Kunstenaars en coronavirus #6 (slot)

De uitzonderlijke tijd waarin we nu leven is niet alleen ontregelend, maar inspireert ook. Op verzoek van de redactie laten beeldend kunstenaars, die eerder aan het woord kwamen in de serie Atelierbezoek, zien wat de coronacrisis bij hen losmaakt. Vandaag deel 6, de laatste aflevering. De musea en galeriën gaan vanaf 1 juni weer voorzichtig open.

Ingrid Simons

Wie had zoiets nu kunnen bedenken? Enkele maanden geleden zou het eerder als een fictief script lezen, dan dat we konden bedenken dat dit onze nieuwe realiteit zou worden. Zeer terecht dat deze maatregelen genomen zijn. Opeens waren we de controle kwijt en ons jachtige bestaan kwam binnen enkele dagen tot stilstand. Ik was grote zeefdrukken van 3 x 1 meter op textiel aan het drukken voor mijn komende solo-expositie toen alles dicht ging; ze liggen er nu nog. 

In mijn beroepspraktijk is er veel veranderd en er zijn veel activiteiten uitgesteld. De agenda veranderde per week; het was vol gas of vol op de rem; dat gaf veel onrust. Ik kan niet zeggen, dat het echt rustiger voelde of dat ik meteen veel meer tijd op atelier had die eerste twee maanden. Het kostte ‘even’ tijd om ook voor het lesgeven via internet een nieuwe modus van overdracht te vinden. Dagenlang zat ik achter de computer. Aangezien ik toch zo veel achter de computer zat, heb ik meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn website volledig te updaten en te verbeteren. En ik ben reflectieve teksten over mijn werk gaan schrijven. Toen werd de KunstRAI uitgesteld en vervolgens een groepsexpositie in Japan; ik realiseerde me dat dit iets voor langere tijd zou zijn.
Mijn jaarlijkse werkperiode in het voorjaar leek steeds minder haalbaar. De (zevende) solo show in een museum in Portugal, waarmee ik mijn 10-jarig Portugees jubileum zou vieren, is inmiddels uitgesteld naar 2021. Alle (tijds)investeringen hieromtrent, maar ook de vraag wanneer er überhaupt weer inkomsten uit de kunst zouden komen, benauwde mij. Je kon (kunt) niets plannen. Maar het is wat het is, dat hield ik me voor. Stap voor stap, week voor week. 

Ik heb me gefocust op zaken waar ik op dat moment wel iets aan kon veranderen. Ik heb bijvoorbeeld op social media aandacht besteed aan het werk dat ik ‘vers’ op atelier maakte in plaats van de geplande exposities. Een ‘kijkje in de keuken’. Ik kreeg gelukkig ook goede berichten naar aanleiding van eerder ingediend werk (o.a. de nominatie voor de International Senefelder Award), die ik ook graag met mijn volgers wilde delen. Hierop heb ik hele fijne reacties gekregen. 

Nu, half mei, begint (cultureel) Nederland weer langzaam open te gaan. Ik heb mijn beroepspraktijk ook letterlijk opnieuw ingericht. Ik heb onderzoek kunnen doen naar ideeën, waar ik voorheen niet aan toe kwam en ik ben nu bezig met materiaalonderzoek voor een nieuw project. Sommige dagen is er nu ook een hele fijne stilte, die ik normaal alleen ’s nachts ervaar. In plaats van mijn jaarlijkse residency in het buitenland, beleef ik deze nu in mijn eigen Brabantse atelier en omgeving. Ik begon met het bezoeken en bestuderen van (voor mij) interessante natuurlocaties in de omgeving, waar ik als kind reeds kwam en die ik al die tijd niet meer bezocht had.

Toen begon ik te schilderen. Ik ben nu volop op atelier aan het werk. Er begint een nieuwe, Nederlandse collectie te ontstaan. Een installatie bestaande uit meerdere doeken van variërende formaten met, voor mijn manier van werken, relatief veel kleur.
En dynamisch en flink pasteus geschilderd. 

Ik ben benieuwd hoe onze wereld en het gehele culturele veld er in het najaar uitziet of over een jaar. Ik ben tegen alle verwachting in nog in Nederland, voor het eerst sinds tien jaar, maar ik ben wel weer volop aan het schilderen. Gelijktijdig ontstaat er na al het uitstel nu wat helderheid met betrekking tot de planning voor het najaar en 2021. Ook dat biedt nieuw perspectief. Het schilderen op atelier en het maken van nieuwe plannen helpt mij erdoorheen, alsook de wandelingen in de natuur. Met de blik op de toekomst. 

Lees terug > atelierbezoek Ingrid Simons

Paula Bastiaansen

Half december ben ik teruggekomen uit Dehua, een schitterend porselein gebied in China. Het ‘Blanc de Chine’ porselein komt hier vandaan. Op uitnodiging van de organisatie ‘Blanc de Chine’ International Ceramic Award heb ik daar zes weken gewerkt met het mooist denkbare porselein.

Het vervolg van deze werkperiode is dat ik een uitnodiging heb gekregen om een ontwerp te maken voor een wandobject op een muur van 20 meter breed bij 5 meter hoog in het ‘Winland International Finance Centre’ in Beijing. Een grote eer en een enorme uitdaging!
Begin januari ben ik begonnen met het ontwerp en heb dat na zes weken verstuurd naar Beijing. Zeer snel kreeg ik hierop positieve feedback met uitnodigingen voor verdere samenwerking in steden als Xiamen en Hangzhou.

Twee impressies van het ontwerp voor een wandobject in het ‘Winland International Finance Centre’ in Beijing. Beeld > Paula Bastiaansen

En!!! Toen ging de wereld op slot… Voor mij persoonlijk houdt dit in dat alles op de lange baan geschoven is. Met daarbij natuurlijk de vraag: Wanneer komt het moment dat er weer naar China gereisd kan worden en wanneer kan er weer gewerkt worden in de studio’s van Dehua?

In de afgelopen weken heb ik een aantal kleurproeven gemaakt met het ‘Blanc de Chine’ porselein. Als tegenhanger van het grote wandobject. En nu dus het tegenovergestelde: van heel grote vormen naar heel kleine vormen. 

Van harte hoop ik dat alle projecten in China over niet al te lange tijd weer doorgang kunnen vinden.

Lees terug > atelierbezoek Paula Bastiaansen

© Brabant Cultureel 2020