Raadselachtige roman Geestman voor Dautzenberg een reddingsboei

De nieuwe roman Geestman van Anton Dautzenberg stelt het uithoudingsvermogen van de lezer op de proef. Het eerste deel van het boek is een abstracte beschrijving van een odyssee, het tweede deel doet wat je als lezer verwacht, je het verhaal intrekken. Voor Dautzenberg zelf is Geestman niet minder dan een reddingsboei. Zou het?

door Emmanuel Naaijkens

Het is mij als lezer niet vaak overkomen. Meermalen op het punt staan om een roman terzijde te leggen omdat je de schrijver niet kunt bijbenen. Dat gebeurde bij Geestman, de nieuwe roman van Anton Deutzenberg (Heerlen 1967). Twee derde van het boek stelt het uithoudingsvermogen van de lezer danig op de proef. De abstracte beschrijving van wat de hoofdpersoon beleeft in een fantasiewereld creëert een afstand die zich moeizaam laat overbruggen.

Waterplas

Die hoofdpersoon – gezichtloos aangeduid als ‘de man’ – is in kennelijke verwarring en duikt in een waterplas die toegang geeft tot een droomwereld. Een vogeltje dat spreekt als een mens heeft hem overgehaald om in dat avontuur te stappen. ‘De man sluit zijn ogen en duikt in de plas. Hij voelt geen pijn, geen ondergrond. Hij lijkt te zweven, horizontaal, zijn gezicht naar beneden gericht. De wind speelt door zijn haar.’ Na een eindeloos durende val belandt hij op een met een volwassen kinderhand getekend eiland. Het vogeltje en later een eveneens sprekende mol begeleiden hem op zijn tocht, zijn odyssee.

Droomwereld

De vergelijking met Alice in Wonderland dringt zich op en dat staat ook te lezen op de flaptekst. Daar kruipt de hoofdpersoon in een konijnenhol, maakt een eindeloze val en komt dieren tegen die spreken als mensen. Maar daar houdt de vergelijking toch wel mee op. Meelopend in de voetsporen van ‘de man’ waan je eerder in de hallucinante, niet-menselijke wereld zoals die geschilderd is door Jeroen Bosch.

Illustratie van Estate Mikey Welsh

‘Wat is er tegen een droomwereld ‘,zegt de mol tegen de man? ‘”Alle werelden zijn vreemd (…) Ik heb vele werelden gezien, en ze zijn allemaal vreemd. Maar wat is er mis met vreemd?” De laatste vraag is vast retorisch bedoeld, denkt de man, de mol heeft zojuist een grote wijsheid verkondigd.’ Daarmee lijkt de schrijver, die zich een buitenstaander voelt in de echte wereld, tegen de lezer te zeggen: wen maar aan alles wat vreemd schijnt.

Dat afwijkende geldt ook voor de opbouw van de roman, waarbij het verhaal vanuit verschillende perspectief verteld wordt, nummering van de hoofdstukken in het begin van achter naar voren loopt en dezelfde titels terugkeren. Bijzonder ook voor een roman zijn natuurgedichten die getekend zijn als geometrische figuren, zonder tekst dus.

De tocht over het eiland is een lange aanloop naar het tweede deel van het boek waarin Dautzenberg in de harde realiteit van alledag beschrijft hoe de ik-figuur deerniswekkend worstelt met zijn bestaan. Ja, dat zou de auteur zelf kunnen zijn en alles wijst daar ook op. Maar pas op, we hebben wel met literatuur te maken waarin feit en fictie niet van elkaar te onderscheiden zijn. En als er iemand is die mensen op het verkeerde been kan zetten – denk aan de afgestane nier – dan is dat Dautzenberg wel.

Getormenteerd

Vorig jaar verscheen van zijn hand het dagboek Ik bestaat uit twee letters. Hierna ‘besloot ik niet meer expliciet over mezelf te schrijven, en dat meende ik oprecht, ik ben geen ik-schrijver, maar nood breekt wet. En het woord “nood” is op dit moment en eufemisme. Nooit eerder heb ik het schrijven als een reddingsboei ervaren. Ik vind het aanstellerij van quasi getormenteerde schrijvers. Tot nu.’

Tegeltjeswijsheid in Geestman

Zij vrouw, dr. Jekyl en mr. Hyde ineen, heeft hem onverwacht verlaten en de ik-figuur, die woont in zijn ‘gloppenhol’ in Tilburg Noord, zit volledig aan de grond. ‘Eergisteren heb ik alleen maar gehuild en gisteren sloeg mijn hoofd op hol; ik kon niet meer denken.’ Indringend en ongepolijst beschrijft Dautzenberg wat, nogmaals de ik-figuur, doormaakt. De breuk met zijn geliefde komt als een mokerslag binnen bij iemand die toch al moeizaam door het leven gaat. Dit is literatuur die je bij de kladden pakt en je meetrekt in de poel van ellende en die aan het eind bizarre vormen aanneemt. Of deze raadselachtige roman daadwerkelijk het papieren vlot is waarmee Dautzenberg zich kan redden is echter nog maar de vraag.

Anton Dautzenberg, Geestman. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact 2019, 176 pp., ISBN 978 90 254 5833, pb.
€ 19,99

Dit boek is mede tot stand gekomen met steun van het Nederlands Letterenfonds.

www.atlascontact.nl/boek/geestman/

www.ahjdautzenberg.nl

© Brabant Cultureel 2019