de operastudio waar hij die middag heeft gerepeteerd. Zijn stem is los gezongen en klinkt nog luid en duidelijk, zodat menig tafeltje zijn verhaal kan mee beluisteren.

Aanslag

Onderschat het leven in dienst van de Opera Studio niet. Het vormt een zware aanslag op de privésituatie. Je bent zes dagen per week beschikbaar en hoort pas een dag van tevoren het schema voor de volgende dag. En als een dirigent of regisseur alleen op zondagochtend kan, dan gaat de zondag er ook aan.

Ik zou het liefst ook een wijntje drinken, maar ik zit dan aan een Spa rood.

Bergman: “Ik heb mijn familie en vrienden ook zo geïnstrueerd. De komende twee jaar is het wat het is. Als ik volgend weekend een afspraak heb met vrienden en er komt plotseling maandag iets belangrijks, dan zeg ik het hele weekend af. Dan moet ik rusten en me voorbereiden, mijn stem ontzien.” Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. “De mensen begrijpen niet dat het mijn werk is. Dat ik er meer dan 24/7 mee bezig ben, dag in dag uit. Ik zou het liefst ook een wijntje drinken, maar ik zit dan aan een Spa rood. ”

Topsporter

“Een zanger kan maximaal drie serieuze operaproducties per jaar doen. Je moet ze allemaal instuderen en voorbereiden. Als je dat snel doet, ben je minimaal een maand kwijt, vervolgens een maand aan het repeteren, daarna een maand die voorstelling spelen. Dus voor één productie heb je minstens drie maanden nodig. Tussendoor moet je nog auditeren, concerten geven, reizen en herstellen. Vergelijk het met een topsporter, die kan ook niet vier keer per jaar presteren op de Olympische Spelen. Mensen snappen dat sporters lang naar een piekmoment toewerken. Maar opera lijkt voor sommigen een hoog hobbygehalte te hebben.”

Frederik Bergman (boven) in Pelleas et Melisande. Foto > BAUS

“Gemiddeld moet je ervan uitgaan dat je maar vijftig á zestig avonden per jaar op dat niveau kunt zingen. Dat is ook de reden dat een klassieke operazanger relatief veel vraagt voor een avond. In deze fase, als training, zingen we natuurlijk veel meer dan we ooit zullen doen, om conditie op te bouwen.”

“Musical spelen is ook topsport, maar dan meer vanwege de frequentie. Je staat daar soms acht keer per week op de planken. Maar vocaal is het minder belastend. Musicalzangers zingen versterkt, hebben een heel ander stemgebruik. Wij moeten onversterkt over een heel groot symfonisch orkest heen een grote zaal bereiken. Dat ligt technisch volstrekt anders. Vergelijk het met een marathon en een sprint. Zij doen de marathon en lopen langer. Wij de sprint en rennen harder. Al kan een opera van vierenhalf uur ook lang zijn, maar die speel je maar twee keer per week.”

Oude stempel

Hoe is het allemaal begonnen? Hij zit als jongen nog op de basisschool in Berkel-Enschot als hij met Gerard Korthout optrekt – nu bekend van Theater De Boemel in Tilburg – die daar een straattheaterfestival organiseert. Zijn jongenssopraantje valt mensen op. Via Korthout komt hij in contact met een oude zangleraar die hem vanaf zijn elfde les gaat geven. “Echt van de oude stempel, klassiek en belcanto. Nu, achteraf waardeer ik het heel erg.”

Frederik Bergman. Foto > Sebastian Galtier

In Tilburg kiest hij voor het Willem II College, de musische afdeling, en leert hij andere muzikale smaken kennen. Voor een puber lijken musicals leuker. “Klassiek klinkt dan een beetje saai en heeft een hoge drempel.” Hij gaat daarnaast naar de MusicAllFactory van Factorium in Tilburg. Vervolgens doet hij auditie voor de vooropleiding van het conservatorium en na een jaar weer voor de vakopleiding.

Van 2008 tot 2012 studeert hij op het conservatorium muziektheater, specifiek een opleiding voor musicals. Hoewel er dan al docenten zeggen: ga toch opera doen, neem eens een aria mee. Hij volgt echter het eenmaal ingeslagen pad en speelt na zijn studie ook mee in twee musicals: Shrek en Grand Hotel. “Maar toen dacht ik: dit is het helemaal niet. Ik ben veel te weinig bezig met wat ik wil en kan: zingen! Je moet natuurlijk ook dansen. Het gaat veel te veel om de buitenkant, het plaatje, en te weinig om de muziek.”

