Bijzondere expositie van meesterwerken uit Wenen in Het Noordbrabants Museum

De Kunstacademie in Wenen huisvest een museum met een grote kunstcollectie waarin beroemde Nederlandse en Vlaamse schilders uit vooral de zeventiende eeuw met topstukken vertegenwoordigd zijn. Een substantieel deel van deze collectie is nu te zien in Het Noordbrabants Museum. Dat is bijzonder, want afgezien van losse bruiklenen treedt dit Weense museum zelden op deze schaal naar buiten.

door Lauran Toorians

De eerste associatie die Wenen oproept is natuurlijk met muziek, maar de stad is ook rijk aan architectuur van middeleeuwen tot nu en telt een keur aan musea van allerlei snit. Drie weken Wenen met elke dag bezoek aan een ander museum kan probleemloos en biedt voldoende afwisseling om nooit vervelend te worden. Bovendien zijn er volop parken en zijn er weinig plaatsen op de wereld waar het zo goed koffiedrinken is, om maar te zwijgen van de wijnen en de schnaps.

Grandeur

Lang was Wenen de hoofdstad van een groot wereldrijk. Nu is het – met respect – in de klasse van wereldsteden een grote provinciestad, maar met nog steeds de grandeur van het keizerlijk en koninklijk (k.u.k.) hof dat iedereen kent uit de films over Sissy. Wie voor dat Wenen komt, bezoekt Schönbrunn, de Opera, maakt een keuze uit de grootste musea en eet veel te dure Sachertorte bij Hotel Sacher (dat gebak is in dezelfde kwaliteit of beter overal in Wenen verkrijgbaar, naast honderden andere zoetigheden). Leuk voor een stedentrip, maar nogal oppervlakkig. Even toeristisch is het Dritte Mann Museum of een bezoek aan het rioolstelsel waarin de film The Third Man zich gedeeltelijk afspeelt.

Christian Kollonitsch, Portret van Anton graaf Lamberg-Sprinzenstein, 1770. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Daar zit veel tussenin wat minder toeristisch en bekend is, en zeker zo aantrekkelijk. Met een van de minder bekende museumcollecties uit Wenen kunnen we deze zomer kennismaken in Het Noordbrabants Museum. In de tentoonstelling Meesterwerken uit Wenen is daar een flinke selectie te zien van klassieke Nederlandse en Vlaamse schilderkunst uit de rijke verzameling van de Weense Kunstacademie, de Akademie der bildenden Künste. Inderdaad, de academie waar een jonge Adolf Hitler werd geweigerd wegens gebrek aan talent. Namen en talenten die in positieve zin aan deze academie zijn verbonden, zijn onder meer Otto Wagner, Egon Schiele, Alfred Hrdlicka, Friedensreich Hundertwasser en Arnulf Rainer.

Melchior Hondecoeter, Het pauwenpaar, ca. 1670-1675. 
Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

De academie werd in 1692 gesticht naar het voorbeeld van de Accademia di San Luca in Rome. Oorspronkelijk als privé-initatief van de toenmalige hofschilder, maar al in 1705 omarmd als keizerlijk instituut en in 1725 na een korte sluiting heropend als k.k. Hofakademie der Maler, Bildhauer und Baukunst. In 1772 werden alle toen bestaande kunstopleidingen in Wenen in deze academie samengevoegd en na nog allerlei verwikkelingen kreeg zij in 1998 de status van universiteit.

Onderwijsdoelen

Aangezien de klassieke kunstopleiding voor een groot deel bestond uit het kopiëren van bestaande werken, beschikten academies over eigen verzamelingen die voor onderwijsdoelen werden ingezet. Op het gebied van beeldhouwkunst ging het daarbij veelal om gipskopieën en architectuurcollecties bestonden uit maquettes van kurk, hout en papier-maché. De prenten- en schilderijencollectie in Wenen begon met schenkingen en de met prijzen bekroonde werken van academieleden, maar kreeg in 1822 een bijzondere uitbreiding met het legaat van Anton Franz von Lamberg-Sprinzenstein (1740–1822). Hij liet zijn privéverzameling van zo’n achthonderd schilderijen na aan de academie en – bijzonder – verbond daaraan de voorwaarde dat de collectie daar openbaar toegankelijk moest zijn. Dat was revolutionair, want openbare musea waren toen nog een zeldzaamheid.

Samuel van Hoogstraten, Trompe-l’oeil stilleven met toiletartikelen, 1655. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Anton Franz de Paula Graf Lamberg-Sprinzenstein, die wonderlijk genoeg alleen in het Engels een Wikipediapagina heeft, was een geboren Wener uit een adellijke familie en een tijdgenoot van mensen als Haydn, Mozart en Van Beethoven. Hij maakte carrière als diplomaat en ontplooide zich als kunstverzamelaar. Tijdens een zesjarig verblijf als gezant in Napels verzamelde hij meer dan vijfhonderd antieke Griekse vazen die hij in 1815 doneerde aan wat nu het Kunsthistorisches Museum in Wenen is. Niet te verwarren met de galerie van de kunstacademie.

