Zomerse rust en winterse gelatenheid

door Kees Hermis

Tussentijd

Als buldoggen lagen de boerderijen
loom in het land, half slapend, in rust
maar naar mijn gevoel waakzaam

ik vroeg mij af of ze aan zouden slaan
als ik ze naderde omzichtig op afstand

door de lucht hing de transparante
vitrage van zomer doorweven met
het monotone gesjierp van cicaden

olijfbomen, monumenten van tijd, torsten
roerloos de zinderende hitte
van het middaguur

en ineens was daar de ortolaan
met de geboorteaankondiging van
Beethovens Vijfde Symfonie

reveille die opriep tot leven
waarin een memento mori meeklonk

een plotselinge twijfel over weggaan
of hier blijven deed mij beseffen dat
niets blijft

dus liet ik het landschap los en ging –
ervan doordrongen dat in ieder komen
het gaan gegeven is

Vertraagde tijd

De dagen van hun licht beroofd
lopen verweesd te hoop, dragen
een loden schemer die voortgang
ontregelt en verdooft

er hangt vertraging in de lucht
moeizaam beweegt het spreken zich
dat achterblijft bij wat men denkt

men leest zijn sporen terug, struikelt
en strompelt voort op een bewaasd
kompas, straten zijn buitenwegen

de huizen staren leegte uit
versteend met een grimas

het zijn de januaridagen met
zichzelf op reis gegaan

gelaten volgt men de tijd
tussen waarheen en waarvandaan

Kees Hermis (Hulst 1941) woont in Sint-Oedenrode en was werkzaam in het onderwijs, maakte houtsculpturen en debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Vrijgesproken’, gevolgd door vele andere bundels en gedichten in literaire tijdschriften.

Afbeelding boven de gedichten: ortolaan.
Als broedvogel is de ortolaan uitgestorven in Nederland, wel trekken elk voor- en najaar
nog zeer kleine aantallen over ons land Foto > Wikipedia.

© Brabant Cultureel 2019