Competitie

“Wat kan ik dan wel, dacht ik? Klassiek zingen, opera, een grote stem. Maar dan moet je wel heel goed geschoold zijn, om de internationale competitie aan te kunnen met mensen die al vanaf het begin klassiek bezig zijn.” Hij herinnert zich dan een masterclass van operazanger Harry Peeters (1960) uit Maastricht, ook een bas-bariton, en diens uitspraak: Als je ooit van gedachten verandert, bel me op, dan ga ik je helpen. Bergman doet dat en krijgt vier jaar lang privéles en begeleiding van hem, aanvankelijk in Nederland, later in Frankrijk en zelfs op Madeira. Elke twee maanden een dag of tien.

Als je ooit van gedachten verandert, bel me op, dan ga ik je helpen.

Zijn mentor bereidt hem in alle opzichten voor op de nieuwe internationale carrière. Ook zijn eigen naam moet er aan geloven. Zijn leeftijdgenoten in Berkel-Enschot en Tilburg kennen hem als Freek Heuvelmans, maar met zo’n onuitspreekbare naam win je de oorlog niet. De voornaam klinkt in het Engels al gauw als ‘freak’ en de harde H laat zich niet uitspreken, laat staan die rare Nederlandse ‘eu’-klank. Nee de heuvel wordt geüpgrade tot berg: Frederik Bergman is voortaan zijn ‘stagename’ voor iedereen.

“Op het conservatorium leer je gewoon goed zingen. Niet wat er voor een carrière nog meer nodig is. Je hebt er minder ervaringsdeskundigen. Harry zong zelf nog, had een internationale carrière. Kon me mee op sleeptouw nemen naar repetities, kennis laten maken met regisseurs en dirigenten. Kon me waarschuwen voor van alles. Op een conservatorium heeft een docent dertig tot veertig leerlingen in de week, hij had twee studenten.”

Talenten

In 2017 is het tijd voor een vervolgstap en auditeert Frederik Bergman bij de Opera Studio in Amsterdam, een nieuw project van De Nationale Opera (DNO) voor jonge talenten. Voor die eerste lichting valt hij buiten de boot. Hij is er nog niet helemaal klaar voor, legt Rosemary Joshua, artistiek leider van de interne opleiding, hem uit. Zij, zelf een sopraan uit Wales, neemt het stokje van Harry Peeters over en gaat de jonge Brabantse zanger verder coachen. Daarna slaagt zijn volgende auditie wel en krijgt hij als enig Nederlands zangtalent voor 20019-2020 een plek in de Opera Studio. Die telt deze periode zeven zangers en twee pianisten die tegelijk als repetitor worden opgeleid naar het werkveld.

Op het conservatorium leer je gewoon goed zingen.
Niet wat er voor een carrière nog meer nodig is.

Die eerste auditie blijft overigens niet zonder resultaat want hij krijgt in maart 2018 al een rol in een eigentijdse productie van DNO. Hij zingt Abraham in Clemency, in 2011 geschreven door James MacMillan en hij krijgt mooie recensies. De Opera Studio en DNO werken als een springplank.

Bergman: “De Nationale Opera staat internationaal in hoog aanzien, is een gewaardeerd en gerespecteerd operahuis, behoort bij de top tien van de wereld, vergelijkbaar met New York, Londen en Berlijn. Als op je cv staat dat je hier de studio hebt gedaan, is de kans groter dat je internationaal überhaupt wordt uitgenodigd voor een auditie. Ze luisteren misschien naar honderd mensen, als zich duizend hebben aangemeld voor een rol.”

Wachten

Van zijn oude mentor Harry Peeters heeft hij ook als tactiek geleerd: “Wachten, wachten, studeren, studeren, eerst goed worden en niet te vroeg naar buiten treden. Pas auditeren als je echt kans maakt.” Bij zijn eerste auditie in Amsterdam kijken ze stomverbaasd op, dat ze nog nooit van hem hebben gehoord.

Pas auditeren als je echt kans maakt.

