Blijf gezond! Goede raad uit een ver verleden

door Lauran Toorians

Blijf binnen, roepen overheden wereldwijd ons nu toe, maar eigenlijk bedoelen zij natuurlijk: blijf gezond en breng de gezondheid van jezelf en van anderen niet in gevaar. Dat geldt nu, in tijden van pandemie, maar het is een advies dat altijd zinvol is. Dat wisten mensen in het verleden ook. In allerlei culturen komen wijsheidsteksten voor die adviezen geven voor goed gedrag – vooral van machthebbers – en goed bestuur. De Bijbel bevat zulke teksten in het Oude Testament en ook de Bergrede in het Nieuwe Testament kan worden gelezen als een advies voor goed gedrag. Uit China kennen we De gesprekken (Lunyu) van Confucius en de Daodejing van Lao Zi, beide in het Nederlands beschikbaar in uitstekende vertalingen door Kristofer Schipper.

Uit middeleeuws Ierland kennen we verschillende van dergelijke ‘instructies’ voor koningen, vaak in dichtvorm en met allerlei nuttige wetenswaardigheden, adviezen en voorschriften. Soms zijn die behoorlijk vanzelfsprekend, zoals ‘pas op met wie je omgaat’, ‘maak je niet publiekelijk belachelijk’ en ‘houd je aan afspraken’. Rechtvaardigheid speelt een centrale rol. Behoorlijk uitvoerig zijn de ‘Instructies van Cormac’ (Tecosca Cormaic) die worden gedateerd in de eerste helft van de negende eeuw. Dit is een lange, metrische tekst in dialoogvorm waarin Cormacs zoon Cairbre steeds een vraag stelt, waarop Cormac dan antwoord met ‘dat is niet moeilijk’, gevolgd door een antwoord in de vorm van een opsomming. In zijn geheel is deze fascinerende tekst slechts eenmaal uitgegeven, door Kuno Meyer in 1909. Hij beslaat dan – tekst en Engelse vertaling op tegenoverliggende pagina’s – ruim vijftig pagina’s. Het geheel omvat zevendertig vraag-en-antwoorden, sommige kort en sommige erg lang (met name die waarin vrouwen ervan langs krijgen, is uitputtend). Vraag 21 kan nu voor ons als relevant gelden, die gaat over gezondheid en klinkt nog steeds als wijze raad:

‘O kleinzoon van Conn, o Cormac,’ vroeg Cairbre, ‘wat is het slechtst voor het lichaam van een man?’

‘Dat is niet moeilijk,’ zei Cormac. ‘Teveel zitten, teveel liggen, teveel staan, zwaar tillen, inspanningen die je macht te boven gaan, gewrichten uit de kom (?), teveel rennen, teveel (te ver?) springen, regelmatig vallen, slapen met een been over de rand van het bed, je overhaasten, in gloeiende kolen staren, stappen in het donker, was, biest, vers bier, stierenvlees, stremsel, droog voedsel, veenwater, te vroeg opstaan, kou, zon, honger, overdadig drinken, overdadig eten, teveel slapen, teveel zondigen, verdriet, een heuvel oprennen, tegen de wind in schreeuwen, een klap uitdelen die je kracht te boven gaat, jezelf drogen bij het vuur, zomerdauw, winterdauw, in de as slaan, zwemmen op een volle maag, op je rug slapen, stevig drinken, waanzin, dwaasheid.’

En om een idee te geven; dit is het Oudierse origineel, dat min of meer geklonken zal hebben als een hedendaagse rap:

‘A húi Chuind, a Chormaic,’ ol Carpre, ‘cid as messam do chorp duini?’

‘Ní hansa,’
ar Cormac. ‘Roṣuide, rolige, airissem fota, tócbála tromma, fedmanna ós niurt, élud elta [leg. alta?], roretha, roléimenna, tuitmenna mince, coss tar crann siúil, éirimm grib, silliud fri grís, dallchéimmenna, cér, nús, núa corma, tarb, táth, turach, uisce móna, mochéirge úacht, grían, gorta, roól, roṣáith, rochotlud, ropheccad, cuma, rith fri hard, gairm fri gáith, béimm ós niurt, tirad, samdrúcht, gamdrúcht, slige luaithred, snám iar sáith, cotlud fóen, deoch mór, baile, báithe.’

De vermeende auteur van deze tekst, Cormac mac Airt, kleinzoon van Conn van de Honderd Veldslagen, zou hebben geleefd in de eerste helft van de vierde eeuw en is net als zijn grootvader een belangrijke figuur in de legendarische vroege geschiedenis van Ierland. Hij geldt als een ideale koning en een toonbeeld van rechtvaardigheid en hij zou op eigen gezag – door er zelf diep over na te denken – zijn overgegaan tot het christendom. Hij zou dus staan aan het begin van het christelijke Ierland.

Ook het laatste item uit deze instructie is vandaag relevant: ‘O kleinzoon van Conn, wat denk je was het ergste dat je ooit hoorde?’ ‘Dat is niet moeilijk. Een kreet van verontwaardiging, het gekreun van ziekte, vrouwengekijf tussen twee mannen.’ Laten we de kalmte bewaren en mededogen tonen met wie lijden.

Lauran Toorians is keltoloog.

Boven dit artikel: bewerkte Guinnessreclame. Hieronder het origineel.

© Brabant Cultureel 2019

Getagt als