Vier gedichten uit de serie Nieuw Bloed

door Huub van Esch


Ik wil niet bedriegen
daarom vereenvoudig ik
mijn blik en geef ik
de woorden weer 
in doodnormale spreek-
taal.

Hier is de objectiviteit
van de wil het sterkst,
verliest het eerste
gezicht zijn stem
en de gangbare 
moraal zijn geloofwaardig-
heid.

Om de waarheid ben ik dichter, niet om de poëzie. 
Ik ben geen poëtische dichter. Ik ben een zieke 
ziel die zijn ziekte overwint. Zijn dood laat sterven 
en zijn leven geeft aan niets.

Nee, doodgaan hoeft helemaal geen probleem te zijn, 
want de wil om te leven is enkel een idee. 
Ik zeg u de dingen zoals ze in diepste grond 
zijn.

Niemand wil deze nachten. Niemand,
niemand wil deze nachten. De nachten
van zwervers zijn lang. Deze nachten
willen niet breken. Deze nachten
zijn rond en zwart en drukkend
op de lever. Deze nachten worden
door stilte omgeven en zijn
derhalve niet te ontlopen voor
wie de slaap niet vinden kan.

Heel soms dient er zich een groene
bank aan in deze nachten, om
wat te rusten, en schreeuwen 
er vogels.

Sommige gedichten willen niet in een vorm
worden gepropt. Sommige gedichten 
zijn te vrij of te opstandig om in stramien
of staketsel te worden ondergebracht.

De tirannie van de zinnen laat zich zelden
dwingen. Zij vervloekt de woorden
en weigert te zingen over de manier
waarop ze vermoord wordt.

Want in het allereerste levenslicht
waaraan zij vastgenageld wordt
bestaat ook al haar dood. Het vers
is een dood ding.

Huub van Esch (Haaren 1970) werkt in deeltijd als productiemedewerker. De meeste tijd besteedt hij aan het schrijven van gedichten. Hij publiceerde eerder in ‘Schoon schip’, in de verzamelbundel ‘Echte inkt’ van uitgeverij Opwenteling en in enkele verzamelbundeltjes samengesteld uit wedstrijden van uitgeverij Kontrast.

© Brabant Cultureel 2019