Guido Gezelle en de minimal music

door JACE van de Ven

Een vraag over het gedicht Het Schrijverke van Guido Gezelle in de quiz Blokken die dagelijks op het Belgische Een is te zien, verleidde quizmaster Ben Crabbé ertoe om te spelen alsof er spontaan braakneigingen bij hem opkwamen. Kennelijk was hij tijdens zijn schooltijd tegen zijn wil en tot vervelens toe met Gezelle en gedichten als Het Schrijverke geconfronteerd. Dat maakte hij overdreven en in mijn ogen op ergerlijke wijze duidelijk.

Ik kan me een dergelijke reactie op een van de grootste dichters die er ooit in ons taalgebied heeft rondgelopen wel voorstellen. Op katholieke scholen werd hij tot in de jaren zestig – en aan Crabbé te zien in België nog later ook – onderwezen of we met een tijdgenoot van doen hadden, terwijl het ging om een negentiende-eeuwer (1830-1899) wiens klankrijke natuurgedichten een soort van geloofsbelijdenis waren.

Guido Gezelle

Voor als je een beurt kreeg wel makkelijk overigens, want als je gevraagd werd wat Gezelle met dit of dat fragment bedoelde, scoorde je vrij zeker juist als je antwoordde, dat Gezelle in het voorval dat hij beschreef God of de hand van God herkende. In Het Schrijverke bijvoorbeeld vraagt de dichter aan het waterkevertje wat het toch allemaal aan het schrijven is op het water? En het antwoordt:


Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,

Den heiligen Name van God! 


In de tijd dat jongens als Ben Crabbé, geboren in 1962, op de middelbare school zaten en punk, hardrock en house uit de speakers galmden, moest je als leraar wel erg sterk in je schoenen staan om Het Schrijverke geaccepteerd te krijgen. In die tijd stortte men zich liever op een gedicht als Dien avond en die rooze dat Gezelle schreef voor zijn leerling Eugène van Oye en op de eventueel erotische ondertoon daarvan. Over dat gedicht zijn tal van artikelen geschreven en wie wil kan er een niet geoorloofde verhouding tussen leraar en leerling in vermoeden. Ik blijf daar buiten. Wat ik wel weet, is dat het hier gaat om een van de mooiste gedichten die ooit in de Nederlandse taal geschreven zijn. Na lezing zindert het dagen in je na.

Waarom ik dit allemaal vertel? Omdat ik van een van de twaalf kinderen van Jan Naaijkens het zesdelige boekwerk Guido Gezelle Volledige Werken gekregen heb. Daar ben ik bijzonder mee ingenomen; eerstens heb ik nu een tastbare herinnering aan Jan Naaijkens en staande naast de biografie Mijnheer Gezelle van Michel van der Plas, De wonde in ‘t hert, een dichtersbiografie van Christine D’haen en nog wat minder belangrijke Gezellania zijn de zes banden parels in mijn boekenkast.

Zes dikke boeken, terwijl ik zoveel boeken weg aan het doen ben? Dat klopt, maar ondanks mensen die ongewild met Gezelle geconfronteerd, kennelijk braakneigingen van hem krijgen, hebben we het hier over een dichter die altijd op een of andere manier in zal blijven, omdat hij puur en direct is en muzikaal als geen ander. Een muzikaliteit die het feit dat hij niet in Algemeen Nederlands schrijft, maar in een eigen soort Westvlaamse variant daarvan, verre overstijgt. Wie voor Gezelle open staat, verstaat hem en dat zal altijd zo blijven.

Ergens in de jaren negentig werd ik tijdens De Nacht van de Poëzie in Utrecht geraakt door een Belgische acteur – ik meen Lucas Van Den Eijnden – die Gezelle’s ’t Er viel ne keer voordroeg. Midden tussen al die moderne poëzie spitste een groot deel van het publiek opeens de oren en liet zich meedrijven:

’t Er viel ’ne keer een bladtjen op
het water
’t Er lag ’ne keer een bladtjen op
het water
En vloeien op het bladtje dei
dat water
En vloeien dei het bladtjen op
het water
En wentelen winkelwentelen
in ’t water
Want ’t bladtje was geworden lijk
het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als
het water
Zoo lijzig en zoo leutig als
het water
Zoo rap was ’t en gezwindig als
het water
Zoo rompelend en zoo rimpelend
als water
Zoo lag ’t gevallen bladtjen op
het water
En m’ ha’ gezeid het bladtjen ende
’et water
’t En was niet ’t een een bladtje en ’t an-
der water
Maar water was het bladtje en ’t blad-
tje water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
Als ’t water liep het bladtje liep.
Als ’t water
Bleef staan, het bladtje stond daar op
het water
En rees het water ’t bladtje rees
en ’t water
En daalde niet of ’t bladtje daalde
en ’t water
En dei niet of het bladtje dei’t
in ’t water
Zoo viel der eens een bladtjen op
het water
En blauw was ’t aan den Hemel end’
in ’t water
En blauw en blank en groene blonk
het water
En ’t bladtje loech en lachen dei
het water
Maar ’t bladtje en wa’ geen bladtje neen
en ’t water
En was nie’ meer als ’t bladtjen ook
geen water
Mijn ziele was dat bladtjen: en
dat water? –
Het klinken van twee harpen wa’
dat water
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in den Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water!
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
En ’t lag ne keer een bladtjen op
het water.

Weet je wat ik vond dat het was? Minimal music. Die herhalingen, die kleine variaties, dat meditatief doorgaan in een eigen tempo, of dat nou langzaam is of snel. Ja, of dat nou langzaam is of snel, Gezelle zelf zegt Beethovens Septet voor klarinet, hoorn, fagot, viool, altviool, cello en contrabas hem geïnspireerd heeft voor dit gedicht. Voor het schrijven van deze column heb ik het muziekstuk beluisterd en soms dacht ik ’t Er viel ne keer te moeten te declameren bij een snel gedeelte, dan weer bij een langzaam. Gezelle laat zichzelf en de lezer krinkelend en winkelend voortgestuwd worden, begin maar te interpreteren, eindeloos.

Blij dat ik Guido Gezelle Volledige Werken heb. Niet om gewichtig om te doen, maar om er me zo nu en dan in te laten meevoeren als een blaadje op het water.

© Brabant Cultureel 2020

4 reacties op “Guido Gezelle en de minimal music”

  1. Jo gisekin schreef:

    Wat een prachtig artikel over mijn overgrootoom Gezelle van Jace . Welgefeliciteerd. Ik was er zeer door gesticht.
    Jo Gisekin

  2. H. Godschalx schreef:

    Erg mooi en voor mij erg leerzaam. Harriet Godschalx

  3. Leo Mesman schreef:

    Deze ode aan Guido Gezelle is mij uit het hart gegrepen. Zijn eeuwig frisse natuurgedichten zijn nog altijd maatgevend in het genre. De intense beleving van de seizoenen. Een woord als ‘flieflodderke’ voor vlinder…

  4. Susan Reijnders schreef:

    Ik vind het prachtig, deze “Minimal music”, en inderdaad “die herhalingen, die kleine variaties, dat meditatief doorgaan in een eigen tempo” is bijzonder mooi, ik heb er erg van genoten. Fijn dat je dit aangereikt hebt Jace, zeer inspirerend! Ik ga nu meer van Guido Gezelle lezen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.