Documentaire schetst de Veulpoepers fraai als een Brabants cultuurfenomeen

De Veulpoepers bestonden slechts zes jaar, van 1976 tot 1982. Toch heeft deze tegendraadse band in Noord-Brabant en verre omstreken zijn sporen nagelaten. Niet zozeer muzikaal – al wordt Den Egelantier nog wel gedraaid – maar vooral cultureel en politiek-maatschappelijk. De groep schudde de boel indertijd flink op. Terecht dat er nu een documentaire is gemaakt over ‘De hippies van Beek’.

door Paul Zoontjens

De RK Veulpoepers BV – door de charismatische oud-voorman Zjef Naaijkens omschreven als een anarchistische en absurdistische folkband – was een twaalfkoppige groep van jonge zangers en muzikanten uit Hilvarenbeek en Tilburg die vanaf 1976 tot 1982 met groot succes bij manifestaties en demonstraties in Noord-Brabant en daarbuiten optrad voor een publiek van soms wel duizenden mensen. In 1996 wilde de band een herstart maken, maar na drie of vier optredens was het gedaan. Sindsdien zijn er over de jaren alleen nog enkele incidentele optredens geweest. In 2009 verscheen van de hand van Zjef Naaijkens een boek over die tijd, getiteld Zout bier in Den Egelantier, en nu is er dan de film De hippies van Beek, een documentaire van de Bossche cineasten Frank van Osch en Joris Hendrix.

Al die aandacht is terecht, want de Veulpoepers waren meer dan zomaar een band. Zij brachten zelf geschreven en gecomponeerde Nederlandstalige muziek ten gehore. Het nummer Den Egelantier, over een café waarin een maagd van zestig en een bronstige boer elkaar treffen om tenslotte – vet geworden door het bier dat nergens beter is dan in Den Egelantier – in het huwelijksbed hun einde te vinden, heeft de nationale hitlijsten gehaald. Maar de muziek op zichzelf, die nu toch tamelijk gedateerd en vaak ook braaf klinkt, kan een film als deze niet rechtvaardigen. Wat ons bijblijft en ook nu nog nieuwsgierig maakt, is de bijzondere uitstraling van Zjef Naaijkens en consorten, hun sociale en politieke engagement en hun soms stekelige, maar nog steeds frisse en altijd o zo Brabantse humor.

De leden van RK Veulpoepers BV poseren voor een persfoto.

Ironie

De naam RK Veulpoepers BV is qua ironie een kunstwerk. De twee afkortingen voor en achter de naam schetsen in een notendop de grenzen van het universum waarin de groep zich bevond: tegen de katholieke kerk, tegen het CDA en tegen het kapitalisme. Met ‘Veulpoepers’ werd, zoals Zjef Naaijkens met evenveel ironie in de film uitlegt, niet verwezen naar de Nederlandse, maar de Vlaamse betekenis van het werkwoord. Maar de eerste twee elpees van de band uit 1978 (Diarree) en 1981 (Een frisse wind) en de CD uit 1996 (Van de pot gerukt) doen toch anders vermoeden.

Voor het maken van een documentaire over wat achteraf kan worden beschouwd als een Brabants cultuurfenomeen dat zijn relatief korte bestaan ruimschoots heeft overleefd, staan verschillende opties open. De minst vergaande is een chronologische schets van opkomst en ondergang van de band. De meest vergaande is dat het accent wordt gelegd op de maatschappelijke en culturele betekenis van de band voor het Brabant van toen en nu. Van Osch en Hendrix zijn daar ergens tussenin gaan zitten, en dat vind ik een goede keuze. In de film worden de belangrijkste leden van de band aan het woord gelaten en zien we hen nog eenmaal hun soms moeizaam op zolder of in de garage teruggevonden instrumenten ter hand nemen en Den Egelantier aanheffen. Maar nu ieder voor zich, in het eigen huis, in het café of op het kerkorgel. Pas op het doek wordt een samenzang zichtbaar, zodat de kijker onmiddellijk weet dat wat zich hier afspeelt niet meer is.

Een ingekleurde zwart-witfoto van de RK Veulpoepers BV tijdens een actie tegen kernenergie.

Dit sluit aan op een eerste verhaallijn in de film, namelijk hoe een groep van creatieve, romantische en voornamelijk linkse idealisten in de jaren zeventig bij elkaar kwam, muziek maakte, zich stortte in allerlei opvolgende projecten en ten slotte als los zand uit elkaar viel. Het anarcho-socialistische paradijs van gelijkheid en solidariteit dat soms met heel katholieke beelden werd verbonden (denk aan het mede door de Veulpoepers opgerichte Beekse jongerencentrum Lieve Hemel en de Fanfare van Eeuwigdurende Bijstand) eindigde in een knallende ruzie tussen ego’s en liep zelfs uit op een proces om een aandelenkwestie van één van de groepsleden tegen de anderen. “Natuurlijk is het niet goed afgelopen”, verzucht Zjef Naaijkens in de film. Maar hij vindt ook dat het een prachtige tijd is geweest. Hier wordt verteld over scheiding en over volwassen worden. De groepsleden, op dit moment allemaal zestigers, zijn duidelijk ‘sadder and wiser’ geworden.

Een tweede verhaallijn, maar meer impliciet, is de schets van een ontwikkeling die leidde tot een nieuw Noord-Brabants politiek en cultureel zelfbewustzijn waarmee velen zich konden identificeren. Het was de generatie van de Brabantse babyboomers die zich en masse afkeerde van kerk en CDA en overstapte naar Den Uyl en andere linkse voormannen. De Veulpoepers leerde deze generatie dat er met het katholieke idioom niets fout was, als je het maar gebruikt om juist afstand te nemen van de instituties en begrippen waarvoor het stond. Ook demonstreerden zij dat je kunt dansen, zingen en drinken en tóch links zijn.