Na Clemency vraagt DNO hem voor een echt grote zaalproductie medio 2018: Les contes d’Hoffmann van Offenbach. Hij zingt een kleinere rol van Hermann, maar werkt er onder een beroemde regisseur Carlo Rizzi samen met grote operasterren. Een jaar later in het Holland Festival en begeleid door het Concertgebouworkest krijgt hij een kleine rol in Pelléas et Mélisande van Debussy. “Ook een toffe voorstelling.” En onmiddellijk na zijn aantreden in de Opera Studio toert hij afgelopen winter nog mee met Opera Zuid, als priester in Die Zauberflöte.

Frederik Bergman (rechts staand) in Les Contes d’Hoffmann. Foto > BAUS

Ritratto

Begin dit jaar staat Ritratto op het programma. Een splinternieuwe opera van Willem Jeths (1959) met een bezetting die vrijwel geheel afkomstig is uit de Opera Studio. De wereldpremière stond gepland op vrijdag 13 maart 2020, maar een dag daarvoor viel de bijl. De lockdown. Het kabinet besloot alle theatervoorstellingen te verbieden. Daar heb je dan al die maanden onder regie van Marcel Sijm zo hard aan gewerkt…

Bergman: “Ongeveer vijf weken repeteren met de hele groep en dan nog een week op het toneel monteren. Vóór die tijd heb je zelf al de hele rol ingestudeerd. Op de eerste dag van de repetitie moet je alles kennen. Het is geen optie dat je één nootje niet uit je hoofd kent. Dat betekent ontslag.”

Frederik Bergman (midden, met opgeheven onderarmen) in Ritratto. Foto > Ruth Walz

Net op het laatste moment, donderdag 12 maart, staan ze op het toneel voor de generale repetitie, in de fantasierijke kostuums van Jan Taminiau. Gelukkig heeft DNO alle middelen om er een goede opname van te maken en die is later als stream uitgezonden via de eigen website. Zo beleefde Ritratto eigenlijk zijn wereldpremière online via het internet. Bij de vijf geplande voorstellingen in de schouwburg hadden er in totaal maximaal vierduizend mensen Ritratto kunnen zien. Nu keken wereldwijd 75.600 enthousiaste operaliefhebbers. Gratis, helaas voor DNO.

Bedelstaf

Na de generale ging het theater op slot en kregen ze te horen: ga maar naar huis, we zien wel. Veel theatermakers en musici raken in de coronatijd aan de bedelstaf doordat alle freelance inkomsten wegvallen. Frederik Bergman heeft geluk. Zijn tijdelijk contract bij de Opera Studio draait door en hij behoudt zijn salaris.

Het is nooit klaar. Het kan altijd beter, of anders, of nieuw werk instuderen.

In de twee weken dat de studio stil lag, liep hij zelf ook nog corona op, maar daar rolde hij gelukkig goed doorheen. Daarna kwam de studie weer op gang, onder meer via Zoom. Taalcoaching gaat prima via internet en zelfs zangles van Rosemary blijkt online de moeite waard.

Zangles? Moet een afgestudeerde zanger op dat niveau nog echt zangles? “Vergelijk het met een sporter. Als je als hardloper een bepaald record hebt neergezet of een gouden medaille hebt behaald, denk je ook niet: nu ben ik klaar. Dan probeer je het eigen record te verbeteren. Het is nooit klaar. Het kan altijd beter, of anders, of nieuw werk instuderen.”

Ventilatie

Vanaf mei konden ze weer met pianisten aan de gang om echt aan het repertoire te werken. The Rape of Lucretia van Benjamin Britten is ingestudeerd en opgenomen, met zeven zangers, een dirigent en twee pianisten, maar niet geënsceneerd. Die film ligt op de plank om ooit uit te zenden. Onderlinge afstand en ventilatie zijn geen probleem geweest in het Muziektheater. Onder elke stoel zit individuele ventilatie. De zangers stonden in de zaal en de pianisten en dirigent op het podium.

Frederik Bergman (uiterst rechts) in Les contes d’Hoffmann. Foto > BAUS

De grote productie in het Holland Festival dit jaar, Rosalka van Dvorak, is afgelopen juni natuurlijk ook niet doorgegaan. “Daar zou ik echt een heel mooie rol hebben, de jachtopziener, waarin ik me goed kon laten horen. Hoofdpodium. Dat vond ik heel jammer. Ik had er vanaf januari al op gestudeerd, ook omdat het in het Tsjechisch moet. Ik had willen laten zien en horen waar ik vanaf mijn elfde naartoe heb gewerkt. Maar ook Rosalka werd geannuleerd.”