Jan Weenix, De witte pauw, 1693. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Al in 1807 was de graaf erelid geworden van de kunstacademie en dit lidmaatschap bekroonde hij dus met zijn legaat. De verzameling omvat werken van Titian, Velasquez, Guardi, Rembrandt, Jan van Goyen, Jacob van Ruisdael Peter Paul Rubens, Anthonie van Dyck en tal van andere grote namen uit de Italiaanse en de Nederlandse schilderkunst. De collectie is in Wenen een beetje een verborgen schat, want een doorsnee toerist loopt niet zomaar het hoofdgebouw van de kunstacademie binnen. Omdat de galerie momenteel groot onderhoud ondergaat, kon een substantiele selectie van de schilderijen en tekeningen nu worden uitgeleend aan Het Noordbrabants Museum.

Beeldmerk

Gelukkig kon ook deze tentoonstelling worden verlengd zodat die nu met de nodige coronamaatregelen nog tot begin september te zien is. Dat loont zeker de moeite, zoals het ook de moeite loont om dit museum in Wenen te gaan zien. Daar kan dan ook het Laatste Oordeel-drieluik van Jeroen Bosch worden bewonderd, want dat bleef achter in de stad waar het al minstens sinds 1659 thuis is.

Jeroen Bosch, Laatste Oordeel-drieluik. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Het beeldmerk van de tentoonstelling is een jeugdportret dat Anthonie van Dyck op vijftienjarige leeftijd van zichzelf schilderde. De jongen lijkt ons met een vragende blik aan te kijken, maar dat is schijn. Hij kijkt in de spiegel.

Anthony van Dyck, Zelfportret op vijftienjarige leeftijd, 1613-1614. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Minstens zo opvallend is het Portret van een jonge vrouw van Rembrandt. Een jonge vrouw of eerder nog een meisje in deftig zwart met een kanten molensteenkraag en kanten manchetten en mutsje lijkt net overeind te willen komen uit haar stoel. Genoeg geposeerd, lijkt ze te willen zeggen.

Rembrandt van Rijn, Portret van een jonge vrouw, 1632. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Zowel in de tentoonstelling als in de begeleidende catalogus zijn we de werken thematisch geordend. Mythologie, stillevens, portretten, landschappen, Italië, oorlog en vrede, geloof, steden en dieren zijn nogal brede categorieën die overlap mogelijk maken en soms nogal willekeurig lijken, maar in feite vraagt hier gewoon elk werk afzonderlijk aandacht en doet de volgorde er weinig toe. Aardige bijkomstigheid is zeker dat tekeningen en schilderijen hier door elkaar hangen, wat ertoe zal bijdragen dat ook de tekeningen – met prenten de poëzie onder de beeldende kunsten – de aandacht krijgen die ze verdienen.

Pieter Codde, Vrolijk gezelschap, 1633. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Bij de portretten hangt een wat wonderlijk groepsportret van Pieter Codde, die onder meer ook samenwerkte met Frans Hals. Het heeft de titel Vrolijk gezelschap, maar op het schilderij lijkt niemand vrolijk te zijn en volgens de toelichting in de catalogus wordt de vrolijkheid (muziek en dansen) in dit schilderij ook juist afgekeurd. Het gaat om calvinistische ingetogenheid. Een andere titel voor ditzelfde schilderij is Dansend gezelschap en ook die is vreemd. Er zijn immers maar twee mensen die dansen, en zelfs dat zonder veel zichtbare overgave. De vraag is ook of het hier wel om een familieportret gaat en niet veel meer om een genrestuk dat de toeschouwer een les voorhoudt.

Jan Both, Italiaans landschap met vervallen toren, ca. 1636-1641. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

Ook de overige werken in de tentoonstelling zijn zeer divers, van ingetogen tekeningen en verstilde landschappen tot barokke krachtpatserij waarin de schilder kon laten zien wat hij vermocht met fragiel glas, glanzend metaal, vere en vachten van exotische dieren en smakelijk fruit die hier slechts een lust voor het oog blijft.

Peter Paul Rubens, Bacchanaal met de dronken Silenus, ca. 1611-1615. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

‘Meesterwerken uit Wenen. Vlaamse en Hollandse meesters uit de Gemäldegalerie en het Kupferstichkabinett van de Akademie der bildenden Künste Wien’, t/m 6 september 2020 in Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch.

www.hetnoordbrabantsmuseum.nl

Geertje Jacobs & Menno Jonker (red.), Meesterwerken uit Wenen. Vlaamse en Hollandse meesters uit de Gemäldegalerie en het Kupferstichkabinett van de Akademie der bildenden Künste Wien. Zwolle: WBooks 2020, 160 pp., ISBN 978-94-625-8375-7, pb., € 24,95 (tekst in het Nederlands en Engels).

https://www.wbooks.com

De catalogus is ook in zijn geheel te lezen op het internet

Afbeelding boven dit artikel: Jan Davidsz de Heem, Pronkstilleven, 1654. Gemäldegalerie der Akademie der bildenden Künste, Wenen

© Brabant Cultureel 2020