Lubbers

In de film worden beelden vertoond van het door verschillende vredesorganisaties georganiseerde kruisrakkettenprotest in Den Haag op 26 oktober 1985. Dat is de historische dag waarop premier Lubbers op het moment dat hij wil gaan spreken tegen duizenden op elkaar gehoopte ruggen aankijkt van tegenstanders van de plaatsing van kruisraketten. De beelden laten Zjef Naaijkens en de Fanfare van Eeuwigdurende Bijstand zien, die vanaf het zorgvuldig getimede begin door hard te blazen en toeteren Lubbers het spreken onmogelijk wil maken. Het is speels, luidruchtig en zoals Lubbers ter plekke aangeeft: ‘best wel mooie muziek’. Een kenmerk van de optredens van de Veulpoepers. Maar de actie heeft weinig schade aangericht. Integendeel. In een reconstructie van medio februari 2018 schrijft de Volkskrant dat het verdedigen van de kruisraketten in de vervallen Houtrusthallen een meesterzet bleek te zijn van Lubbers. Hij heeft er in den lande veel sympathie mee geoogst en bij de verkiezingen van 1986 haalde het CDA vierenvijftig Kamerzetels.

De Fanfare van de Eeuwigdurende Bijstand tijdens aan optreden in Engeland in 1984/1985, om de stakende mijnwerkers een hart onder de riem te steken.

Ik denk dat we ons over de daadwerkelijke politieke impact van muziek en van snijdende teksten niet teveel illusies moeten maken, hoewel Zjef Naaijkens dat in de film kennelijk anders ziet. In maatschappelijk opzicht hebben de Veulpoepers wel impact. Dat is vooral gebleken uit de vele andere projecten die uit hun samenwerking zijn voortgekomen. In de film wordt aandacht besteed aan café Den Egelantier dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw, zeker voor Tilburg, als een van de eerste resultaten van crowdfunding kan worden beschouwd, en aan de woongemeenschap in de Tilburgse Goirkestraat waar nu nog de daaruit voortgesproten drukkerij OKZ (Overmorgen Klaar Zeker?) is gevestigd. Maar het is bekend dat de groep ook verantwoordelijk was voor de oprichting van uitgeverij Polypoepka in Tilburg, kindertheater Pielekepoep en ga zo maar door. Niet onvermeld mag blijven dat er ook zaken zijn ontstaan waar menigeen nu mee vertrouwd is, zoals het jaarlijkse festival Elastiek (Muziek) in Hilvarenbeek. Een muzikaal evenement dat voortbouwde op de fundamenten van de Bikse Fiste die in 1981 aan hun eigen succes ten onder gingen. En popcentrum 013 in Tilburg, ooit als Noorderligt begonnen in een voormalige bioscoop.

Met deze opvallende wagen – een voormalig ME-busje – trokken de Veulpoepers van optreden naar optreden. Hier is de auto tijdens een muziekvakantie in Frankrijk vastgeraakt in de modder. Foto van rond 1980.

De film is gecomponeerd uit een samenstel van door Van Osch en Hendrix opgenomen beelden en interviews van voormalige bandleden, en foto’s en films uit het archief van Zjef Naaijkens. De documentaire schetst op voortreffelijke en onderhoudende wijze een beeld van een tijd die er niet meer is en stuurt de kijker naar huis met vragen over zijn of haar eigen jeugd. Het is een aanrader voor hen die in de jaren zeventig en tachtig de Brabantse tijd bewust hebben meegemaakt, maar ook voor hun kinderen of jongere nichten en neven.

Paul Zoontjens, woonachtig in Tilburg, is emeritus hoogleraar onderwijsrecht en heeft in zijn jonge jaren de alternatieve cultuur van de jaren zeventig en tachtig van nabij meegemaakt.

De hippies van Beek. Een documentaire van Frank van Osch en Joris Hendrix. Montage: Frank van Osch, Joris Hendrix, Gerard Cevaal. Productie: Matthijs Kösters, Manon Snoeren. Duur 75 minuten. 

SPEELLIJST UPDATE MET EXTRA VOORSTELLINGEN WEGENS GROTE BELANGSTELLING


Donderdag 5 maart 17:00 – Verkadefabriek (‘s-Hertogenbosch)
Donderdag 5 maart 19:30 – Cinecitta (Tilburg)
Donderdag 5 maart 20:00 – Tiliander (Oisterwijk) met nagesprek
Zaterdag 7 maart 15:00 – Pathé (Eindhoven)
Zaterdag 7 maart 15:30 – Pathé (Nijmegen)
Zaterdag 7 maart 16:30 – Cinecitta (Tilburg)
Maandag 9 maart – 19:15 – Pathé (Nijmegen)
Woensdag 11 maart 19:00 uur – Pathé (Eindhoven)
Woensdag 11 maart 19:30 uur – Cinecitta (Tilburg) UITVERKOCHT
Donderdag 12 maart 20:00 uur – Elckerlyc (Hilvarenbeek)
Zaterdag 14 maart 20:30 uur – Elzenhoeve (Luyksgestel) met nagesprek, vooraf Daten in de Dancing
Donderdag 19 maart, 20:30 uur – café de Doornboom (Middelbeers) met nagesprek
Vrijdag 20 maart, 20:30 uur – café de Doornboom (Middelbeers)
Zondag 22 maart, 15:30 uur – café de Doornboom (Middelbeers)

Zondag 22 maart, 16:00 – Pathé Tuschinksi 1 (Amsterdam) met nagesprek 
 

www.vanoschfilms.nl

© Brabant Cultureel 2020