Komende maand, half september, beginnen de repetities opnieuw voor Ritratto, dat in oktober 2020 aanstaande alsnog zijn echte première in de zaal beleeft. Er staan zes uitvoeringen gepland, natuurlijk voor een veel beperkter publiek dan normaal in de grote zaal. Alle kaartjes zijn al uitverkocht.

Ik had willen laten zien en horen waar ik vanaf mijn elfde naartoe heb gewerkt.

Of de mise-en-scène wordt aangepast aan een coronaprotocol, weet Bergman nog niet. “De stelregel is nu dat je tweeënhalve meter afstand houdt als je niet direct in elkaars richting zingt. Maar de richtlijnen zijn niet duidelijk. We staan straks met een man of twintig op het toneel en rollen soms over elkaar heen. De regie is verre van coronaproof. Die gaan we niet gewoon zo uitvoeren, dat is veel te onveilig. Er zijn twee opties, lijkt mij. Ofwel ze gaan ons voortdurend testen, net als bij ballet, zodat je weet dat de hele cast veilig is. Ofwel ze passen de regie aan. Misschien weten ze het zelf nog niet.”

Hiërarchisch

Bij de voorbereiding van een opera zijn veel disciplines betrokken. Denk alleen maar aan de dirigent en de regisseur die heel verschillende opvattingen kunnen hebben. Bergman stelt zich echt op als uitvoerder. “Ik voer altijd de laatste opdracht uit. Zegt de dirigent dit, dan doe ik dit, zegt de regisseur daarna dat, dan doe ik dat. Al die haantjes die elkaar proberen te overtreffen…. Ik heb wel een mening, maar die doet er niet toe. Als ik dat wel zou willen, moet ik regisseur worden. Opera is een ontzettend hiërarchisch gebeuren, bijna militair. Dat moet ook wel om snel met een grote groep mensen beslissingen te kunnen nemen. Maar wel vaak met twee kapiteins op één schip.”

Frederik Bergman in Pelleas et Melisande. Foto > BAUS

Bij de voorbereidingen voor Ritratto ligt het nog anders, omdat de Nederlandse componist Willem Jeths bij vrijwel elke repetitie zelf aanschuift. Dat kun je van Mozart of Händel niet verwachten. Met de componist komt er nog een hiërarchische laag bij. Maar zonder probleem, want de componist geeft echt de doorslaggevende stem, al is die van Jeths nog zo vriendelijk en aardig.

Toekomst

Als het doorgaat, zingt Bergman in januari 2021 op de Zaterdagmatinee van het Concertgebouw een grotere rol in Jenufa van Janáček, ook in het Tsjechisch. Daar gaat hij vanaf oktober met een pianist aan werken. Voor het Tsjechisch krijgt hij coaching van iemand die de taal vloeiend spreekt en tegelijk alles van muziek weet.

Weer met datzelfde voorbehoud van de coronaregels verwacht hij in juni 2021 bij DNO aan te treden voor La damnation de Faust van Hector Berlioz. In het Holland Festival, samen met het Koninklijk Concertgebouworkest en in de regie van Calixto Bieito. “Daarna denk ik toch meer richting Duitsland en Oostenrijk te gaan, waar ik mij cultureel meer thuis voel en waar muziek wordt gemaakt die mij meer ligt. Italië biedt ook veel opera, maar dan zo conservatief en conventioneel zoals opera driehonderd jaar geleden ook werd gemaakt. Dat doen ze in Duitsland en hier veel beter.”

Dat doen ze in Duitsland en hier veel beter.

Hij is al met al niet veel meer in Noord-Brabant. Vroeger wel, toen hij nog de Kruikenconcerten mee organiseerde in Tilburg en daarvoor regelmatig moest vergaderen. Het blijft toch zijn thuisstad. “Als ze vragen waar ik vandaan kom, zeg ik altijd Tilburg, nooit Amsterdam. Ik heb het gevoel dat ik er nog wel eens terugkeer, maar dan moet ik eerst mijn vriendin overtuigen. Die komt uit Bergen op Zoom en dat is toch heel anders.” Hij heeft ook daar wel eens carnaval gevierd, vertelt hij. “Met van die lampenkappen en gordijnen. Echt een andere cultuur hoor.”

Meer informatie >

De Nationale Opera Studio

Ritratto en Frederik Bergman

La Damnation de Faust

Jenufa

© Brabant Cultureel 2020